Niet elke academische rel of ruzie is meteen ook een kwestie-Stapel

Zodra het woord plagiaat valt, slaat de koorts toe. De krant legde het uit, maar gaf er ook nog een klap op Dat heeft de krant weer mogen ervaren met de berichtgeving over het integriteitsonderzoek naar de Amsterdamse hoogleraar rechtswetenschap Peter Rijpkema. Rijpkema werd door een universitaire commissie op de vingers getikt wegens onzorgvuldige verantwoording

Zodra het woord plagiaat valt, slaat de koorts toe.

De krant legde het uit, maar gaf er ook nog een klap op

Dat heeft de krant weer mogen ervaren met de berichtgeving over het integriteitsonderzoek naar de Amsterdamse hoogleraar rechtswetenschap Peter Rijpkema.

Rijpkema werd door een universitaire commissie op de vingers getikt wegens onzorgvuldige verantwoording van bronnen in het leerboek Recht, een inleiding (2009). Dat bestaat grotendeels uit tekst uit een eerder leerboek (Recht, een introductie van de plotseling overleden P.W. Brouwer), waarvan de auteurs worden genoemd in een korte verantwoording. Maar alleen Rijpkema’s naam staat op het omslag en op het titelblad (als „redacteur”).

Volstrekt onvoldoende, vonden leden van zijn vakgroep en andere auteurs. Op advies van de raadsman ‘integriteit’ van de Universiteit van Amsterdam werd in de derde editie, in 2011, bij zijn naam toegevoegd „e.a.” (en anderen). Maar ook dat was nog onvoldoende, oordeelde de latere, externe onderzoekscommissie. Al concludeerde die ook dat er geen sprake was van plagiaat en dat Rijpkema op zichzelf „integer” had gehandeld.

Verslaggeefster Wubby Luyendijk zette de zaak uiteen binnenin de krant (Ongelukkig, mager, maar geen reden tot straf en Intellectuele zelfverrijking is iets anders dan pikken, 14 februari). Een bericht van haar op de voorpagina kreeg een keiharde kop (Hoogleraar schreef boek grotendeels over), die ook de site haalde.

Dat leidde tot een klacht van Rijpkema: hij geeft toe bij het maken van het boek – dat een nieuw leerboek moest worden, maar door tijdgebrek uiteindelijk een marginaal herschreven bundel werd – fouten te hebben gemaakt. Maar hij houdt vol nooit te hebben beweerd de auteur van het boek te zijn. Dus ‘overschrijven’? Een bevriende collega hekelde op de opiniepagina de berichtgeving als „fantasie” van een „op schandaal beluste scoopjager” (Plagiaat is het niet – kwaad is geschied, 19 februari).

Fantasie? Schandaalzucht?

Luyendijk had de informatie voor een artikel over de zaak al in november zo goed als rond. Collega’s moedigden haar aan te publiceren, maar Luyendijk wilde juist wachten op de uitkomst van het externe onderzoek naar de zaak dat de universiteit inmiddels had gelast – en dat gebeurde. Het artikel kwam pas toen dat rapport er was.

Rijpkema wordt in haar stukken ook niet direct beticht van plagiaat. Luyendijk werpt wel de vraag op waarom dit eigenlijk geen plagiaat „heet” en hoe de gang van zaken dan moet worden beoordeeld. Ze citeert oud-president Pieter Drenth van de KNAW, die niet betrokken is bij de zaak. Hij spreekt van „intellectuele zelfverrijking´´ en ,,oncollegiaal gedrag, geen plagiaat”.

Luyendijk noemde ook de ‘verantwoording’ die Rijpkema in de eerste editie plaatste, waarvan hij nu toegeeft dat die te summier was. Maar ze had beter óók dat titelblad kunnen vermelden, waarop hij als „redacteur” staat. Hoe preciezer, hoe beter, in delicate kwesties.

Op de voorpagina en de site ging de krant daarna in de overdrive.

Bij die loeiharde kop Hoogleraar schreef boek grotendeels over denk je aan een oplichter die stiekem overschrijft en nu dan is betrapt. Het bericht begon met de ‘onthulling’ van de affaire – die intern al woedt sinds 2009 – en niet met de conclusies van de commissie. Het bericht, met de opinie van Drenth er meteen in, werd er niet helderder op.

Rijpkema werkte niet stiekem. Leden van zijn vakgroep stemden, begrijp ik, in met een (eerst als reader bedoelde) verzameling stukken onder zijn redactie. Hun bezwaren betroffen de onvoldoende naamsvermelding en verantwoording.

Valt het dan allemaal wel mee?

Nee, helemaal niet.

Want het oordeel van de commissie liegt er niet om: ook in de derde editie had Rijpkema nog duidelijker moeten maken dat het om teksten van anderen ging die hij alleen maar had bekort, hun namen hadden op het titelblad moeten komen, en hij had preciezer moeten aangeven wat zijn ‘redactie’ had behelsd. Bovendien, hij geloofde aan een fiat van uitgeverij Boom genoeg te hebben om met het boek van Brouwer aan de slag te kunnen, maar hij én zijn vakgroep hadden ook diens erven om toestemming voor overname moeten vragen.

Slordigheid of niet, dat is een inbreuk op het auteursrecht.

Hoe het ook kan, laat dat leerboek van Brouwer zien: daar staan alle co-auteurs op het omslag. Dat was ingewikkelder bij het nieuwe boek, dat ook nog putte uit andere titels, maar better safe than sorry.

Nu blijkt uit de artikelen ook wel dat er een verschil bestaat tussen flagrant plagiaat en een hoog oplopend conflict tussen een hoogleraar en zijn medewerkers over de credits en verantwoording van een gezamenlijk leerboek. Maar de krant had die nuance ook op de voorpagina expliciet moeten aanbrengen.

Je zou trouwens ook meer willen weten over die vakgroep, waar de verhoudingen duidelijk allang verstoord zijn: wat voor vetes worden daar uitgevochten?

En de site had, in plaats van die identieke fragmenten uit de boeken van Brouwer en Rijpkema, beter de omslagen, titelbladen en verantwoordingen van alle edities kunnen laten zien – dan zie je tenminste waar we het over hebben.

Maar ja, zo gaat het, als het P-woord eenmaal is gevallen.

Het maatschappelijk klimaat speelt daarbij ongetwijfeld een rol: het spectaculaire bedrog van psycholoog Diederik Stapel is het frame geworden voor berichtgeving over wetenschappelijk wangedrag.

Maar niet iedere academische brokkenpiloot is meteen een Stapel – zo min als ‘geen plagiaat’ betekent dat er ‘niets aan de hand’ is.

Uit de inhoud van de artikelen was dat ook wel op te maken. Maar de krant had er vervolgens geen extra klap op moeten geven.