Russische regering richt vizier op intellectuele elite

In Rusland worden ook democratische auteurs nu op de zwarte lijst met extremistische publicaties gezet. De machtsstrijd verscherpt zich.

Joeri Afanasjev
Joeri Afanasjev Foto NRC.

Amsterdam. - De bekende Russische historicus Joeri Afanasjev is vorige week door de regering op de federale ‘extremistenlijst’ gezet. Hij figureert op die index tussen auteurs als Hitler, Himmler, muziekgroep Zyklon B, de film Der ewige Jude, ayatollah Khomeiny en scientologist Ron Hubbard. Jozef Stalin staat niet op de lijst met inmiddels 1677 titels.

Afanasjev, die eind jaren tachtig een geestverwant was van glasnost-ideoloog Aleksandr Jakovlev, maakt zich volgens de Russische regering schuldig aan ‘extremisme’ door een in 2011 geschreven essay over de mislukte liberalisering van Rusland. Het ministerie van justitie heeft dit artikel vorige week dinsdag op de ‘federale lijst van extremistisch materiaal’ gezet. Deze index fungeert als een zwarte lijst voor alle mediaproducties die in Rusland niet meer mogen worden verspreid.

Het verbod van werk van de nu 78-jarige van Afanasjev is een aanwijzing dat het Russische staatsapparaat niet meer alleen de jongeren in de afkalvende protestbeweging op straat in het vizier heeft, maar ook de uitingsvrijheid van de oudere sovjetelite en intelligentsia wil gaan beperken. Afanasjev schreef het nu verboden essay Is een liberale missie in Rusland mogelijk in februari 2011 niet voor een radicale oppositiegroep maar voor een liberale denktank van perestrojka-econoom Jevgenij Jasin. Deze denktank wordt gedragen door bekende intellectuelen, zoals journalist Igor Kljamkin, mathematicus Georgij Satarov en politicologe Lilia Sjevtsova, wier oeuvre op de Universiteit van Amsterdam wordt gedoceerd. Het artikel van Afanasjev verscheen later op de websites van Radio Svoboda en Het vrije woord.

Afanasjev is bovendien niet de enige ‘liberale’ auteur die via een rechterlijk vonnis tot zwijgen moet worden gebracht. Vorig jaar verbood een rechtbank in Omsk ook artikelen van de lokale socioloog Viktor Korb en de, in Nederland bekende publicist, Vladislav Inozemtsev. Dezelfde rechtbank in de Siberische stad verbood het vorige week geïndexeerde essay van Afanasjev.

Doel lijkt om stemming te maken en precedenten te scheppen. Rechtbank en ministerie hebben geen juridische argumentatie voor het pejoratief ‘extremistisch’ geopenbaard.

In het gewraakte essay analyseert Afanasjev op basis van culturele en sociaal-economische continuïteit in de Russische geschiedenis waarom de poging is mislukt om Rusland na de ontmanteling van de Sovjet-Unie te democratiseren. Hij hekelt de ‘systeem liberalen’ die toen, net als de bolsjewieken in 1917, in hun hervormingsdrift niet uitgingen van de historische ervaringen maar van een abstracte theorie. Uit de „mist” van hun collaboratie met Poetin doemt een „neo-totalitaire macht” op, schreef Afanasjev twee jaar geleden.

Afanasjev heeft een lange staat van dienst in de geschiedswetenschap én het maatschappelijk leven van Rusland. Hij was van 1954 tot 1991 lid van de communistische partij. Hij studeerde in Parijs aan de Sorbonne, raakte daar onder invloed van de Annales-school van Ferdinand Braudel en heeft honderden wetenschappelijk publicaties op zijn naam. Tevens was hij rector van het historische archiefinstituut en president van de staatsuniversiteit voor humaniora. Tussen 1989 en 1991 was hij lid van het eerste min of meer vrij gekozen sovjetparlement en bondgenoot van Boris Jeltsin.