Europese budgetstrijd

Tevredenheid alom bij de regeringsleiders van de Europese Unie nadat zij twee weken geleden hun akkoord over de Europese meerjarenbegroting hadden afgesloten. Europa bleek, als het erop aankwam, best tot handelen in staat, aldus de communis opinio na de uitputtende onderhandelingen die bijna 24 uur aaneengesloten duurden.

Maar er blijft nog wel één obstakel over, voordat de over zeven jaar lopende begroting op 1 januari volgend jaar kan ingaan: het Europees Parlement.

De Europese volksvertegenwoordiging heeft formeel net zoveel over de meerjarenbegroting te zeggen als de regeringsleiders, dankzij de nieuwe spelregels voor de Europese Unie in het eind 2009 van kracht geworden Verdrag van Lissabon. Een nee van het parlement betekent daarom geen begroting. Wat dat betreft hebben de Europarlementariërs die het twee weken geleden bereikte akkoord tussen de regeringsleiders laconiek afdeden als slechts een „eerste stap”, dan ook volkomen gelijk.

Afgelopen maandag, tijdens een eerste debat over het begrotingsakkoord met Europees president Van Rompuy, herhaalde de grote meerderheid van de Europarlementariërs de al eerder geuite bezwaren.

Inhoudelijk valt er het nodige in te brengen tegen de kritiek van het Europees Parlement. Zo getuigt de roep om een aanzienlijk grotere hoeveelheid geld voor de Europese begroting van weinig realiteitszin. Dat neemt niet weg dat de Europese afgevaardigden ook terechte fundamentele opmerkingen hebben over de begrotingsbesprekingen. Het blijft bizar dat een gemeenschappelijk budget van nog geen procent van het bruto nationaal product voor een belangrijk deel langs nationale scheidslijnen wordt herverdeeld. Want juist dat budget zou bij uitstek de meerwaarde van gezamenlijkheid moeten uitdrukken.

Het parlement gaat nu met de regeringsleiders de strijd aan voor een betere begroting. Daarbij hebben de volksvertegenwoordigers één belangrijke troef in handen: geen akkoord betekent dat vanaf volgend jaar de huidige, hogere begroting van kracht blijft.

De krachtmeting is een volgende stap op weg naar volledige volwassenheid van het Europees Parlement. Het is dan ook te gek voor woorden dat de sociaal-democratische parlementsvoorzitter Martin Schulz en de christen-democratische fractievoorzitter Joseph Daul hebben geopperd het finale oordeel van de Europarlementariërs via een geheime stemming te laten verlopen. Op deze manier kunnen nationale politici hen niet op hun stemgedrag ‘afrekenen’.

Een rechtstreeks gekozen parlement dat in het geheim stemt over de begroting. Soms is het Europees Parlement zijn eigen de grootste vijand.