China is nu nog sneller bij Afrika

Een haven in Pakistan die in

Chinese handen is gekomen

De rivaliteit rond de Indische Oceaan, met zijn druk bevaren handelsroutes, is een nieuwe fase ingegaan nu Pakistan de controle over een strategische haven uit handen heeft gegeven aan China. Met een serie handtekeningen werd deze week de zeggenschap over de havenactiviteiten in Gwadar aan de Arabische Zee overgedragen aan het Chinese staatsbedrijf China Overseas Port Holdings. De Pakistaanse president Asif Ali Zardari zei dat Gwadar, Pakistans derde diepzeehaven, „een handelscentrum voor de regio” zou worden.

Ook Afghanistan en de Centraal-Aziatische republieken kunnen profiteren. Gwadar is de dichtstbijzijnde aansluiting op de oceaan voor hun olie- en gasvelden. Pakistan hoopt dat de aanleg van infrastructuur en de handel met Centraal-Azië en China zijn kwakkelende economie een hoognodige impuls zal geven.

Wat heeft China hier voor belang bij?

Gwadar ligt aan de Arabische Zee, vlakbij de straat van Hormuz waar 40 procent van alle olietransporten doorheen gaat. De haven kan het afgelegen westen van China ontsluiten. Ook vormt de haven een controlepost voor de scheepvaartroutes door de Indische Oceaan, ten zuiden van de Arabische Zee. Daarlangs wordt de helft van alle scheepscontainers ter wereld vervoerd. Veel daarvan zijn gevuld met Chinese import- en exportproducten. Met de haven wordt bovendien de Straat van Malakka vermeden, de flessenhals tussen Singapore en Sumatra waar het merendeel van de Chinese goederen en grondstoffen langs moet.

Maar het belangrijkste: de landroute via de beroemde 4.000 meter hoge Karakorum-snelweg (die China verbindt met Pakistan) biedt China een duizenden kilometers kortere route naar de energiebronnen van Afrika en het Midden-Oosten dan de zeeroute langs India.

Waarom gebeurt het nu?

China had al veel eerder controle willen krijgen over Gwadar. Het betaalde driekwart van de 248 miljoen dollar om de haven aan te leggen. Maar na voltooiing eind 2006 passeerde Pakistans toenmalige president generaal Pervez Musharraf de Chinezen bij het vergeven van het exploitatiecontract, waarschijnlijk onder druk van de Amerikanen.

Wat vinden de Amerikanen?

Die kijken met argusogen naar de uitbreiding van China’s maritieme macht. Waarschijnlijk zal Pakistan de Chinese marine toestemming geven de haven te gebruiken, want de militaire banden zijn hecht. Gwadar biedt China een waardevolle luisterpost om de Amerikaanse marine in de Golf te volgen. Terwijl Chinese bewindslieden deze week met geen woord repten over de militaire implicaties, noemde People’s Daily, spreekbuis van de Communistische Partij, Gwadar onverbloemd een „basis voor logistieke ondersteuning” voor „grote vlooteenheden van de marine”.

En wat vindt India?

India houdt de ontwikkelingen scherp in de gaten. De afgelopen 15 jaar heeft China flink geïnvesteerd in een reeks havens in Bangladesh, Sri Lanka en Birma. Met deze „parelketting”, zoals de havens werden genoemd in een rapport voor het Amerikaanse Congres uit 2004, probeert China de macht van de Indiërs en de Amerikanen te beperken. De Indiase minister van Defensie A.K. Antony noemde de Chinese controle over Gwadar „zorgelijk”. De Indiase minister van Buitenlandse Zaken Salman Khurshid zei dat „stappen gezet” moeten worden „om het evenwicht tussen India en China te bewaren”. India is net als China bezig een moderne marine op te bouwen, met vliegdekschepen en kernonderzeeërs. Het land is nu de grootste wapenimporteur ter wereld.

Zijn er risico’s voor China?

Jazeker. Aanslagen van islamitische extremisten, politieke onrust, de terugtrekking van de laatste internationale troepen uit Afghanistan in 2014: het zijn factoren die een onstuimige toekomst voorspellen voor de regio. Bovendien is het vaak moeizaam zaken doen met Pakistan, waar inefficiëntie en corruptie wijdverbreid zijn. Ondanks beloften voltooide de overheid niet de verbindingswegen en een raffinaderij. Verwacht wordt dat China dat nu zal doen.