Pieter Cloo heeft geen vrienden nodig

Pieter Cloo moet veel veranderen op Justitie. Maar gaat de hoogste ambtenaar – type ‘aanpakken’ – daarin slagen?

Secretaris-generaal Pieter Cloo in zijn werkkamer op het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Secretaris-generaal Pieter Cloo in zijn werkkamer op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Foto David van Dam

Moe, maar voldaan – zo voelden 1.600 man van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) zich nadat ze in 1998 varkenspest én gekkekoeienziekte onder controle hadden gekregen. „En toen kwam Pieter Cloo”, herinnert voormalig RVV’er John Borgmeier zich de nieuwe directeur. „Forse man, flinke basstem. Hij begon hij ons op de man af ongemakkelijke vragen te stellen. Of we het echt wel zo goed hadden gedaan als we dachten? Waarom we het niet anders hadden aangepakt? We wisten niet wat ons overkwam.”

Het was Pieter Cloo ten voeten uit. Hij kwam opschudden. Aanpakken. Mede daarom trok VVD-minister Ivo Opstelten hem oktober vorig jaar aan als secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar op Veiligheid en Justitie. Opstelten wilde iemand die de verschillende onderdelen van de justitiële organisatie beter zou laten samenwerken. Die de introductie van de nationale politie kon begeleiden. Die, bovenal, uitvoerende diensten kon stroomlijnen die Justitie erbij heeft gekregen, zoals COA (opvang asielzoekers) en immigratiedienst IND.

Bijna honderd dagen later – Cloo begon eind november – heeft de nieuwe ‘sg’ een keerpunt bereikt, vertellen betrokkenen. Hij begon als typische interim-manager: alles moest anders en hij trok zware dossiers naar zich toe. „Daarmee wekte Cloo irritatie van topambtenaren, die bovendien weinig moesten hebben van zijn taalgebruik”, zegt een insider die anoniem wil blijven. Zo noemde Cloo het departement De Firma. Om resultaat te boeken, zal zijn aanpak moeten veranderen, menen ingewijden. „Nu moet hij de omslag maken van interim-manager naar bestuurder”, aldus de ingewijde. „Iemand die anderen de ruimte geeft, maar wel met hen de gewenste resultaten weet te bereiken.”

Crises en reorganisaties bepalen de loopbaan van de 54-jarige Pieter Cloo. Afkomstig uit de ‘hardwerkende Friese middenklasse’, zoals hij dat zelf omschrijft, werkte hij na studies rechten en bedrijfskunde als afdelingshoofd bij het ministerie van VROM en als bestuurder bij entertainmentbedrijf Strengholt. In 1998 wilde hij iets groters aanpakken. „Ik heb een fysieke gesteldheid die mij heel geschikt maakt om te opereren in hectische situaties”, verklaart hij tegenover deze krant. „Bij stevige druk word ik juist rustig. Ik kan dan snel handelen, maar altijd met overzicht.”

Bij de RVV werd Cloo op zijn wenken bediend. De dienst was naar binnen gekeerd, kampte met fraude. De nieuwe directeur moest vernieuwen en zorgde voor een staf die hem wilde volgen, vertelt Hage Postema, destijds hoofd ruimingen, nu interim-manager. „Het jaknikkersgehalte van de organisatie nam toe. Er kwam een veranderkrantje met van die blije jehovagezichten erin.”

Dierenarts Hans Claus, destijds RVV-bestuurder, was blij met Cloo. „Ik had grote bewondering voor hem”, zegt Claus. „Hij had een enorme werklust en wist wie hij op welke plek moest zetten. Maar mensen waren ook beducht of zelfs bang voor hem. Pieter Cloo was niet geliefd. Hij sprak mensen heel direct aan.”

Daadkracht toonde Cloo ook in 2001, toen een mond-en-klauwzeerepidemie uitbrak. Meer dan 300.000 dieren moesten worden geruimd, wat leidde tot heftige taferelen. Tjibbe Joustra, toen de hoogste ambtenaar op Landbouw: „Pieter belde mij een keer vanaf het dak van het gemeentehuis in Barneveld dat werd belegerd door boze boeren.”

„Zonder Pieter Cloo was het me nooit gelukt de mond-en-klauwzeer onder de knie te krijgen”, vertelt toenmalig minister Laurens-Jan Brinkhorst (D66). „Te midden van huilende meisjes die hun geitje moesten afstaan, hield Pieter het hoofd koel.”

Brinkhorst noemt Cloo „een typische VVD’er, iemand die prima past in het team Opstelten-Teeven”. Hij is „het absolute tegendeel” van zijn voorganger Joris Demmink. „Die dacht heel juridisch”, zegt Brinkhorst. „Cloo is geen groot jurist. Dat heeft hij trouwens ook wel eens over zichzelf gezegd. Het is absoluut niet iemand die met een stofkam door allerlei wetsteksten gaat, of bekijkt of iets wel volgens de laatste letter kan of deugt.” Zelf zegt Cloo hierover: „Ik heb bij mijn rechtenstudie gewoon aan alle verplichtingen voldaan, met de mr-titel als resultaat.” Voor zijn eindscriptie behaalde hij overigens een acht.

Joustra en Cloo bleven na Landbouw samenwerken. Vanaf 2002 reorganiseerden ze samen uitkeringsinstantie UWV. Daarbij ging het nodige mis, bleek uit nader onderzoek. De herinrichting van twee directie-etages van het nieuwe hoofdkantoor in Amsterdam werd onnodig duur uitgevoerd, sommige Europese aanbestedingsregels waren niet gevolgd.

„Bestuurlijk liet het toenmalig management flinke steken vallen”, zegt oud-PvdA-politicus Wim Meijer, die het onderzoek uitvoerde. „Veel fouten waren echter terug te voeren op de hoge snelheid waarmee alles was gebeurd. Ik leerde Pieter Cloo kennen als een gedecideerde man.”

Verantwoordelijk minister Aart Jan de Geus (CDA) en de Kamer waren not amused. UWV-topman Joustra moest vertrekken. Cloo, wiens hoofd De Geus ook had geëist, bleef halsstarrig zitten. Hij had toch niks fout gedaan? „Terecht”, zegt Joustra nu. „Dat ik wegging, was eigenlijk al gek. Dat Cloo bleef zitten, was terecht. De Geus had niets tegen ons in handen.”

Een jaar later, in 2006, vertrok Cloo alsnog. Hij werd partner bij advies- en managementbureau Boer & Croon.

Een crisismanager die nooit ergens lang bleef, is dat de juiste sg op Justitie? Tjibbe Joustra, die Cloo’s naam bij de sollicitatiecommissie noemde, vindt van wel. Hij zegt dat het departement „de bewezen ervaring van Cloo met uitvoeringsorganisaties goed kan gebruiken. Knappe wetgevingsjuristen zijn er al genoeg op het departement.”

Anderen die intensief met Cloo samenwerkten, hebben twijfels of hij een effectief bestuurder kan worden. „Justitie moet zeker worden opgeschud”, zegt oud-RVV-bestuurder Postema, „maar de vraag is of Cloo daar de aangewezen persoon voor is. Daarvoor werkt hij te veel top-down, opereert te directief, en houdt te weinig rekening met kritiek. Bovendien vind ik het nogal apart dat iemand die ervan blijk heeft gegeven bepaald geen groot jurist te zijn, op zo’n sleutelpositie bij Justitie terechtkomt. Zijn benoeming is op z’n minst een gok.”

    • Kees Versteegh