Winst voor de klagers

De Raad van State heeft een wijze uitspraak gedaan over de nationalisatie van stroppenbank en verzekeraar SNS Reaal.

De bestuursrechter billijkt de nationalisatie, maar klagende beleggers worden, in tegenstelling tot het besluit van minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA), niet bij voorbaat uitgesloten van schadevergoedingen.

Dit is de eerste maal dat de minister van Financiën de Interventiewet heeft toegepast voor de sanering van een relevante financiële instelling. Dat maakt deze procedure tot een proefproces én tot testcase van adequate wetgeving.

Dijsselbloems voorganger De Jager (CDA) had SNS Reaal als een zogeheten systeemrelevante bank aangemerkt. Spaarders mochten erop vertrouwen dat hun inleg tot 100.000 euro zeker was. De Raad van State concludeert dat de minister, gezien de dreigende verdere verliezen op vastgoedfinancieringen en bij gebrek aan werkbare private alternatieven, hier mocht ingrijpen door aandelen en andere effecten en leningen te onteigenen.

Maar de Raad maakt in zijn uitspraak een haarfijn onderscheid tussen de publieke en de private belangen van nationalisatie én van eventuele schadevorderingen van gedupeerden. De stabiliteit van het financiële stelsel was „ernstig en onmiddellijk in gevaar” door de aftakeling van SNS Reaal en de merkbare onrust onder spaarders. De onteigening was dan ook een „legitiem in het algemeen belang gelegen doel”. Kortom: Dijsselbloem heeft zich van zijn publieke taak gekweten, ook al was de onteigening een inbreuk op het particuliere eigendomsrecht.

Maar de minister mag volgens de Raad van State de publieke belangen niet zo oprekken dat hij bij voorbaat beleggers met schadeclaims tegen SNS Reaal buiten spel zet. De minister wil als nieuwe eigenaar van de bank niet opdraaien voor claims, maar hij gaat te ver door al bij voorbaat een streep te zetten door toekomstige particuliere vorderingen.

Dat is winst voor de klagers.

Zij kunnen bij een andere rechter, zoals de ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof, verder procederen. Wegens wanbeleid bijvoorbeeld. Dat betekent dat klagers, verdediging en rechters meer tijd hebben voor onderzoek en bestudering van een complexe zaak. De Raad van State zelf erkent dat de klagers „slechts gedeeltelijk en eerst daags voor de zitting” inzage hadden in twee cruciale rapporten over de vastgoedbank van SNS en dat dit de procesvoering kan hebben beïnvloed.

Hier wreekt zich de snelle procesgang. De Raad onderstreept hiermee dat het zwaartepunt bij het ministerie van Financiën lag. Maar met deze uitspraak schept de Raad terecht ook een nieuw evenwicht waarin beleggers de ruimte krijgen hun recht te halen.