De te ideale schoonzoon

Bij Chileense wijn zoekt Harold Hamersma vaak tevergeefs naar de x-factor.

Regelmatig fungeer ik als telefonische wijnhulplijn. Dan krijg ik een belletje van een vriend of vriendin vanuit een supermarkt met de vraag welke wijn te kopen. „En niet te duur graag.” Zonder te weten bij welke grootgrutter er precies wordt geshopt, luidt mijn antwoord vaak: „Pak maar een Chileen. Altijd goed.” In dit antwoord zit echter zowel het succes van als de bedreiging voor de Chileense wijnindustrie verpakt.

Aan de ene kant heeft het Zuid-Amerikaanse land zich in korte tijd een vaste en vooral ook prominente plek verworven op het wereldwijntoneel. In Nederland staat Chili inmiddels op de derde plek van de ranglijst van best verkopende wijnlanden, achter Frankrijk en Zuid-Afrika. Waar is die enorme populariteit aan te danken?

Chili blinkt met name uit in wijnen tussen vier en zes euro, mondiaal het best verkopende segment. En wie Chileens koopt, krijgt eenvoudigweg meer wijn voor zijn geld. ‘Het paradijs voor wijnmakers’ zoals het land ook wel wordt genoemd, weet ieder jaar weer wijnen van een constante, gemiddeld goede kwaliteit te maken. Van wereldberoemde druiven. Vlekkeloos geproduceerd. Gepresenteerd in een tot in de puntjes verzorgde uitmonstering. Herkenbare wijnen, qua smaak en presentatie. Kortom, de lievelingetjes van de supermarktwijninkopers en van klanten.

Toch schuilt in dit succes ook een gevaar. Het risico op saai, voor de hand liggend, en verveling ligt op de loer. Wijn als de te ideale schoonzoon. Aurelio Montes, een van de grondleggers van het vooruitstrevende wijnhuis Viña Montes, gebruikt in een interview een sportanalogie: „Chili wordt wel gezien als de Roger Federer van de wijnwereld – een succesmachine die keer op keer uitstekend presteert, maar de felbegeerde X-factor ontbeert.” Volgens hem geldt dat overigens met name voor de rode wijn en komt deze kritiek niet zozeer van de wijndrinkers maar van de wijnjournalisten.

Ik herken mij daar wel in. Op een gegeven moment weet je bij god niet meer wat je moet schrijven over de zoveelste prima, keurige, goed gemaakte, leuk geprijsde cabernet sauvignon of merlot. Wijnschrijver Hugh Johnson omschreef het eens als: „Er zijn veel wijnmakers in Chili van wie de schone nagels laten zien dat ze niet dicht bij de grond staan.”

Gelukkig steekt Montes ook de hand in eigen boezem. „Misschien hebben we het onszelf al die jaren ook wel te makkelijk gemaakt en te lang gewacht met het onderzoeken van de mogelijkheden die nieuwe en koelere wijnbouwgebieden bieden. Een aantal van ons is daar al mee bezig, maar we moeten ook de anderen aan boord zien te krijgen. En dan volgt iets dat minstens zo lastig is: de wijndrinker duidelijk maken dat Chili meer is dan braaf rood.”

Nu heb ik deze overpeinzingen wel eens eerder mogen optekenen; in Australië. Daar voorzag het overkoepelende orgaan Wine Australia in een masterplan waarmee het land eerst als wijnland op de kaart diende te worden gezet. Daarna diende er verdieping gezocht te worden door de karakteristieken van de verschillende regio’s te benadrukken. Om vervolgens via stap drie successen te boeken met minder bekende – of ‘eigen’ druiven.

Onderscheid en eigenheid lijken in de toekomst voor Chileense wijnproducenten betere wapens dan de prijstang. Toch zal het nog even duren voordat de supermarktwijndrinker het andere gezicht van Chili te zien zal krijgen. Al is het maar omdat de nieuwe wijngaarden, met bijvoorbeeld cabernet franc en carignan of de herontdekte autochtone druiven maule en itata, die hoeveelheden nog niet aankunnen. Wie al wil kennismaken met het andere Chili hoeft echter niet op een droogje te zitten. Denk dan eens aan Montes Alpha 2010, van Chili’s eigen druif de carmenère. Of anders aan De Martino Syrah 2011 uit de piepkleine Choapa Valley. De een is een niet wereldberoemde druif. De ander komt uit een onbekende vallei. Ziehier het abc van de x-factor.