De renovatie van het paradijs

Huizen met afgesloten tuinen en ommuurde binnenplaatsen waren duizenden jaren het kenmerk van de Iraanse architectuur; het Alhambra en de Taj Mahal zijn ervan afgeleid. Veel van deze ‘paradijzen’ maakten plaats voor moderne hoogbouw. Maar nu worden sommige in oude luister hersteld. „Lang leek het dat onze liefde voor cultuur verdwenen was.”

Vanachter de muren van het vakantiehuis van Shahnaz Nader in Kashan lijkt het alsof de tijd in dit Iraanse woestijnstadje heeft stilgestaan. Het zonlicht valt door de glas-in-loodramen in de verschillende woonkamers die minutieus zijn gerestaureerd. Buiten, op de traditionele binnenplaats, schittert een marmeren fontein, die in de zomer de nodige verkoeling brengt.

Tevreden brengt ze een dienblad met thee en gaat buiten aan een tafel zitten. Het licht van de zon weerkaatst in de fontein en een zacht briesje brengt flarden van het middaggebed met zich mee dat in de verte te horen is.

„Wanneer ik weer eens in het buitenland was en ik aan Iran dacht, droomde ik ervan om zo’n huis als dit te bezitten”, vertelt Nader, een binnenhuisarchitecte. Haar hele leven woonde ze in het buitenland – in Tokio, Londen en New York – om uiteindelijk haar droom te vinden in het labyrint van steegjes in het oude centrum van Kashan.

Huizen met afgesloten tuinen en binnenplaatsen zijn al duizenden jaren hét kenmerk van de Iraanse architectuur waar het Alhambra in Spanje en de Taj Mahal van zijn afgeleid. Gelijksoortige verblijven zijn beschreven in de literatuur uit de tijd van het oude Perzië en de naam voor zo’n ommuurde tuin vormt de wortel van het moderne woord ‘paradijs’.

De afgelopen decennia raakten de traditionele huizen en tuinen in Iran uit de gratie. Ze werden op grote schaal verwoest om er glazen appartementencomplexen neer te zetten. De levendige familietuinen aan de voet van het Alborzgebergte in Teheran maakten plaats voor hoogbouw, waarmee vastgoedhandelaren fortuin maakten. Maar daarmee werd tegelijkertijd het Iraanse architectonische erfgoed vakkundig verwoest.

Een klein groepje cultuurliefhebbers, onder wie Nader, heeft het roer omgegooid. In de afgelopen jaren hebben zij enkele tientallen huizen en paleizen in Kashan, een plaats die bekend staat om zijn tapijten en traditionele architectuur, nauwgezet gerenoveerd en omgebouwd in vakantiehuizen en hotels. Geld valt er niet mee te verdienen, maar het monnikenwerk brengt jonge architecten op ideeën.

In 2008 kwam Nader toevallig in Kashan terecht toen de eigenaar van één van de paleizen, het Manoucheri Huis, haar om hulp vroeg om het paleis in een exclusief hotel te verbouwen.

Sindsdien is er veel veranderd. In de oude wijken van Kashan zijn nu overal werklui te zien, driftig in de weer om jaren verwaarloosde huizen in originele staat te herstellen.

Toen er begonnen werd met de restauraties in Kashan, leidde dat tot onbegrip bij de lokale bevolking. Wie gaat er nu die oude troep opknappen, vroegen zij zich af; zonde van het overheidsgeld dat voor sommige van de projecten wordt gebruikt, want daar kunnen juist mooie moderne flats van worden gebouwd.

„Honderden mensen tekenden een petitie waarin ze eisten dat de oude huizen met de grond gelijk zouden worden gemaakt”, zegt Akbar Arezugar (54), bouwopzichter uit Kashan. „Maar toen de renovatie klaar was, belde de initiatiefnemer van de petitie, een geestelijke, persoonlijk iedereen op om ze te complimenteren met het fantastische werk.”

De 26-jarige architect Mohsen Shahi, ook betrokken bij de renovaties, vertelt dat hij veel meer voldoening haalt uit het opknappen van de oude huizen dan het ontwerpen van appartementencomplexen, het werk dat veel van zijn studiegenoten nu doen. „Wanneer ik voldoende geld zou hebben, zou ik alleen maar renoveren”, zegt hij.

Mohsen Shahi werkt op dit moment aan het Ameri Huis, een enorm landgoed met verscheidene binnenplaatsen en tientallen kamers, dat in april dienst moet gaan doen als hotel. „Lang leek het erop dat onze liefde voor cultuur verdwenen was”, zegt hij. „De oude families die deze huizen ooit bouwden dachten niet aan het maken van winst maar aan hun nalatenschap. Gelukkig begint dat begrip bij ons nu ook door te dringen.”

Toen haar werk voor het hotel klaar was, ging Nader in Kashan op zoek naar een huis voor zichzelf. De eerste keer dat ze haar woning zag, had die meer weg van een vuilstortplaats. „Ik kocht het huis voor 17.000 euro”, zegt ze terwijl ze een rondleiding geeft. „De restauratie kostte 260.000 euro, maar het is elke cent waard geweest.”

De kosten voor het opknappen van huizen zijn hoog, zicht op winst is er niet. Er zijn bijna geen buitenlandse toeristen meer die Kashan als bestemming kiezen. De stad ligt 50 kilometer ten noorden van Natanz, waar Irans voornaamste nucleaire installatie zich bevindt, een mogelijk doelwit van een Israëlische aanval.

„Soms maak ik me zorgen over de toekomst”, zegt Nader op haar dakterras. De zon schijnt op de besneeuwde bergtoppen aan de horizon. „Maar niets krijgt me hier nog weg.”