Banen genoeg, maar bijna niemand die het kan

Stel: je bent een technologiebedrijf en hebt plots 1.200 vacatures te vullen. Dat is bijna onmogelijk, weet ASML. De chipmachinemaker uit Veldhoven speurt over de hele wereld naar de juiste mensen.

Het kost ASML 1,5 tot 2 jaar om een nieuwe technicus in te werken. „Je moet dus zeker weten dat het de juiste persoon is.”
Het kost ASML 1,5 tot 2 jaar om een nieuwe technicus in te werken. „Je moet dus zeker weten dat het de juiste persoon is.” Foto Hollandse Hoogte

Het moet een raar gezicht zijn in de metrogangen van Seoul: reclameborden voor het Nederlandse bedrijf ASML. Ze moeten Zuid-Koreaanse studenten lokken naar Veldhoven. Van een miljoenenstad naar een middelgrote gemeente in Noord-Brabant. De chipmachinemaker doet er alles aan om technici van over de hele wereld te verleiden voor een carrière in Nederland te kiezen.

In veel branches is het vechten voor een baan. Zo niet in de techniek. Deze sector wordt gehinderd door een schrijnend tekort. Als er niets gebeurt, kan dat in 2016 oplopen tot 155.000 mensen, van mbo- tot universitair niveau. Dat is een probleem in heel Nederland en vooral voor ASML: van de veertig afgestudeerde werktuigbouwkundigen hebben misschien vier of vijf de juiste vakken gedaan voor ASML. En die kiezen heus niet alle vijf voor Veldhoven.

ASML groeit enorm. Het is nu het op vier na grootste beursfonds van Nederland. In juli sloot het bedrijf, dat machines produceert waarmee computerchips worden gemaakt, megadeals met onder meer Intel en Samsung. Dat creëerde in één klap 1.200 nieuwe vacatures, bovenop de 9.890 medewerkers die ze eind 2011 al hadden – meer plekken dan de Nederlandse arbeidsmarkt kan vullen. Inmiddels zijn 750 plekken gevuld, voor de overige plekken is het bedrijf op korte termijn nog hard op zoek.

Zuid-Korea, Taiwan, India, Italië, Spanje, Roemenië – noem een land en ASML haalt er mensen vandaan. Maar het probleem is: in Roemenië of Zuid-Korea kennen ze ASML niet. Hoe vind je dan de juiste mensen?

Door niet te wachten tot de kandidaten naar je toe komen. Met reclame. Door te netwerken. Hank Oosterbaan (45) geeft leiding aan een team van zeven mensen met maar één doel: „Nieuwe internationale markten aanboren.” Vanuit ‘de Toren’, het enige gebouw op de ASML-campus waar geen technici zitten, legt hij uit hoe ze dat doen.

Casus Zuid-Korea: hoofdstad Seoul kent bijna veertig universiteiten. Daarvan sluiten slechts enkele aan op het profiel van ASML. Oosterbaans team richt zich op zes technische universiteiten met de juiste studies, uiteenlopend van werktuigbouwkunde tot wiskunde. Er wordt een lokaal marketingbureau in de hand genomen voor een campagne. Rond de universiteiten, op de campus en op metrolijnen van en naar die universiteit worden reclameborden opgehangen. En op die universiteiten worden lezingen georganiseerd, workshopdagen, netwerkborrels. ASML probeert een netwerk op te bouwen van bevriende hoogleraren. Want wie is er beter geschikt voor cherrypicking, het selecteren van de talentvolste studenten?

Op die manier horen Zuid-Koreanen waarschijnlijk voor het eerst de naam van ’s werelds marktleider op het gebied van geavanceerde chipmachines. Daarnaast wordt de huidige medewerkers gevraagd om hun eigen netwerk uit te buiten en mee te zoeken naar talent in hun thuisland. De echte toppers worden actief door ASML benaderd, anderen nemen zelf contact op.

Kandidaten ondergaan een rigoureuze screening. Eerst over Skype. „Vanuit Nederland moet worden bepaald of de kandidaat een match is, of hij of zij in het team past”, vertelt Oosterbaan. Zo ja, dan wordt de potentiële nieuwe werknemer ingevlogen voor een persoonlijke sollicitatie in Veldhoven.

ASML zoekt veel mensen, maar moet altijd oppassen met wie ze aannemen. Het werk is specialistisch, en daarin schuilt een gevaar. „Het kost zeker anderhalf tot twee jaar om een nieuwe technicus in te werken”, zegt hr-manager Marque Drayer (38). „Voordat ze het maatwerk helemaal onder de knie hebben. We wagen de investering pas als we zeker weten dat de kandidaat de juiste persoon is.” Dat is ook de reden dat ASML zich richt op pas afgestudeerden. „Het is bijna onmogelijk om buiten ASML relevante werkervaring op te doen: je moet mensen altijd intern opleiden.”

Het huidige personeelsbestand van ASML telt tachtig nationaliteiten. Ongeveer eenderde van de nieuwe aanwas komt uit het buitenland. Waarom kiezen al deze talentvolle buitenlanders voor een carrière in Veldhoven?

