Ook Asscher wil extra eisen aan migrant stellen

Minister Asscher wil nieuwkomers een contract laten tekenen. Zij moeten de rechtsstaat onderschrijven. Waarom?

Hele hoge verwachtingen moeten we niet hebben van het ‘participatiecontract’ dat minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) gisteren voorstelde. Maar het „kan een puzzelstukje zijn” in het voorkomen van integratieproblemen die ontstaan als gevolg van arbeidsmigratie uit arme EU-landen, zo legde zijn woordvoerder vanochtend uit. Hij doelt onder meer op Bulgaren en Roemenen, die vanaf 1 januari 2014 in de hele EU kunnen gaan werken.

Asscher vindt het belangrijk dat alle mensen die naar Nederland komen „weten wat hun rechten en plichten zijn en kennis op te doen over de basisprincipes van de samenleving”. Als voorbeeld van Nederlandse waarden die in zo’n contract zouden moeten komen, noemt Asscher de gelijkheid van mannen en vrouwen, of homo’s en hetero’s. Maar het contract is ook bedoeld om nieuwe migranten op hun rechten te wijzen, zoals een minimumloon, fatsoenlijke huisvesting en de vrijheid van godsdienst.

Voor migranten buiten de EU (uitgezonderd Turkije) is deze kennisoverdracht in theorie geregeld via het verplichte inburgeringsexamen.

Het ‘contract’ dat Asscher gisteren presenteerde is een manier om de kennis ook onder EU-migranten en Turken te verspreiden, die geen inburgeringsplicht hebben.

Het moet meer zijn dan een veredelde kennismakingsfolder over wat in Nederland wel en niet kan. Maar omdat het nog nauwelijks is uitgewerkt, roept het voorstel van Asscher die twijfel wel op.

Zich aan de wet houden moet iedereen al – migrant of niet. Die verbiedt discriminatie of het slaan van vrouwen en homo’s al, om maar wat te noemen. Welk aanvullend doel dient zo’n participatiecontract dan? Wordt het contract ook gehandhaafd, of is het slechts informatief of symbolisch van aard?

Staan er, bovenop de sancties in de wet, aanvullende sancties op het ‘breken’ van het contract? Betekent dat dan dat een EU-migrant harder zou worden gestraft voor het breken van dezelfde wet dan iemand die zo’n participatiecontract niet heeft hoeven tekenen? De minister lijkt te suggereren van wel. Het contract moet niet „vrijblijvend” zijn, zo vertelt Asscher vandaag aan de Volkskrant.

Hoe hij die vrijblijvendheid wil voorkomen zonder het gelijkheidsbeginsel in het Nederlandse recht te schenden is nog onduidelijk. Volgens de woordvoerder wordt het idee van de minister nu uitgewerkt. Al dit soort vragen worden dit najaar beantwoord. Dan wordt ook duidelijk of het idee de kwalificatie van ‘puzzelstukje’ verdient.

Het contract van Asscher doet denken aan de verklaring van verbondenheid die minister Rita Verdonk (VVD) in 2005 invoerde, als verplicht onderdeel van een naturalisatieceremonie. Nieuwe Nederlanders moesten zweren of beloven zich aan de Grondwet te houden en de plichten van het staatsburgerschap te vervullen.

Curieus detail: die verklaring mocht geen ‘loyaliteitsverklaring’ heten, zo legde Verdonk tijdens de parlementaire behandeling uit. Dat was een „beladen term die duidelijk in verband staat met de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog”.

Het voorstel van Asscher voegt zich zo in een rijke politieke traditie. Middenpartijen worstelen al sinds de opkomst van Pim Fortuyn met de vraag hoe je gekoesterde waarden en normen aan burgers oplegt in een tijd dat ze – en niet alleen door massa-immigratie – voor minder mensen vanzelfsprekend zijn.

En zoals veel zijn voorgangers zoekt Asscher de oplossing in de maakbaarheid van de samenleving .