Akzo-topman Büchner snijdt waar nodig

Word je baas bij een nieuw bedrijf, snij dan de ‘rotte delen’ eruit en vervang het management. Bestuursvoorzitter Tom Büchner van AkzoNobel brengt die les in praktijk.

Het is les één uit het handboek voor de manager. Word je baas bij een nieuw bedrijf, snij dan de ‘rotte delen’ eruit en vervang daarnaast het topmanagement. Ton Büchner, de nieuwe bestuursvoorzitter van AkzoNobel, voert deze les uit.

In mei vorig jaar nam de 47-jarige Büchner de leiding van ’s werelds grootste verfproducent over van Hans Wijers. En ondanks een afwezigheid van drie maanden – nadat de diagnose ‘tijdelijke vermoeidheid’ was gesteld – is hij voortvarend van start gegaan.

Alle drie divisies – decoratieve verven, industriële verven en chemie – kregen een nieuwe leider. En deze week werd ook bekend dat Marjan Oudeman opstapt. Zij wordt bestuursvoorzitter van de Universiteit Utrecht. Oudeman (54) is lid van het uitvoerend comité van AkzoNobel, een Wijers-innovatie.

Drie jaar geleden besloot Wijers de organisatie aan te pakken. Hij creëerde een uitvoerend comité, waarin behalve de leden van de raad van bestuur ook directeuren zitting hebben. Het bestaat uit vier bestuursleden en vijf directeuren. Eén van hen is Oudeman (personeel en organisatieontwikkeling).

Die nieuwe structuur moest, volgens Wijers, resulteren in een onderneming die efficiënter wordt aangestuurd om verdere groei te realiseren. En om nog efficiënter te worden, brengt Büchner het aantal leden terug van negen naar zeven. Dat zei hij gisteren in Londen tijdens een ontmoeting met analisten, waarin hij zijn nieuwe strategie en financiële doelstellingen presenteerde.

De bonussen van de managers, zo’n zeshonderd, worden afgestemd op de nieuwe doelstellingen. Die hebben betrekking op onder meer operationeel resultaat en rendement op investeringen. Dit rendement moet stijgen van bijna 9 procent afgelopen jaar tot 14 procent in 2015.

Direct bij zijn aantreden liet Büchner weten dat er „geen grote veranderingen” in het productaanbod en ook „geen grote acquisities” aan zitten te komen. De omzetgroei zal met name uit het bedrijf zelf moeten komen, maar gezien de marktomstandigheden is Büchner sceptisch. De stagnerende groei in Europa heeft tot gevolg dat er minder auto’s worden verkocht en dat de bouwmarkt inzakt – wat voor AkzoNobel betekent dat er minder verf wordt verkocht.

Omzetgroei voor de komende jaren zal dan ook moeten komen uit opkomende landen die op dit moment al voor 44 procent bijdragen aan de omzet. „Wij verwachten van onze markten geen wind in de zeilen, dus we moeten van binnenuit fit worden”, zei Büchner gisteren.

Dat betekent: geplande saneringen eerder uitvoeren en afschrijven op verlieslijdende activiteiten. Wijers kondigde bijvoorbeeld al een sanering aan die volgend jaar 500 miljoen euro moest opbrengen; Büchner wil die besparing al dit jaar halen.

Door sanering en afschrijving leed AkzoNobel vorige jaar 2,2 miljard euro verlies, tegen een winst van 0,5 miljard in 2011. De omzet steeg met 5 procent tot 15,4 miljard euro, met name door gunstige wisselkoersen.

Büchners voorganger was een strateeg, minder een manager. Onder Wijers’ leiding onderging AkzoNobel een metamorfose. Hij verkocht bijvoorbeeld farmaciedochter Organon en hij nam het Britse ICI over, waardoor AkzoNobel de grootste verffabrikant in de wereld werd.

De voordelen van die schaalgrootte zijn nog niet gerealiseerd – en dat is de belangrijkste taak van Büchner. Verbetering van de productiviteit en organische groei zijn daarbij de sleutelwoorden. In zijn eigen woorden: „Verbeteren van binnenuit”.

De CO2-uitstoot moet in 2020 (ten opzichte van 2012) met 25 procent per ton product zijn gedaald. „Afgelopen jaar waren we in onze sector nummer één in de duurzaamheidsindex van Dow Jones”, zei Büchner. „Die positie handhaven is ons streven voor de komende jaren.”