„Wat wij doen is eigenlijk onmogelijk”, zegt Jos Vreeker (57). Zichtbaar trots toont hij de steriele fabricagehallen van de ASML-campus. Deze rondleiding gaf hij ook aan enkele ministers, „leuke lui”. Overal scharrelen technici rond, van top tot teen gestoken in gekleurde stofafwerende pakken met sloffen en een hoge vierkante muts. Ze zien eruit als hightechnonnen. Ze werken in drie shifts, dag en nacht: de productie van de chipmachines staat nooit stil.

Mensen kiezen niet voor ASML, zegt Oosterbaan, omdat wij meer betalen dan anderen of veel betere voorzieningen bieden. „Wij maken machines die kunnen wat drie jaar geleden voor volstrekt onmogelijk werd gehouden. Dat is waarom de techneuten naar Veldhoven komen.” Ze worden uitgedaagd. „Wat wij hier doen, het niveau van onze research and development, dat zie je eigenlijk nergens anders ter wereld. Dit is de frontlinie, en dat is de reden dat we betrekkelijk weinig moeite hebben om mensen te overtuigen om hierheen te komen. Daar zijn geen exorbitante lokkertjes voor nodig.”

Het startsalaris voor een techneut ligt tussen de 37.000 en 44.000 euro per jaar – hoog, maar geenszins een fortuin – en hoewel ASML nieuwelingen wel wil koppelen aan makelaars en helpen met visa en belastingzaken, moeten ze zich verder zelf zien te redden in Brabant.

Dat is geen probleem, zegt Giovanni Imponente (36), sinds afgelopen zomer werkzaam bij ASML. De Italiaan werkte al vijf jaar als techneut in Rome toen hij een e-mail kreeg van een recruiter. Ze was zijn cv tegengekomen. ASML? Nog nooit van gehoord, dacht hij, en verscheepte de mail naar zijn spambox. Tot hij later opnieuw een vacature van ASML tegenkwam. „Ik heb een nogal specifieke achtergrond”, vertelt hij. „De vacature die ik vond, leek voor mij gemaakt. Die zou je nergens anders ter wereld vinden.” Hij deed een interview via Skype en mocht langskomen voor een persoonlijk gesprek. „Tien dagen na mijn mail was ik aangenomen.”

Wat ook meespeelt bij de keuze, zegt Elena González Vicente (26), is de omgeving van Veldhoven. „Dit is het hart van de technologische evolutie”, zegt ze. De pas afgestudeerde Spaanse werkt sinds een paar maanden bij ASML. „Hier gebeurt het. Eindhoven heeft een ijzersterke internationale reputatie en de werkvoorzieningen zijn super.”

De Technische Universiteit Eindhoven staat niet voor niets in die regio. Eindhoven werd door Financial Times uitgeroepen tot ‘European city of the future’ en Fortune noemt de regio één van ’s werelds nieuwe ‘Silicon Valley’s’. De actieve technieksector in de regio en de universiteit voeden elkaar. „En het is ook nog prachtig groen”, lacht de Italiaan Imponente. „Een paar jaar terug heb ik met mijn familie door Nederland gereisd en toen zijn we verliefd geworden op de regio.” Hij woont nu in het dorpje Eersel, tien kilometer van de campus. „Elke dag rijd ik door groene heuvels en bossen om op mijn werk te komen. Heerlijk.”

Oosterbaan: „Voor bijvoorbeeld Taiwanezen, Roemenen en Koreanen is Nederland op zich al verleidelijk, met goed geregelde verzekeringen, zorg en pensioenopbouw. En voor Europeanen: Veldhoven ligt dichtbij het vliegveld. Die kunnen gewoon in het weekend naar huis vliegen.”

Toch hebben Nederlanders, wat ASML betreft, altijd een streepje voor. Niet door de taal, zegt Marque Drayer, maar om hun directheid. „Dat directe, waar we internationaal om vervloekt worden, dat vinden wij hier heel belangrijk. Je kunt de briljantste denker uit India laten komen, maar als hij zijn mond niet opentrekt dan heb je daar heel weinig aan.” Daarom gaat ASML met een stofkam door de studenten van de universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente heen. Het opleidingsniveau in Nederland is hoog en wat studenten leren, sluit goed aan bij wat ASML nodig heeft. Maar er zijn nou eenmaal te weinig afstudeerders om de grote honger van ASML te stillen.

De voertaal bij ASML is Engels, al is er – met name in ‘de Toren’ – genoeg Nederlands te horen in de gangen. Dat zal minder worden naarmate de andere vacatures worden gevuld. Ondertussen kampt het bedrijf met een schreeuwend ruimtegebrek en is het hard op zoek naar mogelijkheden om uit te breiden. Maar 1.200 vacatures, daar is nauwelijks tegenop te bouwen. De betonnen campus is dan ook één grote bouwplaats.

Maar niet alleen omdat er wordt gebouwd. Grote lappen grond liggen braak omdat er overal groen wordt aangelegd: parkjes, tuintjes, een vijver. Al die wereldwerkers moeten zich er tenslotte toch een beetje thuis kunnen voelen.