Onvolkomen vrijheid: onvolkomen toezicht

Nadat er in 2001 een stroomcrisis uitbrak in de Amerikaanse staat Californië waren er ruwweg twee politieke reacties. De eerste, gesterkt door het debacle met de energiereus Enron, was dat de deregulering van de stroommarkt in de staat veel te ver was gegaan. Bedrijven, zoals Enron, waren aan het speculeren geslagen, waardoor de zaak in het honderd liep. De andere reactie was juist dat het arbitreren in stroom het gevolg was van een deregulering die niet ver genoeg was gegaan. Er bleven te veel onvolkomenheden over, en verschillen in regime tussen afzonderlijke deelstaten voedden de speculatie in stroom.

Met deregulering gaat het vaak zoals met die kast die de trap op moet worden getild: halverwege maakt zij de draai nét niet en komt vast te zitten. Waarna zij niet meer verder wil, maar ook niet meer terug. Er zitten heel wat kasten vast in Nederland.

Neem de rel tussen het Slotervaartziekenhuis en zorgverzekeraar Achmea, waarbij het ziekenhuis de vergoedingen te laag acht en de zorgverzekeraar geen uitzondering kan maken voor één ziekenhuis. Wie heeft hier de macht? Het ziekenhuis? Een beetje. Achmea? Lijkt van wel. Maar ook de overheid, want die voert inkomenspolitiek met de zorgpremies. En die bepalen mede Achmea’s onderhandelingsruimte.

Wat we ‘markt’ zijn gaan noemen is dat vaak niet. De zorgverzekeraars zijn, namens de consument, een ‘oligopsonie’: een machtige, kleine groep van vragers van zorg. In de geestelijke gezondheidszorg is er sprake van een oligopolie: een kleine groep van, vaak regionaal geconcentreerde, alleenheersers. Dat geldt in wezen ook voor de energievoorziening. De spoorwegen zijn, op een enkele regionale lijn na, een monopolie. En zo zijn er talloze voorbeelden: woningbouwverenigingen, scholen, banken die too big to fail zijn. En alle zijn ze ‘markt’, in de beleidsnota’s en wat betreft de salarissen waar zoveel ophef en afgunst over is. Woon, zorg, bank, stroom, trein, bel, en verwonder.

Volgens de Heritage Foundation, een conservatieve Amerikaanse denktank, scoort Nederland dit jaar 73,5 punten op de Economic Freedom Index, die van nul tot honderd loopt, en bezet het daarmee wereldwijd de zeventiende plaats. De vrijheid is wat gedaald, vanaf een hoogtepunt in 2007-2008 dat voor vrijwel de hele wereld de piek was. Nederland was, voor wat de index waard is, toen even vrij als de VS in het jaar 2000.

De prijs die je betaalt voor vrijheid is toezicht. In plaats van regels en beperkingen vooraf is er nu controle. Maar de prijs van onvolkomen vrijheid is veel hoger: onvolkomen toezicht. Hoe dat gaat? De Rekenkamer zou, met de bankencrises in het achterhoofd, graag toezicht uitoefenen op De Nederlandsche Bank. Als dat ook de Raad van Commissarissen van de centrale bank betreft, krijg je dus een toezichthouder op een toezichthouder op een toezichthouder op de banken.

Wat te doen? Denk aan Californië. Ga voor elke sector opnieuw na of er sprake is van te veel of te weinig deregulering. Kan er een markt? Dan komt er een markt, maar dan ook écht. Kan het niet? Dan niet. We moeten voor- of achteruit. Ook al betekent het dat we van sommige kasten een poot moeten afzagen. Zal je zien dat we daarna nog stijgen op die vrijheidsindex ook.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.