Al het geld gaat naar Amsterdam

Gelukkig heeft Nederland geen districtenstelsel. Oh nee? Waarom weet Amsterdam dan een overmaat aan Haagse gelden naar zich toe te trekken, vraagt Johan Schaberg zich af.

Waarom weten sommige gebieden zoveel meer publieke middelen naar zich toe te slepen dan andere? In Amerika, waar de politieke vertegenwoordiging in het Huis van Afgevaardigden via het districtenstelsel is geregeld, hebben ze daar een pakkend begrip voor: pork barrel, wat zoveel betekent als vleespot. Vóór diepvries en conserven had een gezin een vat met gepekeld vlees in de provisiekelder, een buffer om de winter door te komen. Wie dat vat mede vulde, kon op waardering rekenen.

Zo ook nu in de politiek. Leden van het Huis van Afgevaardigden maken deel uit van het politieke circuit in Washington, niet hoofdzakelijk voor het algemene - of landsbelang, maar om zo veel mogelijk binnen te halen voor hun kiesdistrict. ‘Pork’ betekent niet langer ‘varkensvlees’, maar ‘van een hogere overheid in de wacht gesleepte publieke middelen ten bate van een lager niveau’.

We doen het allemaal en het gebeurt overal. Gemeentesubsidie voor een straatfeest is pork. Europese graansubsidies voor Franse boeren zijn pork. Thatchers uitroep ‘I want my money back’ is pork.

Natuurlijk leidt dit gedrag niet tot de optimale aanwending van middelen die een rationeel politiek econoom – als die al te vinden is – zich zou wensen. Het karikaturale voorbeeld van de onzin waar pork toe kan leiden, is de ‘brug naar nergens’. De brug moest de vijftig inwoners van Gravina Island verbinden met Alaska’s vasteland. Geraamde kosten een krappe 400 miljoen dollar.

Het project werd geschrapt, maar men bouwde wel voor 25 miljoen dollar wel een weg die aansloot op de brug die er nooit zou komen. Het argument: het was federaal geld, en als werd het niet gebruikt, moest het worden teruggestuurd.

Dat is de kracht én het gevaar van lokale belangen die mogen omgaan met grote bedragen, en er zelfs vaak verantwoordelijkheid voor dragen. „Gelukkig hebben wij geen districtenstelsel en die bijbehorende toestanden”, verzuchten wij dan soms.

O nee? Waarom slaagt Amsterdam er dan telkens opnieuw in een overmaat aan Haagse gelden naar zich toe te trekken? Een plausibele verklaring ligt in de onevenredig zware vertegenwoordiging van Amsterdam. Een paar snelle cijfers. Amsterdam heeft 790.000 inwoners, 4,7 procent van de bevolking. Zestien leden van de Tweede Kamer wonen in Amsterdam, ruim tien procent. Vier ministers en staatssecretarissen hebben er hun huis staan, ofwel twintig procent.

Het is begrijpelijk dat deze Kamerleden en bewindslieden zich nauwer betrokken voelen bij Amsterdamse dan Noord Groningse onderwerpen. Al is het alleen maar omdat ze zich een beeld kunnen vormen van wijken en straten waar iets moet gebeuren.

Dat er Haags geld naar Amsterdam vloeit om het Rijksmuseum opnieuw in te richten, is te verdedigen als een nationaal belang. Een museum in de wereldtop is goed voor het prestige van een land. Hetzelfde valt nog te zeggen van het Stedelijk Museum. Maar een metrolijntje van amper tien kilometer dat ruim drie miljard euro moet kosten, waarvan de helft voor rekening van het Rijk? Dat is 90 euro uit de portemonnee van elke Nederlander, en voor iedere Amsterdammer bijna tweeduizend er in. Iets doen ze goed, die Amsterdammers. Terwijl de arme mensen in Noord Groningen, waar het gas vandaan kwam waarmee al die luxe is betaald, het nakijken hebben door de scheuren in hun verzakkende muren.

Het is allemaal pork, het komt er bij Amsterdam in, en de rest van het land betaalt. Het mechanisme erachter is onevenredige vertegenwoordiging.

Het moet gezegd worden, Amsterdam is niet te beroerd om binnengehaalde pork met anderen te delen.

We hebben een districtenstelsel in dit land, alleen we benoemen het niet zo. En Amsterdam is met afstand het grootste en zwaarst vertegenwoordigde district. Een meerderheid van de Heeren Zeventien uit de tijd van de Oost-Indische Compagnie, acht man, kwam ook uit Amsterdam, maar dat was op basis van ingebracht geld. Diezelfde oververtegenwoordiging leidt nu tot een overmaat aan afgeroomd geld.

Het komt allemaal in een schril licht te staan rond de voorgenomen vernieuwing en vergroting van de grote zeesluis bij IJmuiden. Die moet geschikt worden gemaakt voor nog grotere zeeschepen, heet het, ten behoeve van de Amsterdamse haven. De kostenraming nu is 848 miljoen, maar bij zulke openbare projecten wordt het altijd meer. 65 Procent of een half miljard komt voor rekening van het Rijk, dus onder anderen de mensen uit Groningen.

En waarom? Een haven heeft een beperkt eigen economisch stuwvermogen. Het achterland bepaalt wat er wordt verdiend. Dat is West-Europa, en Rotterdam, Antwerpen en Hamburg zijn de natuurlijke aanvoerhavens voor dat gebied. Er is geen rederij extra die deze kant uit komt omdat Amsterdam grotere zeeschepen kan ontvangen; volume dat straks naar Amsterdam gaat, raakt Rotterdam kwijt. Goederen die Amsterdam of Zaandam als bestemming hebben, kunnen altijd via de bestaande sluis.

Superbulkgoederen die daar niet doorheen kunnen, gaan veel economischer via Rotterdam. Als ze daar efficiënt goederen naar Bazel en Neurenberg kunnen brengen, kunnen ze dat zeker naar Amsterdam. Amsterdam heeft geen achterland, Amsterdam is achterland.

Nu moet er worden bezuinigd, ook op het departement van Infrastructuur en Milieu. Er worden al alarmerende proefballonnen opgelaten over minder geld voor asfalt en het spoor. Maar niemand rept over de voor de hand liggende mogelijkheid een half miljard te besparen door de Amsterdamse sluis te schrappen. Het is alsof er een cordon van samenzwerend stilzwijgen omheen staat; alsof het onbespreekbaar is dat Amsterdam zijn zeesluis en vooral zijn half miljard niet zou krijgen. Raadselachtig. Tenzij het te maken heeft met de overmatige vertegenwoordiging van het kiesdistrict Amsterdam in de rijksoverheid.

Vertegenwoordigers uit de kiesdistricten Noord, Overijssel, Brabant en nog heel wat andere, let op uw zaak! Een extra half miljard pork voor Amsterdam is niet gratis. Het wordt betaald door uw kiezers, langs de weg van hogere belastingen, uitgeklede voorzieningen en niet gerepareerde scheuren in verzakte Groningse woningen. Want daar is geen geld voor.

Johan Schaberg is ondernemer, adviseur en medewerker van NRC Handelsblad