‘Servië verdient nu dezelfde behandeling als Kroatië’

Door de eurocrisis neemt de steun in Servië voor toetreding tot Europa af. Maar dat is geen reden het proces te stoppen. Europa is ‘ook onze identiteit’.

Boris Tadic
Boris Tadic Foto AFP

Nu spant het erom voor Servië. Maken de Serviërs de komende weken in Brussel vooruitgang in de onderhandelingen met Kosovaarse politici over de toekomst van Kosovo, dan is de kans groot dat ze in juni een datum krijgen waarop ze toetredingsgesprekken mogen beginnen met de Europese Unie.

Boris Tadic, de oud-president die Servië tussen 2004 en 2012 richting Europa duwde en die in mei vorig jaar de verkiezingen verloor van de huidige nationalistische president Tomislav Nikolic, is er niet gerust op. „Waar het om gaat bij die datum is het onomkeerbaar maken van de Europese koers van mijn land”, zegt hij in een gesprek in Amsterdam.

Alleen zo, denkt Tadic, kan Servië definitief loskomen van het nationalisme van Slobodan Milosevic en de Joegoslavische oorlogen in de jaren negentig waarin naar schatting 140.000 doden vielen. „Servië is een heel specifiek land. Nog maar veertien jaar geleden vielen de NAVO-bommen. We moesten zelf niet alleen economisch herstellen maar ook emotioneel. We moeten nu samenwerken met landen die kort geleden militair tegen ons optraden”.

Tadic was vorige week in Den Haag om Servië „uit te leggen” aan de fractieleiders Diederik Samsom (PvdA) en Alexander Pechtold (D66) en ambtenaren op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Onlangs was hij ook in Duitsland.

„Hier ben ik dan om politici te overtuigen van de noodzaak van een datum voor toetredingsgesprekken. Ik werk eigenlijk voor de nieuwe regering”, zegt hij. Lachend. President Nikolic, ooit de tweede man achter ultranationalist Vojislav Seselj, en premier Ivica Dacic, die woordvoerder was van Milosevic, streden afgelopen jaren immers fel tegen Tadic en zijn pro-Europese koers.

Vertrouwt u er niet op dat de nieuwe regering het zelf kan?

„Het is verrassend, en heel goed, dat de nieuwe regering mijn doel van Europese integratie heeft overgenomen en zich coöperatief opstelt over Kosovo. Ze hebben hun beleid veranderd. Maar geldt dit ook voor hun mentaliteit? Nikolic dreigde me in 2008 nog ‘op te wachten’ op het vliegveld in Belgrado nadat ik het stabilisatie-en associatieakkoord met de EU had getekend in Brussel.”

Dat was vast bluf?

„Nou, bluf...dit zijn precies dezelfde mensen die vreselijke dingen zeiden over het lot van Zoran Djindjic, de eerste democratische president van Servië. Hij werd in 2003 vermoord.

„Een test zal zijn of Nikolic naar Srebrenica zal gaan om zijn excuses te maken voor dat vreselijke bloedbad, net als ik heb gedaan. Dan blijkt of hij echt mentaal is veranderd.”

Een ander probleem is scepsis over uitbreiding, zeker in Nederland. Hoe reageerde Samson?

„Heel goed. Hij steunt de datum, als we de voorwaarden vervullen. Hij zei wel dat Nederlanders bij uitbreiding meteen denken aan een toevloed van arbeidskrachten, zoals bij Roemenen, Bulgaren en Polen is gebeurd. Ik heb uitgelegd dat de grote stroom Serviërs al vier decennia geleden is vertrokken, toen [Joegoslavisch leider, red.] Tito een migratieakkoord sloot met [West-Duits bondskanselier] Brandt. 700.000 Serviërs wonen nu in Duitsland. Nu bestaat die migratiedruk niet meer.”

Voordat Servië van de EU-leiders het groene licht krijgt voor toetredingsgesprekken, moet er eerst een doorbraak komen in het lastige Kosovo-dossier. In het noorden van het in 2008 van Servië afgescheiden land hebben Serviërs daar ‘parallelle’ bestuursstructuren opgericht. In het fragiele gebied is vooral omstreden wie de macht heeft over politie: de Serviërs of de Kosovaren.

„Kosovo is de oorsprong van onze godsdienst, van onze identiteit”, zegt Tadic. In Kosovo staan de belangrijkste orthodoxe kloosters van Servië. „Het is wat Jeruzalem is voor de joden. Tegelijkertijd kunnen we niet de gevangenen zijn van onze geschiedenis. Onze grootvaders, overgrootvaders en de veertiende eeuwse Servische koningen zijn belangrijk, maar Europa is óók onze identiteit. Onze toekomst is belangrijker.”

Is het niet steeds moeilijker om de EU te verdedigen nu die in een crisis verkeert?

„Absoluut. In 2000 steunde 80 procent van de bevolking aansluiting bij de EU. Nu is dat 45 procent – voor het eerst minder dan de helft.”

Wat was het effect van de recente vrijspraak door het Joegoslavië-tribunaal van de Kroatische generaal Gotovina?

„De reactie daarop in mijn land was vreselijk. Ik voelde me er heel slecht over. Het idee is nu dat er twee standaarden bestaan: één voor Serviërs en één voor Kroaten. En ik kan daar niks tegenin brengen. Wij hebben nog steeds 200.000 vluchtelingen uit Kroatië. Ze moesten hun huizen, hun dorpen verlaten. Als Gotovina niet schuldig is – en dat is mogelijk, ik ga me niet mengen in de beslissingen van het Hof – wie heeft het dan wél gedaan?”

Ondertussen treedt Kroatië waarschijnlijk dit jaar al toe tot de EU.

„Ja, en dit is niet logisch. Kroaten en Serviërs zijn altijd verbonden geweest. We spreken dezelfde taal. We zien er hetzelfde uit. We houden van dezelfde muziek. Voor de stabiliteit van de Balkan is het niet gunstig als Servië achterblijft”.