Ik wil graag sterven op het strand

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Door mijn ziekte ben ik een enorme liefhebber van vogels geworden. De tuin hangt vol vetbollen en vogelkastjes. Bonte specht, koolmees, roodborstje – van alles vliegt hier af en aan.”
„Door mijn ziekte ben ik een enorme liefhebber van vogels geworden. De tuin hangt vol vetbollen en vogelkastjes. Bonte specht, koolmees, roodborstje – van alles vliegt hier af en aan.”

„Ik volg deze serie al twee jaar. ‘Het laatste woord’ – voor mij geldt dat letterlijk, want ik ben nu in de fase gekomen dat mijn spraakvermogen begint uit te vallen. En ik wil dit verhaal zelf vertellen, nu het nog kan.

„In het begin heb ik echt tegen de ziekte gevochten. Voor onze zoon wilde ik nog zo lang mogelijk leven. Hij is nu vijftien jaar. Aan de neuroloog vroeg ik een keer: ‘Hoeveel tijd heb ik nog?’ Hij zei: ‘Je zult niet meer meemaken dat je zoon van de middelbare school komt.’ Toen heb ik ter plekke een knop in mijn hoofd omgezet.

„Begrijp me goed: Toon krijgen en bij ons hebben, is het allermooiste wat Anton en ik samen hebben meegemaakt in ons leven. Ik vind het verschrikkelijk dat ik er niet meer ben als Toon straks volwassen is, misschien ooit een vrouw krijgt, kinderen krijgt.

„Maar door het gesprek met de neuroloog besefte ik opeens: het maakt niks meer uit of ik nog maar een half jaar heb, of een jaar, of anderhalf jaar. Ik kan nog maar één ding doen: in het heden leven, niet in de toekomst, want die heb ik niet. En ik wil ook niet in het verleden blijven hangen, want ik ben niet meer degene die ik was. Acceptatie dat ik zou komen te overlijden, creëerde bij mij ruimte om te kunnen leven.

„Vanaf dat moment heb ik me gericht op ‘hier en nu’ en echt: daarin heb ik geweldige ontdekkingen gedaan. Relaties met heel veel mensen zijn zoveel intenser en intensiever geworden. Vroeger rende ik naar binnen bij Albert Heijn en dan dacht ik: als ik maar niemand tegenkom die een praatje met me wil maken... Nu geniet ik enorm van de mensen om me heen.

„Sinds ik ziek ben, organiseren mijn collega’s elke maand een borrel voor me. Dan gaan we met z’n allen, soms wel met twintig man, naar een café in de binnenstad van Groningen. We waren nooit zo’n afdeling die na werktijd nog iets leuks met elkaar ging doen. Nu wel, ze zetten mij midden in de groep. Als ik thuiskom, ben ik bekaf. Tegelijk geniet ik nog dagenlang na van al die warmte en gezelligheid.

„In huis hebben we hulp van persoonlijke begeleiders en van Buurtzorg, echt ongelofelijk lieve schatten allemaal. In de familie hebben we de traditie om jaarlijks een weekend naar Ameland te gaan, voor de halve marathon daar. Afgelopen najaar zeiden we: ‘Dat lukt ons niet meer’, waarop de meiden van Buurtzorg zeiden: ‘Hoezo niet?’ Alles hebben ze voor ons geregeld, in overleg met hun collega’s op Ameland, zodat ik er toch ook weer bij kon zijn.

„Buren koken voor ons. Vrienden en familie lopen in en uit. De huisarts komt elke week en hangt hier dan een tijdje op de bank. Ik geniet als mensen bij mij komen zitten.

„Natuurlijk heb ik ook die andere momenten: waarbij de muren op me af vliegen, waarin ik onmacht en frustratie voel wanneer ik niet meer uit m’n woorden kan komen of mensen niet meer begrijpen wat ik zeg. Ik wil absoluut niet de indruk wekken van ‘Halleluja, ik heb het Licht gezien.’

„Achter ons huis staat nu een soort bouwkeet, als een verpleeghuisje waarin alles is aangepast: het bed, de douche, de wc. Wel makkelijk, en ook fijn dat zoiets bestaat. Maar een tijdje geleden bedacht ik me: dat is niet de omgeving waarin ik uiteindelijk wil doodgaan.

„Waar wel? Bij deze ziekte moet je er op tijd bij zijn om je wensen voor euthanasie kenbaar te maken en vast te leggen. Ik wil heel graag in de buitenlucht m’n einde meemaken: op het strand, of aan de duinrand. Uitzicht tot aan de horizon, de wind, het ruisen van de golven, de lucht, de wolken – dat is mijn landschap, dat maakt mij gelukkig.

„Een maand of twee geleden zei ik dit tegen de huisarts, als idee, waarop hij zei: ‘Als je dat echt wilt, dan kan dat.’ Hij moet dan speciaal vergunningen aanvragen, dan krijg je ergens een afgeschermde plek toegewezen, waar je buiten het zicht van wandelaars en zo bent.

„Het liefst zou ik op het strand van Schiermonnikoog willen sterven. Alles wordt nu geregeld om dat mogelijk te maken zodra de ziekte mij totaal in z’n greep heeft gekregen en ik aangeef dat ik m’n grens bereikt heb.

„De dood is een surrealistisch gegeven. Ik kan me er niet zoveel bij voorstellen. Dat probeer ik dan ook maar niet. Het enige wat we zeker weten, is dat we allemaal doodgaan, vroeger of later. Daarom zeg ik: ‘Hou het licht, maak er geen zware toestanden van, want dat is totaal zinloos, voor iedereen.’”

Tekst & foto’s

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord