Nederzettingenbeleid is pure apartheid

De nederzettingen van Israël op de Westoever en in Jeruzalem vertonen alle kenmerken van apartheid, stelt Zuid-Afrikaan John Dugard.

Onlangs presenteerde een onafhankelijke fact finding mission van de Verenigde Naties een belangwekkend rapport over het Israëlische nederzettingenbeleid. Dit rapport bevestigt wat al enige tijd werd aangenomen: het nederzettingenproject valt niet te onderscheiden van de apartheid die in Zuid-Afrika werd toegepast.

De opdracht aan de missie was niet om nog eens vast te stellen dat de nederzettingen illegaal zijn. Dat is volstrekt duidelijk. Zij schenden de Vierde Conventie van Genève, zijn strafbaar gesteld door het Rome Statuut van het Internationaal Strafhof en zijn unaniem aangemerkt als een schending van het internationaal recht door het Internationaal Gerechtshof.

Het rapport bespreekt dus niet Israëls militaire bezetting van de Westelijke Jordaanoever als zodanig. Het is begrensd tot de implicaties en gevolgen van het nederzettingenbeleid.

De missie had tot opdracht om de consequenties van de nederzettingen te onderzoeken op de civiele, politieke, sociale en culturele rechten van de Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden.

De drie hoofdkenmerken van de apartheid in Zuid-Afrika waren geïnstitutionaliseerde discriminatie, repressie en gedwongen verhuizing. De missie constateert dat het nederzettingenproject door deze drie kenmerken wordt getypeerd.

Over discriminatie constateert de missie het volgende:

Er zijn twee juridische regimes in de bezette gebieden van kracht, het ene voor de kolonisten, het andere voor Palestijnen.

Kolonisten hebben ten opzichte van Palestijnen een preferentiële juridische status.

In de bezette gebieden is een juridisch systeem van segregatie werkzaam, dat „resulteert in dagelijkse schendingen van een groot aantal mensenrechten van de Palestijnen in de bezette gebieden, waaronder onbetwistbare schendingen van hun recht op non-discriminatie, gelijkheid voor de wet en gelijke rechtsbescherming.”

De missie constateert ten tweede dat Palestijnen onderworpen zijn aan een breed scala van repressieve maatregelen door het Israëlische leger en de kolonisten. Er zijn beperkingen van de bewegingsvrijheid (die doen denken aan het pass-law-systeem onder apartheid) en van de vrijheid van meningsuiting en vereniging. Die hebben „in essentie ten doel om het dagelijks leven van Israëlische kolonisten ongestoord doorgang te laten vinden”.

Voorts gebruiken kolonisten geweld tegen Palestijnen, hun huizen, scholen en landerijen zonder beteugeling door het Israëlische leger. Deze vorm van geweld was overigens geen kenmerk van de apartheid.

De missie concludeert dat er bij de aanpak van geweld sprake is van „geïnstitutionaliseerde discriminatie tegen de Palestijnen”. Zij is van mening dat dit geweld en deze intimidatie tegen Palestijnen en hun bezittingen ertoe dient om de plaatselijke bevolking van hun land te verdrijven en uitbreiding van nederzettingen mogelijk te maken.

Het rapport beschrijft ten derde een systeem van vernieling van huizen, van mensen uit hun huis zetten en elders herplaatsen en van onteigening, ten bate van kolonisten, dat in sterke mate lijkt op zulke ingrepen tijdens de apartheid in Zuid-Afrika.

De term apartheid wordt niet gebruikt om het systeem te benoemen dat het rapport beschrijft. Maar de zienswijze dat dit systeem neerkomt op apartheid blijkt duidelijk uit de volgende conclusie: „De nederzettingen zijn gesticht uitsluitend in het belang van Israëlische joden; de nederzettingen worden gehandhaafd en ontwikkeld door middel van een systeem van totale segregatie tussen kolonisten en de rest van de bevolking die in de bezette Palestijnse gebieden leeft. Dit systeem van segregatie wordt ondersteund en gefaciliteerd door een strikte militaire controle en wetshandhaving, ten koste van de rechten van de Palestijnse bevolking.”

Een meer accurate beschrijving van apartheid zoals in Zuid-Afrika toegepast, bestaat niet. Zuid-Afrikanen die de apartheid hebben meegemaakt, onder wie ikzelf, zal dit niet verbazen. De meeste Zuid-Afrikanen die de Westelijke Jordaanoever bezoeken worden onmiddellijk getroffen door de gelijkenis tussen enerzijds het repressieve regime dat ten voordele van de kolonisten discrimineert en anderzijds apartheid zoals die in Zuid-Afrika bestond.

In de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika behoorde Nederland tot de internationale voorhoede. Zullen onze politieke leiders de moed hebben om openlijk te verklaren dat Israël in de bezette Palestijnse gebieden apartheid toepast? Zullen zij de moed hebben om daartegen maatregelen te nemen?

Prof. John Dugard was hoogleraar internationaal recht aan de universiteiten van Leiden en Pretoria en Speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden.