Orix: dubbelslag slaan met Robeco

Door de dure yen en de lage groei zijn Japanse bedrijven flink over de grens aan het overnemen. Wat wil Orix met Robeco?

Robeco-CFO Jurgen Stegmann (in krijtstreep).
Robeco-CFO Jurgen Stegmann (in krijtstreep). Foto David van Dam

De gisteren aangekondigde verkoop van Robeco is niet alleen een grote deal voor Rabobank. Voor de nieuwe eigenaar, het Japanse conglomeraat Orix, is het de grootste aankoop ooit. Met Robeco erbij is Orix meteen een van de grootste vermogensbeheerders van Japan.

De gedachte achter de overname is dat die voor Orix op twee continenten gunstig uitpakt: het concern is fors in Oost-Azië en Amerika, maar heeft nog nauwelijks activiteiten in Europa. En met Robeco kan Orix proberen ook weer te groeien op de Japanse thuismarkt, waar huishoudens enorme tegoeden op spaarrekeningen hebben staan.

Met de aankoop van Robeco – 1,94 miljard euro voor 90 procent van de aandelen – heeft Orix het grootste deel uitgegeven van de 2,5 miljard die het de komende drie jaar aan overnames wilde besteden. Robeco wordt als een veilige investering beschouwd, omdat vermogensbeheerders traditioneel stabiele inkomsten opleveren. Orix ziet het als een goede aanvulling op de talrijke andere activiteiten, onder andere in autoleasing, vastgoed en levensverzekeringen.

Japanse bedrijven zijn de laatste tijd actief met buitenlandse overnames. Vorig jaar kochten zij voor een recordbedrag van 105 miljard dollar aan buitenlandse bedrijven. Dat is ook in Nederland te zien. hier kochten Japanners in de afgelopen maand de tv-tak van Philips (Funai), de helft van windpark-op-zee Luchterduinen van Eneco (Mitsubishi) en twee energienetwerken van Tennet (ook Mitsubishi).

„Japanse financiële instellingen kunnen nu gemakkelijk overnames doen”, zegt Rogier Busser, politiek econoom en Japanspecialist aan de Leidse universiteit. „Door de dure yen komt het geld hen de neus uit.” Door de bevolkingskrimp is er in Japan zelf weinig groei te behalen.

Busser verwacht geen grote cultuurschok voor de Robeco-werknemers nu zij een Japanse eigenaar krijgen. „De conservatieve bedrijfscultuur van Robeco past goed bij Japan”, denkt hij. Waarschijnlijk helpt het dat Orix zelf voor meer dan de helft in buitenlandse handen is, zegt Busser. „Er verandert veel in de Japanse financiële sector, mede door de komst van Amerikanen en andere buitenlanders. Het was bijvoorbeeld gebruikelijk dat alle werknemers een gelijk percentage van hun loon als bonus kregen. Nu wordt er meer gekeken naar individuele prestaties.”

Ook ziet hij overeenkomsten in het ondernemerschap van Nederlanders en Japanners. „Ze nemen veel minder risico dan Koreanen, Chinezen en Amerikanen. Japanners wordt vaak verweten dat ze veel te lang wachten. Ik denk dat dat wel past bij Nederlanders.”