'Wij zijn een museum van zwerfkeien'

De Fundatie is bijna klaar met de verbouwing. Er komt een grote koepel met 1.000 m2 expositieruimte op het dak. Directeur Ralph Keuning: „Wij hebben straks dé skybox van Zwolle.”

Nederland, Zwolle, 19 februari 2013 Portret van de directeur van het museum de Fundatie in Zwolle, Ralph Keuning
Nederland, Zwolle, 19 februari 2013 Portret van de directeur van het museum de Fundatie in Zwolle, Ralph Keuning

Bovenaan een lange, smalle bouwladder wijst Ralph Keuning naar een ovalen gat tussen de houten spanten van het dak. „Daar komt een groot raam. Kijk wat een mooi uitzicht over de middeleeuwse stegen van Zwolle waar in de veertiende eeuw de Moderne Devotie haar oorsprong vond”, zegt de directeur van Museum de Fundatie. „Hier wordt mijn grote wens gerealiseerd: een bar met zitjes zodat je na een dag stad en museum met een glas wijn even kunt bijkomen.”

De Fundatie is in de laatste fase van de verbouwing. Op het dak van het oude Paleis van Justitie wordt een ellipsvormige koepel gebouwd met bijna duizend vierkante meter extra expositieruimte. Zelf heeft het museum de naam Het Oog bedacht voor het ontwerp van architect Hubert-Jan Henket. „Maar het zou ook De Wolk kunnen worden”, zegt Keuning. „Of de ufo, dat heb ik ook al gehoord.”

Buiten ligt een proefpaneel met lichtzilveren en blauw geglazuurde tegels, klaar om tegen de koepel gelijmd te worden. „Gemaakt in Makkum. Je ziet van dichtbij een structuur, maar als de 55.000 tegels op het dak zitten is het één groot amorf vlak. Een Magritte-achtig surrealisme dendert straks over je heen, als die ufo zijn spel met licht en lucht gaat spelen.”

Binnen budget, maar ongeveer een half jaar later dan gepland gaat het museum eind mei open met vier tentoonstellingen. Een deel van de vaste collectie is te zien in Van Turner tot Appel, in Dans op de vulkaan wordt kunst uit het interbellum getoond, Jeroen Krabbé exposeert nieuwe schilderijen over zijn jeugd en de in de VS succesvolle fotograaf Pieter Henket (die de hoesfoto maakte voor het debuutalbum van Lady Gaga) maakt zijn solodebuut in de door zijn vader ontworpen ruimte. Keuning: „Ik wil in één keer onze sandwich neerzetten. Een trekker voor het brede publiek, een aanstormend talent én kunsthistorisch gedegen in één huis. En dat samen met onze eigen collectie die wild zappend door de tijd gaat met Turner, Van Gogh, Severini, Sluijters en Picabia.”

Is Jeroen Krabbé de ideale trekker?

„Krabbé was een waanzinnig succes hier met zijn overzichtstentoonstelling in 2008, het jaar dat we voor het eerst door de grens van 100.000 bezoekers heengingen. Ik wil de rode loper uitleggen voor mensen die dat nodig hebben om überhaupt een museum voor beeldende kunst te bezoeken. Ook de tentoonstelling die Krabbé heeft gemaakt over zijn grootvader Abraham Reiss, waarin hij zijn werk kon relateren aan zijn filmwerk over de Holocaust, was succesvol. Ik heb Jeroen gezegd dat die zaal opnieuw voor hem is. Je moet je kunstenaars volgen. Jeroen Krabbé hoort bij ons. En weet je, het werkt ook omgekeerd. Kunstkenners die bij Krabbé binnenwandelen en zeggen: ‘Hé, dat is verrassend goed’.”

Heeft u die sandwich bedacht?

„Ja. Het museum was in 2007 in zwaar weer. Een interim-manager had in zes maanden het tekort van tonnen opgelost. Dat was gelukt, maar er was geen schrijvende ballpoint meer in het pand. Voor mij is het simpel: er moeten mensen komen, een kaartje kopen, een expositie zien en die zo leuk vinden dat ze anderen vertellen dat ze ook moeten gaan. Dat heeft gewerkt. Als we in 2008 niet zo succesvol waren geweest, hadden we deze verbouwing niet kunnen realiseren.”

Dat ene cruciale jaar was genoeg om subsidieverschaffers te overtuigen?

