Gebrek aan groei brengt Europa in neerwaartse spiraal

Eurocommissaris Olli Rehn presenteerde vanmorgen tegenvallende kwartaalprognoses voor de economische groei in de eurozone. Steeds meer landen willen meer tijd om hun begrotingstekorten weg te werken. Maar hoe soepeler de eisen, des te minder regeringen druk voelen om te hervormen. Een nieuwe eurocrisis loert.

Mensen die dachten dat de crisis voorbij was, worden dezer dagen uit de droom geholpen. Eerst wezen vorige week cijfers van Eurostat uit dat de meeste economieën in Europa krimpen. Zeven eurolanden, waaronder Nederland, zitten in een recessie. De werkloosheid stijgt. Zelfs de Duitse export, de motor van Europa, kwakkelde de laatste drie maanden van 2012.

Dan zijn er, vandaag, de kwartaalprognoses van eurocommissaris Olli Rehn. De economie van de 17 landen in de eurozone krimpt dit jaar met 0,3 procent. In 2014 voorspelt hij weer economische groei, van 1,4 procent. Het Nederlandse begrotingstekort komt in 2013 uit op 3,6 procent. De Europese Commissie ging eerder uit van 2,9 procent. In de eurozone heeft Ierland het hoogste tekort in 2013: 7,3 procent.

In een brief aan de ministers van Financiën die hij – weinig karakteristiek voor de discrete Fin – op zijn website zette, schreef Rehn al dat de economische groei pas „geleidelijk in de tweede helft van het jaar terugkeert”. Omdat ministers het dan moeilijker krijgen hun tekorten weg te werken tot onder de afgesproken 3 procent van het bbp, wil Rehn sommige landen onder voorwaarden „extra tijd” geven.

Sommige ministers, onder wie de Griek Yannis Stournaras, maakten van de gelegenheid gebruik om te pleiten voor een minder rigide begrotingsdiscipline. IMF-baas Christine Lagarde was daar zeer ontstemd over. Rehn wil er niets van horen.

Ministers hebben vanaf dag één van de crisis gekibbeld over de vraag of keihard bezuinigen de economische krimp niet verergert. Dat dit debat nu in alle hevigheid oplaait, is niet toevallig. Ze worden zenuwachtig.

Het is zeven maanden geleden dat de financiële markten hun aanval op de eurozone staakten, nadat ECB-president Mario Draghi eind juli had gezegd dat hij zou doen „wat nodig is. En geloof me, het zal genoeg zijn”.

Maar in de economische statistieken is geen verbetering te merken. Chef-analist Moritz Krämer van kredietbureau Standard & Poor’s dreigt opnieuw met statusafwaarderingen omdat „er geen positief vooruitzicht is voor de staatsschuld van welk euroland ook”. Bankanalisten zeggen dat Krämer na. „Vóór de zomer van 2012 vonden de markten álles in de eurozone slecht. Nu overdrijven ze de andere kant op”, zegt een econoom van een wereldwijd actieve bank, die anoniem wil blijven.

Draghi kondigde in augustus een plan af om de Europese Centrale Bank staatsobligaties van eurolanden te laten opkopen, als beleggers er te weinig voor wilden geven. Het programma is nooit gebruikt. Maar het effect van Draghi’s woorden was wel dat Italië en Spanje, die in juli veel te dure leningen moesten afsluiten, de rentes gestaag zagen dalen. Zo kunnen zij makkelijker bezuinigen en tegelijk schulden afbetalen. De kans op een faillissement van een euroland slonk.

Velen dachten toen dat het ergste voorbij was. Ministers vergaderden niet meer tot vier uur ’s ochtends, en maakten grapjes. De voorspellingen over de implosie van de euro hielden op. Portugal en Ierland kregen goede rapportcijfers. Zelfs de Griekse misère leek beheersbaar.

Intussen bleven de Europese ambtenaren extreem voorzichtig. Niet dat ze het positieve nieuws ontkenden, maar ze stelden wel iets anders vast: eigenlijk was de druk op politici weg om hun land te hervormen en de eurozone een stabieler fundament te geven.

In Italië stokten de hervormingen van premier Mario Monti. Hij begon alweer beloftes in te trekken en verspeelde krediet in Brussel, waar hij de status van halfgod had. De Spaanse premier, Mariano Rajoy, raakte verwikkeld in corruptieschandalen. Hoe lang hij nog aanblijft, durft niemand te voorspellen.

Ook is de bankencrisis niet voorbij. In Italië en Nederland werden opnieuw banken genationaliseerd. In Brussel hebben weinigen de illusie dat dit de laatste bankennationalisaties zullen zijn. Ambtenaren beamen dat de financiële sector te groot en te machtig is om zich goed te laten reguleren. Banken en overheden zijn onderling zo verweven dat ze elkaar omlaag trekken. Regeringsleiders kondigen in juni aan dat ze die „giftige link” gingen verbreken. Maar dat verloopt traag. Ze hebben besloten tot Europees bankentoezicht, maar dat blijkt lastig te organiseren. Ministers van Financiën ruziën over de vraag of banken directe herkapitalisatie mogen krijgen uit het noodfonds ESM, wat overheden zou ontlasten. De discussie over de vraag of ‘oude’ gevallen (Ierse banken) hieronder vallen, zit muurvast. De volgende stap van de bankunie is een voorstel voor een systeem om bankfaillissementen te voorkomen of ordelijk af te wikkelen. De banken zouden dan moeten betalen. Dit plan is uitgesteld tot de zomer.

Velen denken dat de derde stap, een Europese garantie op spaartegoeden, niet mogelijk is zonder druk van financiële markten. „Toen beleggers aandrongen op meer integratie in de eurozone, namen de politici beslissingen”, zegt een Europees ambtenaar. „Nu de druk van de ketel is, willen ze alles toch nationaal houden.”

Maar de grootste zorg is Frankrijk. De Franse economie kromp het laatste kwartaal met 0,3 procent. De Duitse met 0,6 procent. Maar voor 2013 zijn de vooruitzichten voor Frankrijk negatief en die voor Duitsland positief.

De Franse rekenkamer stelde dat Frankrijk het begrotingstekort komend jaar niet onder de afgesproken 3 procent krijgt en maant de regering-Hollande minder uit te geven. De Frankfurter Allgemeine Zeitung citeert analisten die verwoorden wat men in Duitse regeringskringen allang vreest: dat de volgende ronde van de eurocrisis begint met het afglijden van Frankrijk. Dat zou desastreus zijn voor de Europese Unie en de eurozone, die in essentie Frans-Duitse politieke projecten zijn.

Als de as Parijs-Berlijn-Londen niet functioneert, wat gebeurt er dan met Europa? Vorige week kwam François Hollande op de Europese begrotingstop niet opdagen voor een bespreking met Angela Merkel en David Cameron. Hij vergaderde wel met Monti, Rajoy en parlementsvoorzitter Martin Schulz. Dat hij nadrukkelijk het kamp van de ‘zwakken’ koos, is in Brussel niet opgemerkt gebleven.

Frankrijk zal, naar Rehn verwacht, hard inzetten op een soepele omgang met die 3 procent. Maar Rehn stelt voorwaarden: flink bezuinigen en hervormen. En dat, constateren velen, doet Frankrijk niet of te weinig. Hier dreigt een formidabele politieke clash, van het soort dat ook eerder al het vertrouwen van financiële markten heeft ondermijnd. Maar toen ging het om Griekenland, een van de kleinste landen van de eurozone. Nu om Frankrijk – een van de grootste.