Een gestolen diamant vind je nooit meer terug

Carolien De Wolf van het Antwerp World Diamond Centre, over de diamantroof in België

Met grote snelheid reden maandagavond rond acht uur twee personenauto’s de Brusselse luchthaven Zaventem op. Enkele minuten later reden ze het vliegveld weer af – met een buit van meer dan 35 miljoen euro aan ruwe en geslepen diamanten. Dat maakte het Antwerp World Diamond Centre (AWDC), waar de diamanten vandaan kwamen, gisteren bekend. Drie vragen aan Carolien de Wolf van het AWDC.

35 miljoen, is dat een enorme buit?

„Ja, het is een grote buit. Maar je moet het wel in perspectief zien. Het AWDC verhandelt dagelijks voor 150 miljoen euro aan diamanten. Acht op de tien ruwe diamanten ter wereld komen bij ons terecht.”

Hoe komen die dieven weer van hun diamanten af?

„Het is bijna onmogelijk om gestolen diamanten te traceren. Het is geen kunstroof: een Rubens blijft herkenbaar, diamanten niet. Zeker ruwe diamanten – als je de juiste mensen kent, kun je die gewoon laten slijpen. De steen verliest dan zo’n 50 procent van zijn gewicht, dus hij wordt onherkenbaar. Maar ook geslepen stenen zijn gemakkelijk te verhandelen. Het nummer dat daarin gelaserd staat, kun je er gewoon weer af laseren. Dus als jij morgen met een gestolen diamant bij een handelaar binnen stapt, kun je die gewoon verkopen – dan zeg je dat je ’m van je oma hebt gekregen.”

Gebeurt dat veel vaker, zo’n diamant-roof?

„Nee, het gebeurt niet bijzonder vaak, omdat de beveiliging hier in het Antwerpse diamantdistrict enorm is. Je komt nergens binnen zonder ID-kaart, de straat is verkeersvrij en er hangen meer dan 2.000 beveiligingscamera’s. Het probleem is dat we de diamanten bij het vliegveld overdragen aan de luchthavenpolitie van Zaventem. De overval vond plaats op hun domein. We moeten het onderzoek van het Parket in Brussel afwachten, maar wij vinden het cruciaal dat de luchthaven even hoge veiligheidseisen stelt als wij zelf: 99,9 procent van onze diamanten komt en gaat via luchthaven Zaventem.”