De laatste column

Ik belde met een vriendin. We praatten, zoals je dat doet door een telefoon. Je kunt ook naar elkaar luisteren, zonder iets te zeggen bedoel ik, maar dat doe je alleen als je heel verliefd, cool, dronken of stoned bent.

“Je zegt soms dingen die niet waar zijn”, zei de vriendin.
“Dat is niet waar”, zei ik. Nu waren we allebei stil. Heel even leken we verliefd, cool, dronken en stoned.
“Oké”, zei ik uiteindelijk. “Dat klopt. Ik zeg soms dingen die niet waar zijn, maar ik ben niet de enige.”
“Dat begrijp ik”, zei ze. “Je moet het zelf weten, maar ik vind het wel stom.”
“Ja”, zei ik, omdat ik niet zo goed wist wat ik terug moest zeggen. Ik kon nu beter zwijgen dan opnieuw dingen zeggen die niet waar zijn.
“Hoe lang ga je eigenlijk nog door met de column op nrc.nl?”
“Ik stop ermee”, zei ik.
“Echt?”
“Ja, het is waar.”
“Dat lijkt me ook beter. Ik vind ze niet zo goed.”
“Oké”, zei ik.
“Je vergooit je talent”, zei zij.
“Oké”, zei ik opnieuw. Ik dacht aan alles wat ik ooit vergooid had en aan de twijfel en aan de tijd en aan ophangen en ondertussen speelde op de achtergrond een liedje van Willy Mason. Hij zong: When we fall we make room for another, when we fall then we know eachother.
Dat van dat liedje is uiteraard niet waar, maar ik hou van het dramatische effect. Ook als het niet werkt in deze context; ik kan het op zijn minst proberen; ik heb het geprobeerd.
“Steeds als ik je columns lees ben ik een beetje teleurgesteld in je.”
Eigenlijk moest ik weg, ik had nogal haast, maar ik bleef naar haar luisteren.
“In het echt ben je veel leuker namelijk”, zei ze.
“Ja”, zei ik. “Nou, ik stop er dus mee.”
“Dat lijkt me een goed besluit.”

Beste lezers, bedankt voor het lezen van mijn columns en voor de berichten die jullie mij stuurden. Mochten jullie ook teleurgesteld in me zijn: in het echt ben ik leuker, al is dat ook niet waar ben ik bang.