De Britse erfenis van Kurt Schwitters

De laatste jaren van zijn leven werkte de Duitse dadaïst Kurt Schwitters in het Engelse Lake District. Een mooi onderwerp voor een expositie, maar Tate Britain laat veel kansen liggen.

‘En Morn’, 1947
‘En Morn’, 1947 Foto Centre Georges Pompidou, Musée national d’art moderne, Paris

Soms kan hij een uur per dag werken, soms drie uur. Dan is zijn adem op, springt zijn hart als een wild beest in het rond, doet zijn been pijn op de plek waar hij het een jaar daarvoor heeft gebroken. Zijn muze Edith, die tijdens de Blitzkrieg als brandweervrouw in Londen wel wat is gewend, helpt hem de ladder op en sjouwt de stenen die hij zelf niet kan dragen de berg op. Als hij niet ziek is, reist de Duitse dadaïst Kurt Schwitters (1887-1948) elke dag vanaf zijn woonplaats Ambleside – een uit grauwe leisteen opgetrokken dorp van niks in het Engelse Lake District – met de bus naar Elterwater, een gehucht in een vochtig dal tussen kale bergen. Daar, op Cylinders Farm, heeft hij in 1947 de beschikking gekregen over een wrakkige schuur die hij wil omtoveren in een gebeeldhouwd totaalkunstwerk. „Iedere minuut telt”, schrijft hij aan avant-gardevrienden in Europa en Amerika.

Schwitters bouwt op Cylinders aan zijn levenswerk: de Merzbau of Merzbarn.

De Merzbau is het grootste dadaïstische kunstwerk ooit gemaakt. Het is even verbeeldingsvol als maf, en is in 1923 begonnen in Schwitters’ huis in Hannover. Van gips, verf, hout en allerlei gevonden voorwerpen bricoleert hij iets wat nog het best te omschrijven valt als het binnenste van een kaartenhuis: overal hoekige vormen, alles schuin en niet-functioneel. Hij bikt inhammen uit, verzegelt ‘grotten’, modelleert pilaren, ramen die op niets uitkijken. Dit altijd maar doorgroeiende, ruimtelijke kunstwerk is alleen maar „kleur en vorm – géén betekenis”, zo vertelt Schwitters in 1947 aan de tuinman op Cylinders.

De eerste Merzbau in Hannover wordt in 1943 kapot gebombardeerd. Schwitters zelf is Duitsland in 1937 ontvlucht naar Noorwegen. Zijn werk is entartet verklaard. Als de nazi’s in 1940 Noorwegen bezetten, vlucht hij met de laatste boot naar Engeland. Schwitters is een alien enemy en wordt meteen opgesloten in een interneringskamp.

Artistieke streven

Nu zou het verhaal moeten beginnen waaraan Tate Britain in Londen de komende maanden een grote tentoonstelling wijdt. Schwitters in Britain heet die expositie, en je verwacht dat ze niet alleen de jaren omvat tussen 1940 – het jaar dat hij in Engeland aankomt – en zijn dood begin 1948, maar ook de jaren daarna. Wat maakt Schwitters? Wat bezielt hem? Waarom beschouwt hij de Merzbarn op Cylinders als de vervulling van al zijn artistieke streven? Hoe wordt zijn werk in Londen en het Lake District ontvangen?

Het is een interessante keuze voor een tentoonstelling, omdat juist de ‘late’ Schwitters nog steeds onderschat is. De meeste aandacht is altijd uitgegaan naar zijn Duitse werk uit de jaren tien en twintig, zijn contacten met de Sturm, het expressionisme, het dadaïsme – die hele, achteraf ongelooflijk optimistische wereldrevolutie, waar kunstenaars uit Rusland, Hongarije, Duitsland, Frankrijk, Nederland en België aan meededen, en die in het teken stond van een kunstvorm die een nieuw leven, een nieuwe wereld zou scheppen.

