Koningin Máxima

De minister-president van Nederland sprak al in 2002 over „koningin Máxima”. Het gebeurde in de Tweede Kamer op 11 april van dat jaar en de toenmalige premier, de PvdA’er Wim Kok, meende zelf dat hij „geheel in tegenspraak met mijn imago” grote woorden had gebruikt „met voorspellende betekenis”.

Die voorspelling is, elf jaar later, uitgekomen. De premier van nu, de VVD’er Mark Rutte, had er weinig tijd voor nodig. Al op 28 januari van dit jaar, de dag waarop koningin Beatrix aankondigde dat zij zal abdiceren, liet de Rijksvoorlichtingsdienst weten dat vanaf 30 april koning Willem-Alexander het staatshoofd zal zijn en dat zijn echtgenote Máxima dan koningin zal heten. Beiden zijn aan te spreken met ‘majesteit’.

Hiermee wordt een traditie uit de negentiende eeuw voortgezet, toen Nederland voor het laatst koningen had. Maar dat was niet vanzelfsprekend, omdat in 1972 de bepaling dat de echtgenote van de koning als koningin moest worden aangeduid, uit de Grondwet is geschrapt. De Grondwet kent alleen nog het begrip ‘Koning’ (m/v), als staatshoofd.

Kok sprak zijn ‘historische’ woorden uit in een debat waarin een nieuwe wet werd behandeld die het lidmaatschap van het Koninklijk Huis regelde. Preciezer gezegd: het aantal leden daarvan aan banden legde.

Volgens de premier hoorde de vastlegging van ‘koningin’ als aanspreektitel voor Máxima niet in zo’n wet thuis. Maar hij gaf er dus wel, namens het kabinet van PvdA, VVD en D66, in de Kamer een mening over. Om het daarna aan zijn opvolger te laten hoe te handelen op het moment dat de troonswisseling aanstaande zou zijn.

Enkele staatsrechtsdeskundigen spraken vrijdag in NRC Handelsblad hun twijfel uit over de handelwijze van Rutte. Hij zou al te voortvarend zijn geweest. Maar Kok had de weg voor hem geplaveid; de premier meende in 2002 met de opvattingen die hij toen gaf „een belangrijke staatsrechtelijke bijdrage” te hebben geleverd voor de beslissing die nu is genomen.

Niettemin is het verstandig dat Rutte met een motivering komt waarom zijn besluit geen wettelijke basis zou vergen. Opdat het parlement daarover kan oordelen.

Destijds zwengelde de VVD alvast de discussie aan over de vraag of de man van de koningin, wanneer zij staatshoofd is en dus grondwettelijk de Koning, dan niet als koning door het leven zou mogen gaan. Gelet op de tekst van de Grondwet zou dat verwarring geven. Maar het is een relevante vraag als de dag komt dat de nu negenjarige Catharina-Amalia, die met ingang van 30 april Prinses van Oranje is, de troon bestijgt.