Lega Nord gokt op meer autonomie voor noorden

De Lega Nord, die dit weekeinde bij de regionale verkiezingen in Lombardije de grootste partij kan worden, is niet geïnteresseerd in Italië.

Op het centrale plein van Osio Sotto deelt Tony Iwobi verkiezingsfolders uit. Een voorbijganger neemt er één aan, ziet het partijlogo en kijkt naar het zwarte gezicht van Iwobi. De in Nigeria geboren politicus is kandidaat van de Lega Nord, de rechtse Noord-Italiaanse partij die haar eis voor (meer) regionale autonomie combineert met een hard discours tegen immigratie. Iwobi: „Kan ik op uw stem rekenen?”

Tegelijk met de landelijke parlementsverkiezingen kiest Lombardije zondag en maandag een gouverneur en regioparlement. Dat heeft nationaal gewicht nu de Lega Nord kans maakt de economisch sterke regio van 10 miljoen inwoners te gaan besturen. De partij regeert al in naburige regio’s Veneto en Piemonte. Bij winst in Lombardije ontstaat een breed noordelijk Lega-front dat van Rome een gunstiger belastingregime eist. Het zou het eerste probleem van de nieuwe landelijke regering zijn.

Voordat hij regionaal kandidaat werd, was Iwobi jaren gemeenteraadslid in Spirano, nabij Bergamo. Hier trok de Lega vijf jaar geleden de aandacht met een verbod op kebabrestaurants in historische stadscentra. Een besluit dat gelovig christen Iwobi verdedigtmet een beroep op gebrekkige voedselhygiëne in deze horeca, vaak gerund door moslims.

Maar liever stuurt Iwobi het gesprek naar de crisis. „Immigratie is deze campagne een ondergeschikt thema. De crisis toont dat wij niet langer de locomotief kunnen zijn die het hele land trekt. De belastingen worden almaar opgevoerd. Als we een groter deel zelf houden, kunnen we dat herinvesteren in de regio. En als het goed gaat met Lombardije, gaat het goed met de immigranten hier.”

Onder haar nieuwe leider, Roberto Maroni, heeft de Lega dit jaar afscheid genomen van de hardste immigratiestandpunten. De verkiezingsbelofte van Maroni luidt dat hij driekwart van de in Lombardije geïnde belastingen in de regio wil houden. Nu is dat ongeveer tweederde.

Maroni volgde in april 2012 partijoprichter Umberto Bossi op. Die moest aftreden omdat hij en zijn familie uit de partijkas zouden hebben gestolen. Maroni is meer bestuurder dan populistisch politicus. Bij een bijeenkomst van de jeugdbeweging van de Lega in een uitgaanswijk van Milaan oogt hij opgelaten als de aanhang scandeert: ‘Vrijheid’. Sara Scalia zwaait met een vlag waarop Padania staat. Het is het door Bossi aangewezen ‘land’ van de Lega, vernoemd naar de laagvlakte rond de Po-vlakte. „Net als Schotland of Catalonië moeten wij een referendum krijgen”, zegt de 23-jarige Scalia.

Matteo Salvini, de tweede man van de Lega, is voorzichtiger. „De eerste stap is dat we 75 procent van de belastingen houden.”, zegt hij. Hij erkent dat de Lega het daarmee de staat moeilijker maakt de overheidsfinanciën op orde te brengen. „Maar Italië is toch al failliet. Ja, wij zijn als ratten die het zinkende schip verlaten.”

De belangrijkste rivaal van Maroni is Umberto Ambrosoli van de centrumlinkse Democratische Partij (PD). De advocaat (41) voert campagne als buitenstaander die het oude systeem wil opschudden. Hij is de zoon van een door de maffia vermoorde advocaat. Ambrosoli vreest de reactie van de financiële markten als de Lega de gouverneursrace wint. „We dreigen in handen te vallen van een partij die in Italië noch Europa gelooft”, vertelt hij staande voor het Milanese beursgebouw.

Ambrosoli’s belofte van regeneratie valt in goede aarde in Milaan, dat in 2011 een linkse advocaat als burgemeester koos. De rest van Lombardije geldt als rechtser. In een tabakwinkeltje bij het voetbalstadion in Bergamo heeft eigenaar Enrico Bugatti twee folders op zijn toonbank liggen. Van de Lega en van Beppe Grillo, de komiek die de hele politieke klasse naar huis wil sturen.

Bugatti snapt dat de belastingbelofte van Maroni gehoor vindt. Hij trekt de sjaal om zijn nek aan: „Wij kleine ondernemers worden verstikt door Rome.” Zelf zou hij nooit op de Lega stemmen. Hij woont in een dorp met 700 zielen, dat moet fuseren. „Maar onze Lega-bestuurders willen hun baantje niet kwijt. Ze zijn even fout als de rest.”

In de laatste opiniepeilingen die voor de stembusgang gepubliceerd mochten worden, stond Ambrosoli een paar procentpunten achter op Maroni. Maar sindsdien is er een schandaal uitgebroken, dat het door Maroni gekoesterde imago van ferm misdaadbestrijder schaadt. De topman van het deels door de staat gecontroleerde defensieconcern Finmeccanica (tevens moederbedrijf van de maker van de Fyra) zou in een eerdere functie steekpenningen hebben betaald. De topman werd in 2011 door de vorige regering-Berlusconi benoemd op voorspraak van de Lega.

Maroni’s Lega heeft bovendien een omstreden pact met Berlusconi’s partij Volk van de Vrijheid (PdL). Maroni is in Lombardije de gezamenlijke kandidaat van rechts. In ruil trekt de Lega met de PdL samen op in de landelijke verkiezingsrace.

Zo hoopt Maroni met name in de senaat invloed te verwerven. „Maroni is alleen geïnteresseerd in Lombardije”, vertelt Matteo Pandini, journalist van Libero, een rechtse krant die dicht bij de PdL en de Lega staat. Pandini volgt Maroni en de Lega al jaren. „Het enige landelijke belang dat hij heeft, is dat de volgende regering in Rome zo instabiel mogelijk is. Dan kan de Lega veel eisen.”