De tentoonstelling in Londen – een samenwerkingsverband met het Sprengel Museum in Hannover dat een van de grootste collecties van Schwitters’ werken beheert – is echter opgezet als een braaf retrospectief, uitgesmeerd over een grote vleugel van Tate Britain. Dat is raar. Zo’n retrospectief is vaker georganiseerd. In 2001 was er een in het Stedelijk Museum in Amsterdam, in 2007 volgde Boijmans Van Beuningen in Rotterdam; buitenlandse musea lieten zich niet onbetuigd.

In Tate Britain komen alle stadia en fasen in Schwitters’ kunstenaarschap netjes aan de orde. De tocht daarlangs – laat dat duidelijk zijn – is geen straf. Er is aandacht voor de vroege, kubistische experimenten uit 1918. Er zijn dadaïstische topstukken, zoals Merzbild 46a/Das Kegelbild (1921) dat uit een paar houten kegeltjes, een garenklosje, gekleurde blokjes hout en uitgesneden kartonnen rondjes bestaat. Ook Doremifasolasido (1930) is nog steeds een vrolijk stemmende hutsefluts van snippers papier, kleur en tekst. Geen element is waardevol op zichzelf, maar Schwitters maakt er wonderschone beelden mee.

Merzen noemt Schwitters dat zelf: de wereld én jezelf beschouwen als een schatkist. „Merz betekent relaties scheppen, liefst tussen alle dingen van de wereld”, schrijft hij in 1924 in een brief. Zijn assemblages van gevonden voorwerpen zijn Merz. Zijn collages zijn Merz; zijn impressionistische Noorse landschappen, zijn portretten, zijn klankgedichten die ook op de tentoonstelling te beluisteren zijn – alles is Merz. En wat hij doet, denkt en voelt, noemt hij: merzen.

In de laatste zalen van de Tate duikt eindelijk Groot-Brittannië op. Er hangen collages op hardboard uit het interneringskamp. Er zijn portretten en landschappen – met een losse toets geschilderd. De tentoonstelling over Schwitters eindigt met een diashow over de Merzbarn in Elterwater.

Kampkameraden

Wie onvoorbereid de tentoonstelling in de Tate binnenstapt, zou denken dat het de kunstenaar goed is vergaan in Engeland. Hij heeft het best gezellig met zijn kameraden in het kamp. Hij komt snel vrij. In Londen timmert hij aan de weg met kleine exposities, waarover de grote Britse kunstcriticus Herbert Read één keer positief schrijft. Na de oorlog trekt hij naar het majesteitelijke berglandschap van het noorden.

Als je zelf de archieven ingaat in Newcastle en die van andere culturele instellingen in het Lake District, of desnoods alleen de (prachtige) brieven van Schwitters leest die Ernst Nündel in 1974 bundelde, stuit je op een heel andere werkelijkheid. Die werkelijkheid is er een van twijfel, wanhoop en isolement.

Schwitters is dolblij dat hij na de oorlog weer kan corresponderen met zijn kunstvrienden in Duitsland en Amerika. Hij is gelukkig als hij kan merzen. Maar die vreugde heeft ook een keerzijde. Naast het verdriet om het verlies van zijn eerste Merzbau in Hannover, de onbereikbaarheid van zijn zoon in Noorwegen en de dood van zijn eerste vrouw Helma in Duitsland, is er machteloze woede over het onbegrip en het provincialisme dat uit de schoorstenen van Ambleside maar ook die van Londen omhoog walmt.

„Men staat hier in Engeland tegenover abstracte kunst als een vraagteken”, schrijft hij. „In Amerika als een uitroepteken.” De Royal Academy wijst hem in de oorlog af voor haar jaarlijkse zomertentoonstelling. Hij moet zijn impressionistische toets laten varen – geen penseelstreek wil men in Engeland zien.

