Parks stond niet op voor een blanke. Nu heeft ze eindelijk een standbeeld

Amerika's politieke kopstukken waren vanmiddag bij de onthulling van het standbeeld aanwezig: van links naar rechts de Democratische leider in de Senaat Harry Reid, president Obama, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden John Boehner en Nancy Pelosi, de leider van de Democraten in het Huis. Foto Reuters / Kevin Lamarque

Haar weigering in 1955 om in een bus op te staan voor een blanke man was een cruciaal moment in de burgerrechtenstrijd in de Verenigde Staten. Nu heeft Rosa Parks een standbeeld in de nationale beeldenzaal van het Capitool. Obama onthulde het vandaag.

Parks is de eerste zwarte vrouw die in de beeldenzaal van het Capitool wordt geëerd met een manshoog standbeeld. Obama zei bij de onthulling dat Parks haar rechtmatige plek heeft ingenomen tussen degenen die de loop van de Amerikaanse geschiedenis hebben vormgegeven:

“We doen er goed aan om hier een standbeeld van haar neer te zetten, maar we kunnen haar geen grotere eer bewijzen dan de kracht van haar principes en haar moed die uit overtuiging werd geboren verder uit te dragen.”

Bekijk hier de toespraak van Obama bij de onthulling van het beeld:

Parks werd gearresteerd toen ze in een bus in Montgomery, in de Amerikaanse staat Alabama, weigerde haar zitplaats af te staan. Haar daad zorgde ervoor dat een jonge geestelijke, Martin Luther King, een burgerrechtenleider van naam werd. Hij riep na de daad van Parks op tot een boycot van het busbedrijf, dat bijna failliet ging. Uiteindelijk schafte het bedrijf de rassenscheiding in de bus af. Het protest van Parks leidde tot meer protesten tegen de rassensegregatie.

‘Politiek werk Parks hield decennialang stand’

Rosa Parks was een volwaardig mensenrechtenactivist, stelt Jeanne Theoharis, die de nieuwe biografie Het Rebelse Leven van Mevrouw Rosa Parks schreef, tegenover persbureau AP. Haar aandeel wordt echter zelden gelijkgesteld aan dat van andere leiders zoals King, die de Nobelprijs voor de Vrede won. Theoharis, die als politicologe is verbonden aan de Brooklyn College-City University in New York, zegt daarover:

“Rosa Parks wordt doorgaans geëerd als een moedige vrouw, maar die eer richt zich op alleen die ene daad in de bus op 5 december 1955. Die moed (…) was het product van decennia van politiek werk dat daarvoor was verricht en hield decennialang stand.”

Parks - die op 24 oktober 2005 op 92-jarige leeftijd overleed - werd opgevoed door haar moeder en grootouders, die haar leerden dat respect eisen onderdeel is van gerespecteerd worden, zei Theoharis bij de onthulling. Toen ze trouwde met Raymond Parks zette ze zich samen met hem in tegen de veroordeling van negen jonge mannen tussen de 12 en 19 die ervan werden verdacht twee blanke vrouwen te hebben verkracht. Ze werden later door een geheel blanke jury veroordeeld.

Parks streed voor stemrecht en einde seksueel geweld

In de jaren ’40 sloot Parks zich aan bij de mensenrechtenorganisaties en streed ze voor stemrecht voor zwarten en tegen seksueel geweld tegen vrouwen. Na de busboycot in Alabama werden Parks en haar man ontslagen en bedreigd. Ze gingen in Detroit wonen waar Parks zich als activiste inzette tegen de oorlog in Vietnam en zich bezighield met armoede, woningkwesties en rassengelijkheid.

In 1996 kreeg Parks de Presidential Medal of Freedom en in 1999 de Congressional Gold Medal. Volgens Parks’ nicht Rhea McCauley is dit eerbetoon echter anders. “De medaille kon je meenemen, op de schoorsteenmantel zetten”, zei McCauley vandaag volgens AP. “Maar haar aanwezigheid in deze zaal is permanent en kinderen kunnen naar het Capitool gaan en het gezicht van mijn tante zien.”