'Berekeningen CPB paradoxaal'

Het Centraal Planbureau (CPB) maakt verkeerde berekeningen over de woningmarkt met een „paradoxale uitkomst”. Dat concluderen bijzonder hoogleraar Johan Conijn en onderzoeker Frans Schilder in een „kritische analyse” in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het CPB stelt onterecht dat huurverhogingen leiden tot meer vraag naar huurwoningen, zeggen Conijn en Schilder. Volgens de onderzoekers is het andersom: door invoering van marktconforme huren in de gesubsidieerde huursector, zoals het kabinet wil, zal de vraag naar huurwoningen 2 tot ruim 9 procent dalen.

Het CPB maakte gisteren bekend het woonakkoord van het kabinet en oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP niet door te rekenen, ondanks een verzoek van minister Blok (Wonen, VVD). Het bureau wil kijken of zijn rekenmodel nog wel „up tot date” is en mist „capaciteit” voor de opdracht, aldus een woordvoerder.

Het besluit van het CPB sluit aan bij de bevindingen van de commissie-Frijns van deze week. Het CPB wil te veel doen met te weinig budget, waardoor de kwaliteit van het onderzoek onder druk staat.

Het CPB wil het onderzoek van Conijn en Schilder eerst bestuderen en op dit moment nog niet reageren.

Het CPB overschat de vraag naar huurwoningen, stellen de onderzoekers. Het werkelijke effect van huurverhogingen valt hierdoor deels weg in het rekenmodel. Verder baseert het CPB de vraag in de huursector ten onrechte op de vraag in de koopsector, aldus Conijn en Schilder. Huizenkopers hebben meer spaargeld dan huurders, waardoor de vraag in de koopsector hoger is.

Het CPB kreeg eerder kritiek op de doorberekening van het regeerakkoord van meerdere instellingen. Het CPB achtte de nieuwe heffing van twee miljard euro voor woningcorporaties financieel verantwoord. Na veel kritiek is de heffing in het woonakkoord verlaagd tot 1,7 miljard euro. Conijn uitte vorig jaar ook kritiek de berekening van de huur- en koopsector door het CPB.