Uit één hout gesneden

klassiekQuatuor Ebène: Mendelssohn *****

Wie inzicht wilde krijgen in de generatiekloof tussen strijkkwartetten, kon vorige week terecht in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Daar bleek het in 1974 opgerichte Prazak Kwartet, hoewel gepassioneerd spelend, een ensemble uit de vorige eeuw: ouderwets vibrato en gematigde tempi. Een dag later toonde het Belcea Quartet (bouwjaar 1994) zich een flitsend gezelschap met extremen in dynamiek.

Minstens zo overrompelend is het spel van het Franse Quatuor Ebène, misschien wel pelotonleider van de nieuwe generatie. Verfrissend is bijvoorbeeld de keuze, de primarius Pierre Colombet in Felix Mendelssohns Tweede strijkkwartet eens de tweede vioolpartij te geven en tweede violist Gabriel le Magadure te promoveren. Die ruil is kenmerkend voor het democratische spel van Quatuor Ebène, waarvan alle leden uitzonderlijk technisch niveau bezitten en dat toch uit één hout gesneden lijkt. Zeldzaam intens speelt men Mendelssohns Zesde, geschreven na de dood van zus Fanny; knap hoe zó veel hartstocht nooit trekkend sentimenteel klinkt. Fanny Mendelssohns Strijkkwartet in Es is eveneens vastgelegd, in een warmbloedig pleidooi voor het wat verwaarloosde werk.