Een kansloos huwelijk

Geen groter contrast in staatsbestel, leefwijze, onderwijs en welvaart dan tussen Noord- en Zuid-Korea. De verschillen verklaard.

05 Jul 1987 --- Guards stand at attention at the border between South and North Korea. | Location: Border of South Korea and North Korea. --- Image by © Patrick Robert/Sygma/CORBIS
05 Jul 1987 --- Guards stand at attention at the border between South and North Korea. | Location: Border of South Korea and North Korea. --- Image by © Patrick Robert/Sygma/CORBIS © Patrick Robert/Sygma/CORBIS

Tevreden zagen de leden van een Noord-Koreaanse delegatie hoe hun Amerikaanse gastheren in New York zich het vuur uit de sloffen liepen om het hun naar de zin te maken. Terwijl Korea toch echt al jaren zijn kinderen taalles geeft met zinsneden als ‘Wij hebben Amerikanen gedood, wij doden Amerikanen, wij zullen Amerikanen doden’.

De Noord-Koreaanse functionarissen lieten zich fêteren in het exclusieve restaurant 21 Club en werden voorgesteld aan Amerikaanse diplomatieke zwaargewichten. Doel van deze informele bijeenkomst, in april 2005, was de Noord-Koreanen terug te leiden naar de onderhandelingstafel voor overleg over hun nucleaire activiteiten.

Het lukte. De Noord-Koreanen beloofden weer mee te doen. Maar Victor Cha, die erbij was en het voorval noemt in zijn boek, The Impossible State, hield een wrange nasmaak over aan die avond. ‘Zouden de Noord-Koreanen ooit de binnenkant van 21 Club hebben gezien’, vroeg hij zich af, ‘als ze geen kernwapens hadden? Zouden ze het glas heffen met de iconen van de Amerikaanse buitenlandse politiek als ze uit een arm land waren gekomen zonder nucleaire wapens? Jezus, waarom zouden ze ooit hun kernwapens opgeven?’

En dat was nog anderhalf jaar vóór Noord-Korea’s eerste kernproef. Vorige week volgde nummer drie: weer krachtiger dan de voorgaande en ditmaal uitgevoerd op last van Kim Jong-un, de nieuwe leider. En zoals Cha al voorvoelde, peinzen de machthebbers in Pyongyang er niet over hun kernwapens op te geven. Sterker nog, ze zouden hun expertise heel wel kunnen verkopen aan welke bieder ook.

Noord-Korea blijft een van de raadselachtigste staten ter wereld. Het is het laatste land dat vasthoudt aan een stalinistisch getint politiek systeem. Tot en met een ‘Goelagarchipel’, met zo’n 150.000 tot 200.000 gevangenen die vaak niets ernstigers op hun kerfstok hebben dan dat ze vergeten waren het verplichte portret van vader des vaderlands Kim Il-sung tijdig af te stoffen. Martelingen en executies zijn er aan de orde van de dag.

Het is bovendien een land dat er al decennia lang niet in slaagt zijn eigen bevolking adequaat te voeden. In de jaren negentig kwamen ruim 600.000 mensen om het leven bij een hongersnood, zo’n drie procent van de bevolking. Ongeveer een derde deel van de bevolking leeft in diepe armoede. Noord-Koreaanse kinderen van zeven zijn gemiddeld 20 centimeter korter en tien kilo lichter dan hun Zuid-Koreaanse leeftijdgenootjes.

In zijn interessante, soms wat uitgesponnen boek probeert Victor Cha een beeld van dit merkwaardige land te geven, dat hij niet ten onrechte The impossible state noemt en ook wel ‘een ongeluk van de geschiedenis.’ Hij verkeert in een goede uitgangspositie. Cha is zelf van Koreaanse afkomst en werkte behalve als academicus tussen 2004 en 2007 ook als adviseur van president George Bush Jr, waardoor hij – mogen we aannemen – toegang had tot meer bronnen dan professoren of journalisten, zoals tot materiaal van inlichtingendiensten.

Maar ook Cha blijkt beperkt zicht te hebben op het reilen en zeilen in de hoogste kringen van Pyongyang. En ook hij heeft bij zijn bezoeken nauwelijks achter de façade kunnen kijken, die het regime buitenlandse gasten steevast voorzet. Veel van zijn informatie, hoe nuttig ook, blijft daardoor uit de tweede of derde hand en dat is jammer. Ook over het leven van de doorsnee Noord-Koreaan lezen we weinig.

Opbloei

Wel laat hij zien dat Noord-Korea economisch gezien niet altijd de zwakke broeder was, die het nu is. De Zuid-Koreaanse leider, generaal Park Chung-hee die aan de wieg stond van de economische opbloei van zijn land, maakte zich begin jaren zeventig zelfs nog zorgen dat het Noord-Koreaanse ontwikkelingsmodel aanlokkelijker oogde dan dat van zijn eigen land. De Noord-Koreaanse industrie presteerde beter dan de Zuid-Koreaanse en de huizen waren er beter verlicht en verwarmd.

Wie nu een blik op een avondlijke satellietfoto werpt, ziet dat Zuid-Korea hel is verlicht, terwijl het noorden aardedonker is. Niet dat Noord-Koreanen ooit zulke foto’s kunnen bekijken. Daar zorgt de censuur wel voor. Op de internationale lijst van persvrijheid, samengesteld door Freedom House, staat Noord-Korea stevig op de 197ste en laatste plaats.

Hoe lang kan zo’n repressieve staat voortbestaan? Een spoedige ineenstorting ligt voor de hand en Cha zinspeelt daar zo nu en dan ook op. Zo meent hij dat op het Koreaanse schiereiland ‘het einde van de geschiedenis’ nabij is. Dat leidt hij af uit het feit dat er hier en daar in Zuid-Korea weer serieus wordt gediscussieerd over hereniging van beide staten. Enthousiast loopt Cha hierop vooruit met een uiteenzetting over de wijze waarop de Koreanen hun landen weer kunnen laten samensmelten.

Maar de wens is hier de vader van de gedachte en ook Cha zelf erkent elders in het boek dat de kans op vooruitgang gering is, zolang China zijn steun voor Noord-Korea niet staakt. Maar Beijing voelt niets voor een herenigd Korea onder leiding van Zuid-Korea en zijn Amerikaanse bondgenoten aan zijn grens. Ook de Noord-Koreanen weten dat en durven het daarom de Chinezen en de rest van de wereld van tijd tot tijd te tarten met nieuwe kernproeven.

Park Geun-hye, dochter van de vermoorde dictator Park Chung-hee (1917-1979) die aanstaande maandag aantreedt als nieuwe president van Zuid-Korea, heeft de noorderburen een serieuze dialoog aangeboden mits hun land zijn nucleaire ambities laat varen. Maar die lijkt na de jongste proef kansloos.

Over Zuid-Korea, in veel opzichten Noord-Korea’s tegenpool en nu dertig keer zo rijk per hoofd van de bevolking, is ook een nieuw boek verschenen. Al dan niet toevallig met The impossible country als ondertitel. Anders dan bij Cha’s boek bevreemdt dat laatste. Zuid-Korea mag bijzonder zijn, het is toch een stuk normaler dan zijn noorderbuur.

Dat neemt niet weg dat de auteur, Daniel Tudor, correspondent van The Economist in Seoul, een knappe en vlot geschreven inleiding biedt tot het land, dat zich vaak door de buitenwereld miskend acht.

Waarden

Niet alleen staat Tudor uitvoerig stil bij de razendsnelle economische opmars van het land, ook de nog snellere ontwikkeling tot een stabiele democratie na de heroïsche protesten tegen het militaire regime in 1987 komt volop aan bod. Inzichtelijk schetst hij hoe Zuid-Korea traditionele boeddhistische en confucianistische waarden in ere houdt en tegelijkertijd open staat voor nieuwe ideeën. ‘Het heeft een immens vermogen tot verandering’, schrijft Tudor.

Een interessant voorbeeld hiervan is het feit dat het christendom is uitgegroeid tot de eerste godsdienst van het land, daarna volgt het boeddhisme. Maar een klein aantal christenen is volgeling van van dominee Moon met zijn massale trouwpartijen en de meesten zijn geen recente bekeerlingen. Al ruim een eeuw geleden raakten Koreanen onder de indruk van christelijke zendelingen die hun kant kozen tijdens de lange Japanse bezetting. Ook associeerden ze christendom met economisch succes en onderwijs.

De keerzijde van deze neiging tot aanpassing en vernieuwing is de zucht naar het nieuwste van het nieuwste. Sneller dan wie ook vervangen de Zuid-Koreanen hun telefoons en omarmen ze nieuwe technologische snufjes. Iedereen wil bovendien in Seoul zitten, niet op het ouderwetse platteland. Daardoor ontvolkt het platteland in hoog tempo en zien de achterblijvende boeren zich gedwongen Vietnamese bruiden te importeren.

Veel baat heeft Zuid-Korea gehad bij zijn confucianistische verering van het onderwijs. Die speelde een hoofdrol bij de vlucht die de economie de laatste decennia heeft genomen. Het zelfde geldt voor het arbeidsethos. Zuid-Koreanen werken keihard.

Maar, constateert Tudor, ze weten geen maat te houden. Koreaanse ouders werken zo hard om het beste onderwijs te kunnen betalen voor hun kinderen en ze stellen zulke hoge eisen aan zichzelf en hun kroost dat bijna niemand gelukkig is. Het zelfmoordpercentage ligt extreem hoog.

Ondanks hun grote vermogen tot verandering, hebben de Zuid-Koreanen nog niet de juiste balans gevonden tussen werk en ontspanning. Niet dat ze nooit drinken, dat doen ze zelfs met zo’n overgave dat ze meer alcohol consumeren dan elke andere Aziaat. Maar de lichtheid ontbreekt. Tudors slothoofdstuk draagt dan ook de toepasselijke titel: ‘Waar is de champagne?’