Na zijn vrijlating in 1941 uit het kamp leeft hij samen met Edith in overwegend bittere armoede. Aan zijn vriend, de dadaïst Raoul Hausmann, schrijft hij: „Ik schilder alleen (portretten), zodat ik mijn Merz zonder concessies kan maken. Ik zou geen portretten meer schilderen als ik echte kunst maken kon.” Zelfs de portretten lukken niet altijd: als een rijke opdrachtgeefster in het nabijgelegen Windermere halverwege het modelzitten niet tevreden is met haar portret en Schwitters weigert uit te betalen voor het werk dat al is verricht, barst hij in huilen uit: „Een kunstenaar moet toch ook leven”, schrijft hij.

Schwitters sterft aan een astma-aanval. Een maand na zijn dood wijdt de Westmorland Gazette een kleine vijftien regels aan de dood van „de pionier van de abstract-impressionistische kunst”. In dezelfde krant staat een dubbel zo lang bericht over twee honden die tijdens de laatste vossenjacht zijn omgekomen. Schwitters wordt begraven op het kleine kerkhof in Ambleside.

Bureaucratische regels

Van meet af aan botert het niet tussen de nabestaanden van Schwitters en het kerkbestuur van Ambleside. Er is ruzie over de gebruikte letter- en steensoort bij het graf: de bureaucratische regels van het kerkbestuur moeten tot op de millimeter nagevolgd. De ruzie culmineert als de zoon van Schwitters een van de lievelingsbeelden van zijn vader – het abstracte beeld de Herbstzeitlose – op het graf wil plaatsen en het bestuur zijn veto uitspreekt. Zoon Ernst besluit in 1970 om het lichaam van zijn vader op te graven en naar Hannover te brengen. Daar wordt de kunstenaar opnieuw begraven. De oude grafsteen blijft op het kerkhof van Ambleside staan, boven een graf dat leeg is.

De affaire rond het graf is illustratief voor de Britse zelfgenoegzaamheid en het provincialisme die de naoorlogse jaren tekenden. Dit, én de desinteresse voor hedendaagse kunst die niet van eigen bodem is – ‘Brittannia rules the waves’ – wordt in de Tate genegeerd. Waarom? Verdraagt het Britse kunstblazoen van toen geen smet?

Er speelt nog iets.

In de Hatton Gallery in Newcastle staat sinds 1965 een complete, door Schwitters gemaakte Merz-muur van circa drie bij vijf meter. De leistenen muur is bedekt met geometrische en slakkenhuisachtige sculpturen. Na Schwitters’ dood kregen weer en wind vrij vat op de Merzbarn. De muren dropen van het vocht. Zwerfvuil stapelde zich op. Niemand had geld voor conservering over – niet de eigenaar van Cylinders, niet het gemeentebestuur van Ambleside, niet de welgestelden uit het Lake District, en: niet de Tate Gallery.

De Tate kreeg in 1962 de Merzbarn voor niets aangeboden, maar weigerde de gift. Uiteindelijk besloot de Britse pop-artkunstenaar Richard Hamilton, die in Newcastle aan de kunstacademie doceerde en een bewonderaar van Schwitters was, tot een gewaagd reddingsplan. De enige Merz-muur die Schwitters had voltooid, werd uitgegraven, over een speciaal aangelegde rails de heuvel afgetakeld en op een hooglader naar Newcastle gereden. Daar is de muur gerestaureerd en nog steeds te bezoeken.

Het universiteitsbestuur van Newcastle toonde zijn grootheid toen het Schwitters’ muur redde. De Tate in Londen kon destijds die grootheid niet opbrengen. Door die episode in de geschiedenis niet te onderzoeken, toont de Tate opnieuw hoe klein ze is.

Schwitters in Britain. T/m 12 mei. Tate Britain, Millbank, Londen. Dag 10-18u. Catalogus £ 24,99. Inl: www.tate.org.uk De Merzbarn is ma t/m za van 10-17u te bezoeken in de Hatton Gallery, op de universiteitscampus van Newcastle.