Ze blijven vaak liever in de kast

In Amerikaanse bedrijven durfden meer homo’s uit de kast te komen nadat directies zich uitspraken Daar kunnen Nederlandse bedrijven van leren, menen COC en FNV

Goed nieuws over de positie van gays op de arbeidsmarkt: je verwacht het niet direct uit de VS, de natie waar het in 29 staten nog min of meer legaal is om homoseksuele mannen of vrouwen te ontslaan wegens hun geaardheid.

Toch durfden, volgens een afgelopen week verschenen rapport (The Power of Out 2.0), in 2012 steeds meer Amerikaanse homo’s op hun werk uit de kast te komen: 59 procent, 7 procent meer dan het jaar ervoor.

Niet toevallig, stelt de in Londen gepromoveerde econoom Sylvia Ann Hewlett, die het onderzoek verrichte. Veel grote bedrijven laten expliciet weten dat het bij hen oké is om homo te zijn. Van de bedrijven die in de Fortune 100 staan (een ranglijst van bedrijven uit de VS, op basis van hun jaaromzet), hebben er 94 dat inmiddels in beleid vastgelegd.

Dat betekent volgens Hewlett dat er verhoudingsgewijs meer grote bedrijven zijn die de discriminatie van homo’s verbieden dan lokale en regionale overheden. En: homo-emancipatie verloopt in het bedrijfsleven voorspoediger dan in de Amerikaanse samenleving als geheel.

De verklaring? Het loont. Om te beginnen loopt een homofoob bedrijf potentieel talent mis, stelt Hewlett. Volgens eerder door haar verricht onderzoek omschrijven homoseksuele werknemers zich vaak als ambitieus (71 procent) en toegewijd (88 procent).

48 procent van de homoseksuelen is volgens haar hoogopgeleid, tegenover 40 procent van de heterobevolking. Over het algemeen een goede poel werknemers om uit te vissen dus. Maar hebben zij het idee dat hun geaardheid op het werk taboe is, dan zullen ze volgens Hewlett minder presteren, minder loyaliteit voelen en sneller bij het bedrijf weggaan.

Bedenk daarbij dat homoseksuele Amerikanen samen een consumentenblok vormen met serieuze koopkracht: 700 miljard dollar. Geld dat ze niet graag zullen spenderen bij een bedrijf dat bekendstaat als intolerant.

Kunnen Nederlandse bedrijven leren van het Amerikaanse onderzoek? Wel als je het aan homo-belangenbehartiger COC en vakbond FNV vraagt. Die voeren sinds een half jaar samen campagne om de ‘sociale veiligheid en acceptatie’ van homoseksuele (en transgender) werknemers te vergroten, vooral in het MKB.

Het initiatief daartoe namen ze vorig jaar. Uiteraard vóór de Amerikaanse cijfers van afgelopen week. Maar ná onderzoeken naar de Nederlandse situatie. Waarvan één het erop houdt dat zo’n 30 procent van de gays tegenover collega’s liever niet uit de kast komt. En een andere peiling bij specifiek MKB-bedrijven op een percentage van 50 procent komt.

De werkgevers zijn zich vaak van geen kwaad bewust, trouwens. Slechts 9 procent van de leidinggevenden in het MKB denkt (blijkens hetzelfde onderzoek) personeel te hebben dat de geaardheid geheim houdt. En de overgrote meerderheid meent dat problemen rond homoseksualiteit bij hen simpelweg niet spelen.

Daarmee lijkt de situatie bijna het vervormde spiegelbeeld van de VS. In een land waar in de publieke ruimte tolerantie als norm geldt, is het gemakkelijk gedacht dat de werkvloer dus ook verdraagzaam is en expliciete gedragsregels overbodig zijn.