In Jemen sterft de joodse gemeenschap langzaam uit

Na de massa-emigratie in 1949-1950 leeft nog maar een klein aantal joden in Jemen. Zij willen blijven omdat hun wortels in het gebied liggen.

Joodse jongens op een joodse school in de Jemenitische stad Raida in 2009.
Joodse jongens op een joodse school in de Jemenitische stad Raida in 2009. Foto Reuters

In Jemen wordt het leven steeds moeilijker voor de laatste 150 joden die er nog leven. Maar toch weerspreekt Yousef Suleiman Habbeeb recente berichten dat ze weg willen, met hulp van Qatar. „We horen hier, die geruchten komen van een Iraanse televisiezender.”

Yousef Suleiman Habeeb heeft pijpenkrullen en draagt de lange zwarte jas van de orthodoxe joden, maar daaronder draagt hij de traditionele Jemenitische thaub, de lange witte jurk voor mannen. Hij draagt geen keppeltje, maar een kofia, het Jemenitsche dophoedje. Hij verpersoonlijkt duizenden jaren geschiedenis in een geïsoleerd land.

„Maar we moeten wel meer rechten krijgen.” Joden worden van oudsher gediscrimineerd. Joodse huizen mochten niet hoger of mooier zijn dan huizen van moslims en joden kunnen nog altijd geen officiële functies bekleden. „Als ze hier als gelijken waren behandeld, zouden vroegere emigratiegolven nooit zijn gebeurd”, zegt Fouad Alalwi, hoofd van Sawa’a, een organisatie tegen discriminatie.

Bovendien zijn veel joden de laatste jaren door geweld verdreven uit hun huizen in de stad Sa’ada in het noorden, waar in 2004 een oorlog uitbrak tussen het regeringsleger en de Houthi’s, shi’itische opstandelingen. De toenmalige regering evacueerde de joden van Sa’ada naar Sana’a, waar ze tot op de dag vandaag op een kluitje leven in een afgesloten woongemeenschap. Werken kunnen ze niet. „We kregen geld van de regering, maar dat komt nu niet meer.”

Dat ligt niet zozeer aan de regering – die graag haar goede wil richting de joden toont om de Verenigde Staten tevreden te houden – maar aan gedonder binnen de gemeenschap. „Onze zogenaamde rabbi Yahya heeft dat geld achterover gedrukt, we hebben hem afgezet maar de regering houdt hem de hand boven het hoofd. Yahya gedraagt zich als een sjeik, maar dan joods.” Ze leven nu van het geld dat familie in Israël of de VS naar hen stuurt.

En dan zijn er de extremisten. Aan de sunnitische kant is dat Al-Qaeda. Aan de shi’itische kant zijn er de Houthi’s, die als leus hanteren: ‘Dood aan Israël, de joden zullen lijden’. Vooral de Houthi’s boezemen Habeeb angst in. Hij laat slecht genezen kogelwonden in zijn been zien. „Zeventien keer is er op me geschoten, tijdens de oorlog in het noorden.” Of een Houthi op hem schoot wil hij niet zeggen.

Niet gek dus, dat de meeste joden al lang weg zijn. De meesten, zo’n 50.000, vertrokken tussen 1949 en 1950. Enkele honderden bleven achter, maar ook de meesten van hen verlieten Jemen inmiddels, vaak na gewelddadige incidenten zoals moorden en overvallen.

Toch zijn er voor mensen als Habeeb redenen om te blijven. „Dit is hun land”, zegt Faisal Al-Khalifi, advocaat van de joodse gemeenschap. „Ze zijn hier al duizenden jaren.” Exacte jaartallen zijn niet te geven, maar zeker is dat er joden in Jemen zijn sinds honderden jaren voor onze jaartelling, en lang voor de komst van de islam. Het jodendom is lange tijd de staatsgodsdienst geweest van de regio die nu Jemen is. Die geschiedenis wil Habeeb niet zomaar loslaten.

Bovendien is hij bang dat Israël te modern is. Jemenitische joden zijn net zo traditioneel als Jemenitische moslims, ook hun vrouwen gaan gesluierd, ook hun vrouwen blijven binnen, ook hun dochters worden uitgehuwelijkt. En ze hebben gehoord dat Jemenitische joden in Israël worden gediscrimineerd. „Ze hebben daar ook rangen, bovenaan staan de ashkenazi, de joden uit Oost-Europa, onderaan die uit Ethiopië, de Jemenieten komen daar net voor”, zegt advocaat Al-Khalifi.

Sommige Jemenieten in Israël zouden daarom zelfs terug willen naar Jemen, althans zodra de situatie in Jemen verbetert. Maar dan lopen ze tegen een ander probleem aan. De Jemenieten moeten niks hebben van terugkerende joden. Dat ze hier van oudsher zijn vinden ze een ding, maar dat ze naar Israël gaan en daar in het leger tegen de Palestijnen vechten, is iets anders. Die joden zijn niet meer welkom. „De Jemenieten haten de joden die alleen al zeggen dat ze naar Israël willen”, zegt een Jemenitische die anoniem wil blijven.

Intussen wordt er van buitenaf aan de joden getrokken. „Er is telkens een vrouw die bij ons langskomt en zegt dat we 5.000 dollar krijgen als we naar Israël gaan. We denken dat ze van een zionistische organisatie is”, zegt Habeeb.

Volgens advocaat Al-Khalifi hebben vijf families belangstelling getoond. Hij pakt zijn boekje en begint de namen op te sommen. Habeeb zegt bij elke naam dat het niet waar is. Hij lijkt het niet te willen zien: het voortbestaan van de oeroude joodse gemeenschap in Jemen hangt aan een zijden draadje.