Kamerleden bezwijken door te veel informatie

Illustratie Tomas Schats

Stel: je bent lid van de Tweede Kamer. Je bent onervaren. Maar je weet zeker: vandaag is het mijn dag. Vandaag zet ik iets op de agenda of neem ik een besluit. Daarvoor ben je immers toch Kamerlid geworden. Maar waar begin je dan?

Het eerste wat opvalt als je binnenkomt als Kamerlid is de eindeloze hoeveelheid informatie, vertelt PvdA-Kamerlid Mei Li Vos in het promotieonderzoek van Guido Enthoven (‘Hoe vertellen we het de Kamer’). Collega-Kamerlid Roos Vermeij stopte al snel na haar aantreden met het lezen van alle informatie, het was te veel. Ze snapt niet hoe kleine fracties, waar Kamerleden veel dossiers en onderwerpen hebben, het doen.

Informatie is de cruciale grondstof in de politiek, bezweren Kamerleden. Op televisie lijkt het alsof politiek gaat over twee mensen met een tegenovergestelde mening, die ze voor een camera of achter een spreekgestoelte geven. De werkelijkheid is vele malen saaier. Politiek bestaat uit papier, rapporten, meningen, wetten, overleggen en spreadsheets.

De berg informatie die een Kamerlid moet verwerken, is enorm. Elke week krijgt hij gemiddeld 700 pagina’s tekst van de regering, 100 brieven van instanties, organisaties en burgers, 500 e-mails en leest hij of zij 40 kranten, 20 tijdschriften en 15 rapporten. Daarnaast vinden er elke week ruim 20 Kamercommissievergaderingen plaats en 120 andere politieke vergaderingen waaraan hij kan deelnemen. En dan leest hij ook nog de hele dag tweetjes en sms’jes. Een informatietsunami overspoelt wekelijks het gemiddelde Kamerlid.

En deze informatiestroom kun je bovendien nauwelijks zien aankomen. Pas op vrijdag wordt de agenda vastgesteld voor de volgende week. Veel brieven en verzoeken komen daar achteraan, op het laatste moment.

Daar sta je dan, als eenzaam Kamerlid. Waar moet je beginnen?

Gelukkig heb je wat hulp. Je hebt een gedeelde secretaresse, die belangrijke informatie bovenop de stapel kan leggen. Daarnaast hebben de meeste Kamerleden één medewerker voor de inhoud. Eén medewerker is natuurlijk volstrekt onvoldoende, maar Kamerleden durven niet om een tweede te vragen. Dat zou maar gegraai zijn. De treurige uitkomst is dat een supermarktmanager meer ondersteuning heeft dan een gemiddeld Kamerlid. En ondertussen moet je maar uitkijken dat je niet iemand anders agenda zit uit te voeren.

Want terwijl Kamerleden de gehele dag bezig zijn informatie te verwerken, grijpen lobbyisten en ambtenaren de kans om een nieuwe tactiek toe te passen. Vroeger stuurde je informatie, Kamervragen, moties of zelfs hele wetteksten naar Kamerleden voor een beter besluit. Nu willen de belangrijkste lobbyisten vooral iets niet agenderen, uit angst voor ongeïnformeerde Kamerleden. Liever geen besluit dan een slecht besluit.

Hoe kun je iets nou actief niet agenderen? Iemand die angstig of bezorgd is, moet je geruststellen. Door hem mee te nemen naar plekken waar het goed gaat en in één dag de praktijk te laten zien, zoals zorglobbyisten het graag doen. Of door geruststellende cijfers te sturen waardoor er geen aanleiding lijkt om te handelen, zoals de NS doet met de wij-rijden-op-tijdcijfers. Door een Kamerlid die al omkomt in de informatie te overladen met honderden pagina’s aan complexe rapporten, zodat hij of zij er niet eens zin in heeft te beginnen aan het helse karwei zoals bij de pensioenlobby. Voilà, klus geklaard als lobbyist.

Je kunt ook een oude truc omkeren, zoals een lobbyist in Den Haag me vertelde. De tactiek was lang om één Kamerlid meer informatie te geven dan de rest. Die kon zo mooi iets agenderen en scoren met een Kamervraag of mediaoptreden. Je kunt ook het tegenovergestelde doen. Door juist elk Kamerlid de informatie te geven die het niet zoekt, zal niemand over het onderwerp beginnen. Kamerleden zoeken namelijk feiten bij hun eigen meningen. Door feiten tegenovergesteld aan de mening van een Kamerlid te sturen, zullen ze het onderwerp snel links laten liggen. De elektriciteitslobby schijnt er succesvol mee te zijn.

Je zou er gek van worden als Kamerlid, van de informatie en desinformatie. Dat worden ze ook, een beetje althans. Door de gigantische werkdruk, de informatietsunami en onvoorspelbaarheid worden Kamerleden op de been gehouden door adrenaline en stress. De politiek ingaan is vier jaar je lichaam en geest uitwonen. Dat heeft gevolgen.

Een studie heeft aangetoond dat personen onder hoge stress tot 50 procent minder goed in staat zijn informatie te verwerken en beoordelen dan personen onder lage stress. Voor Tweede Kamerleden onder grote stress is dit zelfs heftiger. Er worden twee specifieke gebieden hard geraakt door stress: het declaratieve geheugen en het werkgeheugen. Je declaratieve geheugen zorgt ervoor dat je actief feitenkennis kunt oproepen. En met het werkgeheugen kun je problemen oplossen door het actief gebruiken van feiten en kennis. Veel informatie opnemen bij hoge stress met weinig hulp leidt dan alleen maar tot dommere Kamerleden en rare uitkomsten. Enter fact-free politics.

Tijdens politieke onderhandelingen wordt vaak, bewust, aangestuurd op het bezwijken van Kamerleden door de informatietsunami. De tijd wordt beperkt, men mag maar een paar uur het regeerakkoord lezen voordat men toestemt. De agenda wordt overspoeld, tijdens fractievergaderingen van een uur met vijftien tot twintig onderwerpen. Een woonakkoord wordt binnen 48 uur gesloten voordat informatie van experts beschikbaar is. Stress, druk en onvoldoende tijd leiden ertoe dat Kamerleden akkoord gaan. Dat kan leiden tot slechte besluiten of afwezige controle. Reflectie ontbreekt.

Het gevolg is dat slechts enkele Kamerleden goed geïnformeerd zijn. De rest laat het er al snel bij zitten en ziet informatie nog enkel als illustratie van het eigen gelijk. Vandaag agendeer of beslis ik iets, denkt het Kamerlid. Maar waar begin ik, in godsnaam?

In deze column onderzoekt Sywert van Lienden de achterkant van politiek Den Haag en probeert hij politieke structuren bloot te leggen. Op nrc.nl kun je hem helpen, met tips, cijfers en ervaringen.