Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Beeldende kunst

‘Bij kunst ga ik op mijn instinct af’

Verzamelaar Bert Kreuk bouwde een collectie van internationale allure op. Een deel daarvan toont hij in het Gemeentemuseum Den Haag.

Kunstverzamelaar Bert Kreuk staat in een zaal van het Gemeentemuseum Den Haag en kijkt naar het schilderij Red House van de Schot Peter Doig – zíjn Peter Doig. „Het is een herinnering aan zijn jeugd in Canada”, weet Kreuk te vertellen. „Moet je zien hoe goed dat huis geschilderd is. Hoe mysterieus de schimmen op de voorgrond zijn. En hoe dat berkje de compositie precies in tweeën deelt. Het is zo’n verschrikkelijk mooi werk.”

De bevlogenheid straalt van Kreuk af wanneer hij de werken aanwijst die hij langdurig aan het Gemeentemuseum in bruikleen heeft gegeven – stuk voor stuk topwerken van belangrijke hedendaagse kunstenaars. Tegenover het schilderij van Doig hangt een indrukwekkend landschap van Anselm Kiefer uit 2005. En beneden, op de nieuwe expositie van Luc Tuymans, is een mooi sereen doek te zien dat ook uit de Kreuk-collectie afkomstig is – een bijna geheel uit grijstinten opgebouwde voorstelling van een muziekstudio. Schilderijen als deze kosten op veilingen tonnen zo niet miljoenen euro’s. Veel te duur dus voor de beperkte aankoopbudgetten van Nederlandse musea.

De samenwerking tussen het Gemeentemuseum en Kreuk gaat terug tot 2009. Toen gaf hij het museum een Mondriaan in langdurige bruikleen. Sindsdien heeft Kreuks verzameling volgens museumdirecteur Benno Tempel een enorme vlucht genomen. Kreuk heeft zich de afgelopen jaren bijna fulltime met zijn collectie beziggehouden. Zo’n zevenhonderd werken telt die nu. Er zitten werken van Monet en Cézanne tussen, maar ook van jonge sterren als Theaster Gates en Danh Vo. Zijn ambitie, zegt Kreuk, is een collectie van internationale allure te vormen. Niets minder dan dat.

Vanaf juni zal voor het eerst een substantieel deel van Kreuks collectie te zien zijn op de tentoonstelling Grensverleggend in het Gemeentemuseum. Voor Nederland betekent die expositie een kennismaking met kunstenaars die in de VS allang zijn doorgebroken maar in Europa nog nauwelijks getoond zijn, zoals Alex Hubbard, Alex Israel of Mark Bradford. „In Nederland hebben musea de afgelopen twintig jaar nogal de boot gemist als het gaat om het tonen en aankopen van hedendaagse kunst”, zegt Benno Tempel. „Zij hadden moeite met de veranderende kunstwereld. Kijk naar Jeff Koons en Damien Hirst, die zijn door Nederlandse musea niet of pas veel te laat gekocht.” Kreuk: „En dat is nu precies het soort conceptuele kunst waarin ik mij in verdiept heb.”

De verzamelaar zal zelf optreden als gastcurator van zijn eigen tentoonstelling. Het zal geen chronologisch overzicht worden, verklapt hij al. Er zullen grote namen als Christopher Wool, Luc Tuymans en Willem de Kooning vertegenwoordigd zijn – „zij vormen de basis” – maar vooral ook veel jonge, opkomende kunstenaars. „Het gaat mij om de boodschap die een kunstwerk uitdraagt”, zegt Kreuk. „Het hoeft niet alleen een mooi plaatje te zijn, de intentie is het belangrijkst. Een kunstwerk moet prikkelen, ontregelen. En het moet vooruitstrevend zijn. Bij alle aankopen die ik doe, vraag ik mij af: doet dit er over vijf jaar nog steeds toe?”

Als kunstverzamelaar is hij autodidact, vertelt Kreuk. Hij komt niet uit een artistiek nest, was altijd met zijn bedrijf bezig. Toch heeft hij nooit de behoefte gehad zich door kunstexperts te laten adviseren. „Het is míjn collectie. Ik laat me ook niet leiden door dealers die zeggen: dit móét je kopen. Ik ga vooral op mijn instinct af. Noem het een gut feeling. Ik kan binnen vijf seconden zeggen of iets authentiek is of niet. Dat is voor mij het criterium. Ik moet een kunstwerk niet kunnen associëren met een andere kunstenaar. Dan koop ik het niet.”

Is hij eenmaal enthousiast over een kunstenaar, dan gaat de verzamelaar op atelierbezoek en volgt hij hem op al zijn tentoonstellingen en beurzen. Als een ware ambassadeur zal hij ‘zijn’ kunstenaars promoten. „Zo heb ik Benno Tempel weer enthousiast gemaakt voor Mark Bradford”, lacht Kreuk. Ook wees hij de museumdirecteur op het werk Recollection Hysteria (2012) van de Amerikaanse Kaari Upson, een gekantelde woonkamer uitgevoerd in vleeskleurig latex die perfect zou passen in het Gemeentemuseum. Kreuk: „Toen Benno fondsen ging werven voor de installatie en ik zag dat hij het werk echt graag wilde hebben, heb ik het hem geschonken.”

De installatie is nu in een van de kabinetten van het Gemeentemuseum opgesteld. Het is alsof het werk voor de ruimte gemaakt is. Kreuk: „Het is een echt museaal stuk. Bij mij thuis zou zoiets nooit passen. Ik heb het specifiek voor het Gemeentemuseum gekocht.”

Inmiddels heeft Kreuk zijn zinnen gezet op een sculptuur van de Canadese kunstenaar David Altmejd. Hij heeft er al een optie op genomen, maar moet binnen een week beslissen. Benno Tempel ziet de aankoop in ieder geval wel zitten. „Dat beeld zou ontzettend mooi aansluiten op het New Babylon-project van Constant uit onze collectie. Ik zie de combinatie al helemaal voor me.”

‘Grensverleggend. Werken uit de collectie Bert Kreuk.’ 8/6 t/m 29/9 in Gemeentemuseum Den Haag. Werken van Doig, Kiefer, Tuymans en Upson zijn nu al in de vaste opstelling te zien. Inl: gemeentemuseum.nl