Ik heb het gevoel dat ik ben gerepareerd

Morgen komt de tweede roman van Paolo Giordano uit Hij overwon een writer’s block Na het succes van De eenzaamheid van de priemgetallen ging hij in therapie

Medewerker Boeken

Oorlog was de redding in het leven van schrijver Paolo Giordano: daar kon hij zijn tweede boek over schrijven, dat maakte zijn werk betekenisvol. Eerder was er in zijn leven „een bom ontploft”, zegt hij. De Italiaan grijnst een beetje om de metafoor, hangend in zijn fauteuil in zijn duistere Turijnse benedenwoning. Hij vindt de vergelijking wat ongepast, maar hij meent het wel: hij maakte de afgelopen jaren kennis met wat je de eenzaamheid van de grote getallen kunt noemen. „Na het succes was niets meer hetzelfde.”

Paolo Giordano (31) debuteerde in 2008 met De eenzaamheid van de priemgetallen, dat een internationale bestseller werd. Media onthaalden de jonge natuurkundige als hét nieuwe literaire talent van Italië. Het succes keerde zich tegen hem. „Alles rondom mij werd groter gemaakt dan het was, en dat wordt nu eenmaal afgestraft. Het maakte mensen boos en argwanend over mijn boek. Toen ik me na tweeënhalf jaar van promotietournees terugtrok om weer te schrijven, kon ik me daar niet van losmaken. Ik schreef om te bewijzen dat ik het succes waard was, wat me een jaar lang waardeloze teksten heeft opgeleverd. Ik was alleen maar met mijn hoofd aan het schrijven. Ik voelde er niets bij.”

Eind 2010 kreeg hij het aanbod om als embedded journalist naar Afghanistan te gaan. „Dat extreme had ik nodig”, zegt hij. „Ik voelde me aangetrokken tot het gevaar waarin ik terecht zou komen. Maar wat me daar echt hielp, was dat ik in die oorlog in de woestijn een parallel herkende met mijn eigen veranderde leven. Ik was verzeild geraakt in een gevecht tegen een onzichtbare vijand. Het was precies de analogie waarop ik als schrijver zat te wachten.”

Het menselijk lichaam, Giordano’s tweede roman, moest zich dáár dus afspelen: op een Italiaanse militaire basis in Afghanistan. Het gaat over mannen die patrouilles rijden en bommen onschadelijk maken, op wacht staan, aan buikloop lijden en vooral heel veel lanterfanten op de basis – en grappen uithalen met elkaar. „De sfeer op de basis deed me denken aan een zomerkamp. Je hebt er het gevoel dat je deel uitmaakt van iets groters, veilig en beschermd. Er heerst een jolige stoeremannendynamiek. Het verschil is dat achter de omheining van de militaire basis wezenlijke gevaren dreigen. Dat maakt de vergelijking oneerlijk, maar het paradoxale gevoel was wel belangrijk om te begrijpen hoe het leven daar is. Veel militairen waren totaal onvoorbereid op wat hun emotioneel te wachten stond.”

Het kantelpunt in de roman is wanneer de militairen de basis moeten verlaten om Afghaanse vrachtwagenchauffeurs te escorteren. Het wordt een ramp: als vlak voor het konvooi een kudde schapen oversteekt, blijken de Italianen in een hinderlaag gelopen. Ze worden een schietschijf voor de Talibaan. Het is een voorval waarover Giordano in Afghanistan hoorde, toen hij een luitenant sprak.

Gaat de roman over de waargebeurde ervaringen van de militairen?

„Nee, het is er hoogstens losjes op gebaseerd. Ik had een soort nobele burgerplicht kunnen vervullen door hún verhalen te vertellen. Maar ik twijfel of me dat voldoende had geboeid om er een boek mee te vullen. Ik moet een verhaal gebruiken om er iets over mijzelf in te vertellen. Toen ik begon, waren er meerdere Paolo Giordano’s, die niet meer met elkaar correspondeerden. In die tijd ging ik ook in therapie; dat heeft veel invloed gehad op de roman. Iedere man of vrouw in het boek is een deel van mijn eigen persoonlijkheid, dat met andere delen in conflict komt. Het is de verkapte autobiografie van één verknipte jongen.”

Je vertelt dus over jezelf, maar doet dat bij monde van verschillende personages, in een verre omgeving. Zo verschuil je je nog steeds.

„Ik schrijf romans, geen memoires. Maar volgens mij is het zo dat hoe verder een mens reist, hoe eerlijker hij over zichzelf kan zijn. Dus hoe meer ik verborgen ben in mijn personages, hoe gemakkelijker ik intieme en beschamende dingen durf te zeggen.”

De vraag in hoeverre mensen verantwoordelijk zijn voor hun handelingen hield het personage Mattia in De eenzaamheid van de priemgetallen ook al bezig. Toeval?

„Nee. Dit boek gaat over de levensfase na adolescentie, die centraal stond in mijn debuut. Nu is de schuldvraag ernstiger geworden: het gaat niet alleen over de consequenties van bewuste handelingen, zoals die van Mattia, maar ook over de gevolgen van dingen die je onbewust hebt gedaan. Wat er allemaal gebeurt als de militairen in de hinderlaag lopen, is eigenlijk bepaald door een grote hoeveelheid kleine, toevallige gebeurtenissen in het eerste deel van de roman. Zo ligt de schuld een beetje bij iedereen en daardoor misschien bij niemand. Maar omdat er mensen sneuvelen, voelt iedereen zich schuldig.”

Ondertussen vertel je een achtergrondverhaal over de zus van één van de soldaten, die met haar ouders gebroken heeft. Die soldaat zit ertussenin en voelt zich daar schuldig over.

„Onder de oppervlakte speelt een heleboel mee wat de groep militairen maakt tot wat die is – ook zo’n familiegeschiedenis. Maar ik moet er nu maar niet veel meer over uitweiden, tijdens het schrijven heb ik me ook al telkens eraan herinnerd dat ik moest tonen, niet vertellen. Om me met het menselijk lichaam bezig te houden, niet alleen met de geest.

„Na De eenzaamheid van de priemgetallen wilde ik geen concessies doen, ik wilde veel lagen, veel niveaus in mijn roman. De verhaallijn over die zus en hun ouders moest er daarom in: omdat het precies toont waarom oorlog geen vreemde analogie is. Oorlog ontstaat als mensen ophouden met elkaar te praten.”

Heeft je therapie geholpen? Praten je persoonlijkheden weer met elkaar?

„Meer dan dat. Ik heb het gevoel dat ik gerepareerd ben.”

Paolo Giordano: Het menselijk lichaam. Vertaald uit het Italiaans door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd. De Bezige Bij, 352 p, € 19,90

Op 5 maart treedt Paolo Giordano op bij Border Kitchen. Kijk voor kaarten op borderkitchen.nl