Tekeningen grachtengordel

In het Rembrandthuis is op oude en nieuwe tekeningen te zien hoeveel er in 400 jaar veranderd is aan de grachten.

010097004905, 05-05-2004, 10:34, 8C, 5328x3838 (272+1890), 100%, AMS_prent zwar, 1/120 s, R20.5, G4.8, B15.6
010097004905, 05-05-2004, 10:34, 8C, 5328x3838 (272+1890), 100%, AMS_prent zwar, 1/120 s, R20.5, G4.8, B15.6

Wandelaars werden fietsers, koetsen auto’s, en bomen kregen gezelschap van lantarenpalen. Hoeveel er langs de wegen en grachten in Amsterdam sinds pakweg 1600 is veranderd, illustreert een tentoonstelling van getekende stadsgezichten in het Rembrandthuis. De bladen tonen markante aanzichten van de stad, een huizenrij of een afzonderlijk gebouw. Bij bijna elke tekening toont een foto de huidige situatie. Vaak maakt die combinatie duidelijk hoe zuinig bestuur en inwoners zijn geweest op de architectonische en stedenbouwkundige rijkdom van hun stad. En soms stemt het ook wat treurig over de teloorgang van veel van de luister van het Amsterdam van de Gouden Eeuw.

Maar de aanleiding voor deze tentoonstelling is juist een project van moderniteit en vernieuwing: de stadsuitleg die in 1613 begon en die de aanleg van de befaamde grachten buiten het Singel behelsde. Dat deel van de stad staat centraal in de expositie. Met kunstenaars van de zeventiende tot de twintigste eeuw als gids maakt de bezoeker als het ware een wandeling van de buitenste omwalling van de stad naar het oude centrum.

De ongeveer zeventig geëxposeerde tekeningen komen uit de collectie van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap die grotendeels in het Rijksmuseum wordt bewaard. Veel bladen zijn niet alleen vanwege hun thematiek interessant, maar ook om hun artistieke kwaliteit. Vooral de achttiende eeuw heeft mooi uitgewerkte en gekleurde stadsgezichten voortgebracht in het werk van bijvoorbeeld Reinier Vinkeles en de specialist in het genre, Jan de Beijer. Uit de zeventiende eeuw dateren onder meer de strakke uitbeeldingen door Jan van Call en een opmerkelijke, spiegelbeeldige tekening die Jan van der Heyden maakte van de Oudezijds Voorburgwal met de Oude Kerk. Het blad is een tegendruk van een roodkrijttekening die, gezien enkele aantekeningen met kleuraanwijzingen, een voorstudie voor een schilderij moet zijn.

Een sfeervolle tekening van Wouter Johannes van Troostwijk uit 1805 laat zien hoe de landelijke rust die ooit direct buiten de omwalling van Amsterdam begon, is verdwenen. Vanaf de onverharde Outewalerweg zag Van Troostwijk een eindeloos weidelandschap met alleen enkele bomen en een paar koeien. Tweehonderd jaar later is het pad veranderd in de drukke Linnaeusweg. Meer richting centrum is in de tekeningen doorgaans meer herkenbaars te zien: beeldbepalende gebouwen als de Waag, de Westerkerk, het stadhuis (nu Paleis) op de Dam en menig grachtenhuis staan er ogenschijnlijk nog net zo als twee-, driehonderd jaar geleden.

Maar ruimte voor artistieke vrijheid was er ook. Een mooie pentekening van Roelant Saverij toont de Montelbaanstoren in vervallen en met onkruid overwoekerde toestand. De verstevigingen aan de voet van de scheefzakkende toren uit 1611 tekende Saverij wel, maar niet de nieuwe spits die er al vijf jaar eerder op was gezet. En ook marktwerking ondermijnde topografische betrouwbaarheid. Bij een toenemende vraag naar oude stadsgezichten, tekende Abraham Rademaker omstreeks 1730, in een opzettelijk ouderwetse, zeventiende-eeuwse stijl, een gezicht op het oude stadhuis op de Dam, terwijl het nieuwe daar toen al meer dan een halve eeuw stond. In de strikt topografische invalshoek van deze aantrekkelijke tentoonstelling blijven die vraagstukken van het genre onderbelicht.

Langs Amsterdamse grachten. T/m 26 mei in Museum Rembrandthuis, Amsterdam. Inl: www.rembrandthuis.nl