Een liefhebber van neuroses en verstikkende families

Disfunctionele gezinnen, neuroses: David O. Russell is er dol op. Autobiogafisch?

Flirting with Disaster (1996) heet de tweede film van de 54-jarige David O. Russell. Een titel die met terugwerkende kracht op zijn eigen oeuvre is toe te passen, dat wordt gekenmerkt door labiele personages met disfunctionele families.

In zijn nooit in Nederland uitgebrachte incestkomedie Spanking the Monkey (1994) – slang voor masturberen – laveert de labiele jongeman Ray tussen gevoelens voor zijn depressieve, maar aantrekkelijke moeder en zijn vrolijke buurmeisje, terwijl zijn pogingen tot masturberen constant worden verstoord door de hond. Een verstikkend gezin, met ouders die volstrekt egoïstisch over hun zoon heen walsen.

Familie is een thema dat David O. Russell kennelijk nogal bezighoudt. In een interview zei hij hierover: „Ik vind spanning binnen een familie zowel heel intens als bijzonder grappig.” Dat heeft wellicht te maken met zijn eigen „erg kleurrijke” familie: „Met veel eten op tafel terwijl er verhit over politiek werd gediscussieerd. Er was veel ruzie, luid gepraat en hoog oplopende emoties terwijl de tv aanstond of ergens muziek speelde.”

In Silver Linings Playbook geeft Russell Robert De Niro trekjes van zijn eigen vader mee. Een ander autobiografisch element: zijn achttienjarige zoon lijdt aan een bipolaire en obsessief-compulsieve stoornis, net als hoofdpersoon Pat (Bradley Cooper). Met de neurotische Ben Stiller heeft Flirting with Disaster een vergelijkbare hoofdpersoon, terwijl boksfilm The Fighter (2010) alleen op het eerste gezicht een vreemde eend in Russells filmografie is: geen energieke, bijna hysterische komedie, maar een serieuze sportfilm. Maar ook daar draait het uiteindelijk om familiebanden die zowel verstikkend zijn als binding geven – zoals bij de familie in Silver Linings Playbook.

De gekte van zijn hoofdpersonen lijkt ook een afspiegeling van Russells eigen gekte. Zo ging hij tijdens het draaien van Three Kings bijna op de vuist met George Clooney en schold hij actrice Lily Tomlin de huid vol tijdens een stressvolle draaidag van I Heart Huckabees (2004), wederom een wrange, door de maker als ‘existentieel’ omschreven komedie met een neurotische hoofdpersoon. Inmiddels is hij wat rustiger, vindt Russell zelf.

Net als de gebroeders Coen beleeft David O. Russell plezier aan het oprekken van filmgenres. Zo is Flirting with Disaster zowel een krankzinnige komedie als hilarische road movie, en is Three Kings het beste te omschrijven als jolige inbraakfilm die verandert in een bloedserieuze anti-oorlogsfilm. Drie hebzuchtige, roekeloze soldaten die achter het goud van Saddam aanzitten, nemen uiteindelijk hun humanitaire verantwoordelijkheid.

In Silver Linings Playbook bouwt hij voort op de screwball comedy uit de jaren dertig en veertig. Hierin komen excentrieke personages die elkaar eerst niet kunnen luchten of zien terecht in de meest buitenissige situaties. Ze dagen elkaar met veel verbaal vuurwerk uit, trekken tegen wil en dank samen op en realiseren zich dan dat ze al die tijd samen wel heel veel plezier hadden. Het genre zit vol figuren die door filmcritici indertijd als ‘madcap’, ‘zany’ en ‘kooky’ werden omschreven. Er zit duidelijk een steekje los bij deze personages wier dwaasheid leidt tot veel slapstick. Maar wat bij de screwball comedy impliciet is, maakt Russell in Silver Linings Playbook expliciet: Pat en Tiffany (Oscarwinnares Jennifer Lawrence) hebben een mentale stoornis, herkennen dat in elkaar, stuiten op onbegrip en realiseren zich dat ze voor elkaar geschapen zijn.

Tiffany bevrijdt Pat, al was het maar door met hem deel te nemen aan een danswedstrijd. Daar leent Russell een regel uit een ander genre, dat van de musical: succes in dans betekent succes in de liefde – ook al levert het slechts een gemiddelde score van 5 op. Zo geeft Russell satirisch commentaar op de Amerikaanse obsessief-compulsieve stoornis om altijd maar te willen winnen.