Kosmisch uitje

De verwarring of dit een toeristisch uitje wordt of een illegale expeditie over een geheim en afgesloten wetenschapsterrein, begint al bij het eerste telefoontje naar een hotel in Kazachstan. „Een hotel? Wij zijn een onderzoeksinstituut! U kunt hier niet zomaar heen”, klinkt een mannenstem. „Sorry”, antwoord ik. „Uw telefoonnummer stond in de reisgids bij de hotels.”

Vanuit Moskou op wintervakantie naar Kazachstan: waarom niet? Daar zijn zon, sneeuw en bergen waarbij Zwitserland verbleekt. Reisdoel vandaag is het sterrenkundig observatorium in het Tian Siangebergte. Liefst met overnachting, wat toch blijkt te kunnen. Een kennis heeft het juiste telefoonnummer.

Het observatorium ligt niet in de buurt van de beroemde raketlanceerplaats Bajkonoer, waar vandaan André Kuipers vorig jaar naar het internationale ruimtestation ISS vertrok. Het ligt dertig kilometer ten zuiden van de voormalige hoofdstad Almaty, vlakbij bij de schaatsbaan van Medeo waar ooit records werden gereden. Op dit bergplateau wordt alleen gekeken en gemeten.

„Je had wel even mogen zeggen dat je geen pap bij je ontbijt wou. Dan was ik later opgestaan”, grinnikt uitbaatster Asel van het hotel de volgende ochtend. Havermout gaar koken kost haar een vol uur. Op drie kilometer hoogte kookt water door de lage luchtdruk overigens al onder de 90 graden Celsius. Asel is de schoondochter van de sterrenkundige die het observatorium leidt. Die mocht een deel ervan verhuren. Zo werd een Sovjetwoonblok omgetoverd tot hotel. In de lente zit het vol met vogelaars die Turkse tortels en witkruin-buidelmezen bestuderen.

Na zonsondergang verschijnen er ontelbaar veel sterren aan de wolkenloze hemel. Er is hier geen vals licht. Een van de twee grote sterrenkoepels draait piepend rond. De excursie, naar een derde, heel klein koepeltje, kost vijf euro. De bejaarde amateurastronoom Volodja draait de spleet in het dak handmatig naar de goede plek. Een vijftig jaar oude Sovjettelescoop vergroot Jupiter tweehonderdvijftig keer. De lichte en donkere banden van de planeet zijn te zien.

Wie in het observatorium verblijft, weet zich veilig. Bij de ingang houdt een douanier met een automatisch geweer dag en nacht de grens met Kirgizië in de gaten. En hij bewaakt de weg naar Kosmostantsia: het Kosmisch Station, een deeltjesonderzoekscentrum hogerop. Pas nadat de uitbaatster een telefoontje naar de douaniers heeft gepleegd, mogen we naar boven lopen. „Het is officieel niet meer geheim wat ze daar doen”, had Volodja gezegd. „Maar toch mag zelfs ik het niet zien.”

De bezoeker kan Kosmostantsia alleen te voet binnen. Verspreid over de bergen staan kleurige driehoekige meetstations. Een aardbevingsmeter ligt te vergaan in de sneeuw. Onderzoeker Sergej (26), die zijn honden aan het uitlaten is, laat het schitterende uitzicht over de bergen zien en vertelt over de grote gele mossen die op deze hoogte groeien. Maar niet over zijn onderzoekswerk. „Dat mag niet.” Bij een kop thee van tachtig graden kletst zijn vriendin Anja honderduit over de donkere materie en kosmische straling die ze onderzoekt. Werken ze samen met andere instituten? Anja doet haar mond al open, maar Sergej schudt zijn hoofd. Misschien is het geheim.