De thuisteler gaat ten onder, de wiet blijft

Thuistelers van wiet worden hard aangepakt. Planten weg, winst weg, uitkering weg, huis weg. Maar de grote jongens ontspringen de dans.

Ontruiming van een huiskwekerij met 223 wietplanten in Breda, juni 2012.
Ontruiming van een huiskwekerij met 223 wietplanten in Breda, juni 2012. Foto Joyce van Belkom

Advocaat André Beckers ziet ze voorbijkomen op ‘hennepdagen’ in de rechtbank – speciale zittingen voor betrapte wiettelers. De ontslagen fabrieksarbeiders die in de kroeg hun verdriet verdronken en daar de oplossing aangereikt kregen. Van een oud-collega die trots vertelde over zijn privéwinsten met een kleine plantage op zolder. Of van iemand die vroeg of ze een kamer beschikbaar wilden stellen, voor een mooi bedrag. Een makkelijke nieuwe bron van inkomsten. Tot ze gepakt werden en ‘geplukt’ door justitie en de belastingdienst. Beckers, die collega’s cursussen geeft over hennep en recht: „Dat zijn best trieste verhalen.”

Deze week was er in Noord-Brabant weer een grote actie van de speciale eenheid die de georganiseerde misdaad in de provincie moet bestrijden. Vorig jaar rolde deze eenheid elf criminele Brabantse ‘drugsnetwerken’ op, maakte het ministerie van Veiligheid eerder bekend, en onttrok 32 miljoen euro aan het criminele circuit. Deze week werden achttien wietkwekerijen geruimd, geschatte waarde een half miljoen euro. Hebben de Brabantse crimefighters de georganiseerde misdaad weer een gevoelige slag toegebracht?

Advocaat Beckers denkt dat dat wel meevalt. Justitie spreekt volgens hem al snel van een ‘crimineel netwerk’. „Het kan ook gaan om een groepje dat om de acht à tien weken gezamenlijk 200 planten ‘knipt’, voor de oogst.” „Laaghangend fruit”, noemt Derrick Bergman de kwekers die het hennepteam oppakt. Bergman is bestuurslid van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC). „Het hennepteam voert een achterhoedegevecht”, zegt hij. „Doordat die kwekerijen worden ontmanteld, spelen ze de echte criminelen in de kaart. Het aanbod op de markt wordt minder, zodat de wietprijs hoger wordt. De criminelen verdienen dus alleen maar meer.”

Maar volgens programmamanager Sander Schaepman van de Brabantse hennepteams wijzen de thuistelers de weg naar grotere criminele netwerken. Hij ziet hen als een schild voor de georganiseerde misdaad. Criminelen exploiteren kwekerijen in verschillende huizen en geven de bewoners er wat geld voor. Als de kwekerij ontdekt wordt, worden alleen de bewoners van het huis gepakt en blijven ze zelf buiten schot. Schaepman zegt dat thuistelers nooit „zomaar” worden geruimd. Zij durven volgens hem zelf vaak niet te vertellen wie er achter hun kwekerij zit. „Maar bij veel ruimingen vinden we technisch of ander bewijs dat kan leiden naar de grotere criminele structuren. Het kost alleen tijd om die te ontrafelen.”

Omdat politie, gemeente, woningcorporaties, belastingdienst en elektriciteitsbedrijf op veel plaatsen gezamenlijk wietteelt bestrijden, krijgen gepakte thuistelers een forse rekening gepresenteerd. Ze ontvangen een belastingaanslag over de vermoedelijk verkregen winst, moeten soms een uitkering terugbetalen en justitie stuurt een ontnemingsvordering, waaronder een rekening voor illegaal afgetapte stroom.

Thuistelers met een huurhuis worden door de woningcorporatie op straat gezet. Als ze zich verzetten, volgt een juridische procedure die de corporatie vrijwel altijd wint, ook als er minderjarige kinderen bij betrokken zijn. In Apeldoorn, Zutphen en Deventer worden betrapte thuistelers voor drie jaar uitgesloten van een huurhuis van een corporatie. In Eindhoven duurt de uitsluiting zelfs vijf jaar. Bij veel corporaties is het aantal huisuitzettingen wegens hennepteelt al enige jaren stabiel, wat ze toeschrijven aan hun lik-op-stukbeleid. Er zijn signalen dat de hennepteelt zich verplaatst van huurwoningen naar leegstaande koophuizen.

Alles bij elkaar voert de overheid volgens advocaat Beckers een effectief ontmoedigingsbeleid „voor gezinnen”, maar raakt ze nauwelijks de wietteelt als geheel. „Hoe harder justitie jaagt, hoe hoger de prijs wordt en hoe groter de verleiding om wiet te gaan telen.” Volgens het rapport Geldbomen op zolder uit 2011, van de Universiteit van Tilburg, kiezen mensen steeds vaker uit geldnood voor de hennepteelt.

Volgens hetzelfde onderzoek is de gemiddelde wietkweker een man van rond de veertig met een baan. Voor dreiging en geweld uit criminele hoek vonden de onderzoekers geen bewijs. „Die criminele netwerken”, zegt Bergman, „zijn een hardnekkig politieverhaal”.

Volgens advocaat Beckers ligt de waarheid in het midden. Er zijn harde criminelen actief in de hennepteelt, waar veel te verdienen valt terwijl de maximumstraffen relatief laag zijn. „Maar het is niet zo dat iedereen die kweekt, lid is van een crimineel netwerk. Henneptelers heb je in alle soorten en maten. Er zijn er ook heel wat die op eigen gelegenheid kweken.”