„Het museum had veel potentie, maar had die in de verste verte niet benut. Wij hebben gemeente en provincie laten zien dat De Fundatie veel meer kan zijn dan een succesvol museum in het middensegment. Ik kende Zwolle nauwelijks voor ik hier directeur werd. Dit zijn een stad en een provincie met ambitie. Zwolle heeft 120.000 inwoners en 90.000 banen. De vraag is hoe je goed opgeleide mensen hier niet alleen laat werken, maar ook wonen.

„Je kunt het zien als een renaissanceproject. Dat nieuwe ding in de skyline van Zwolle komt hier door de economische welvaart en de geldingsdrang van de stad, de provincie en een aantal sponsors. De wethouder economische zaken zegt dat we geen subsidie krijgen, maar dat ze in ons investeren. Die investering rendeert, als je de rekensom neemt dat elke bezoeker zo’n vijf tientjes uitgeeft in de stad. Nog afgezien van de gunstige effecten op het vestigingsklimaat. Zwolle betaalt zeven ton subsidie per jaar voor een museum dat 150.000 bezoekers moet trekken.”

Het aantal sponsors is nu al zestien.

„Opvallend hè? Juist het bedrijfsleven uit de omgeving heeft zich massaal aan ons verbonden. Uit mijn ervaring bij het Kröller-Müller Museum wist ik dat sponsors meestal de tent om de hoek willen steunen. Wij hebben forse bedrijven hier. Buizenfabrikant Wavin, de kunststofdivisie van DSM. Ik wil dat ze allemaal ons nieuwe gebouw benutten. Met die bar hebben we straks dé skybox van Zwolle.”

Steekt u zelf veel energie in sponsors?

„Dat móét ik doen. Er zitten veel familiebedrijven tussen, allemaal pur sang ondernemers. Die denken met mij mee. Juist familiebedrijven kijken ver vooruit, zijn gericht op continuïteit van het bedrijf. Wij zijn nog een piepjong museum dat in Zwolle in 2005 gestart is, maar ik wil het stabiel verankeren in de stad zodat het er over 150 jaar nog is. Ik ben kunsthistoricus, maar mijn vader was zakenman. De sponsors zien mij als ondernemer.”

Hoe ziet u De Fundatie tussen alle andere musea voor beeldende kunst?

„Met de Hannema-collectie hebben we feitelijk een miniversie van Boijmans Van Beuningen. Het is heel geestig hoe Dirk Hannema kocht als directeur voor Boijmans maar tegelijkertijd naar zijn eigen muren keek. Daardoor is onze collectie verrassend goed. Onze Turner of onze Picabia hebben ze in Rotterdam niet. Daar balen ze vast van. Onze Franz Marc vind ik mooier dan die van hen. Om dit werk zit de oorspronkelijke Boijmanslijst nog, met een stickertje met het handschrift van Hannema: ‘Kunstwerk directeur, Lijst: Museum.’ Daar kan ik erg om lachen.

„Door de combinatie van de privécollectie van Hannema met de provinciale collectie is onze verzameling een onlogische opeenstapeling. Wij moeten niet proberen een museum te zijn met complete kunsthistorische series. Wij zijn een museum van zwerfkeien. Met een mooi expositieprogramma verbinden wij die met elkaar. Dankzij de Paul Citroen-nalatenschap kunnen wij ons richten op het interbellum in Duitsland zoals met Dans op de Vulkaan. Die expositie moet er in deze tijd gewoon zijn. Met alle problemen uit die periode die we nu in afgezwakte vorm bij ons zien: het politiek extremisme, de financiële crisis, de dreiging van armoede, de internationale spanningen.”

Het museum moet zich in het politieke discours begeven?

„Kunst heeft altijd in het politieke discours gezeten, totdat zij zich de laatste decennia naar de randen heeft laten wegdrukken. De kunst is nu adembenemend afwezig. Daarom vind ik ook dat er een grote Europatentoonstelling moet komen. Of de Europese Commissie zou het lef moeten hebben om hét Europakunstwerk te laten maken door een kunstenaar als Anselm Kiefer.”

Dat is dan toch propagandakunst?

„Nou en? Rembrandts Nachtwacht was een propagandaschilderij. De eerste tien minuten van Triumph des Willens van Leni Riefenstahl zijn prachtig, al was het een propagandaopdracht van de nazi’s voor een enorm getalenteerde vrouw. Je kunt laten zien hoe krachtig het wapen kunst is, ten goede en ten kwade. De associatie van kunst met alleen goed is typisch van deze tijd, die klopt historisch helemaal niet.”

Zou u zelf die expositie willen maken?

„Mijn handen jeuken, maar dit museum is daarvoor te klein. Die expositie moet je in Brussel, Rome, Berlijn en Amsterdam laten zien. Zwolle past minder goed in dat rijtje.”