Deze club zal eeuwig blijven puur

De club Beitar Jeruzalem heeft een historie vol racisme Nooit speelde er een Arabier Sinds de komst van twee Tsjetsjenen is het er helemaal mis

In this Tuesday, Jan. 29, 2013 photo, Beitar Jerusalem F.C. soccer supporters watch a State Cup soccer match against Maccabi Umm al-Fahm F.C. at the Teddy Stadium in Jerusalem. Beitar has long tried to quell a tight-knit group of fans that calls itself "La Familia" and whose behavior has had the team docked points and forced it to play before empty stadiums. The group is routinely abusive toward opposing players, taunting them with racist and anti-Arab chants. The right tattoo shows the Beitar Jerusalem logo and reads "I have set watchmen on your walls, Jerusalem; they shall never hold their peace day nor night." (AP Photo/Bernat Armangue)
In this Tuesday, Jan. 29, 2013 photo, Beitar Jerusalem F.C. soccer supporters watch a State Cup soccer match against Maccabi Umm al-Fahm F.C. at the Teddy Stadium in Jerusalem. Beitar has long tried to quell a tight-knit group of fans that calls itself "La Familia" and whose behavior has had the team docked points and forced it to play before empty stadiums. The group is routinely abusive toward opposing players, taunting them with racist and anti-Arab chants. The right tattoo shows the Beitar Jerusalem logo and reads "I have set watchmen on your walls, Jerusalem; they shall never hold their peace day nor night." (AP Photo/Bernat Armangue)

Oktober 2012. Voetbalclub Beitar Jeruzalem speelt thuis tegen Hapoel Tel Aviv. Als een zwarte speler van Hapoel het veld oploopt, worden er bananen naar hem gegooid. Elke keer als hij de bal heeft, klinkt het ‘oe oe oe oe’ vanaf de tribunes van Beitar, en ‘koeshi’: Hebreeuws voor neger. Als hij net heeft gescoord en de joodse Beitar-fans hun apengeluiden opvoeren, is Toto Tamuz het zat. De in Nigeria geboren speler legt zijn wijsvinger op zijn lippen, in een poging het publiek te sussen – en wordt van het veld gestuurd, wegens ‘provocatie van het publiek’.

Maart 2012. Na een wedstrijd tussen Beitar Jeruzalem en Tel Avivs Bnei Yehuda in het stadion van Jeruzalem stormen honderden Beitar-supporters het nabijgelegen winkelcentrum in. In het restaurant op de tweede verdieping zingen ze veertig minuten lang racistische liederen. Het klinkt als ‘Arabieren zijn sletten’ en ‘Mohammed is dood’. Palestijnse medewerkers van het restaurant worden in elkaar geslagen, Palestijnse klanten bespuugd. De politie verrichtte geen enkele arrestatie.

Leonie van Nierop

Correspondent Israël

Beitar Jeruzalem, 77 jaar oud, kent een lange geschiedenis van racisme. De club gaat er prat op dat het nog nooit een Arabische voetballer heeft gehad. Spreekkoren als ‘dood aan de Arabieren’ halen al lang de pers niet meer. Nagenoeg nooit werd er tegen racistische uitlatingen opgetreden.

Tot Beitar vorige maand opeens bekendmaakte dat het twee islamitische spelers uit Tsjetsjenië had aangetrokken. De fans reageerden hun woede af op de spelers, die met stenen werden bekogeld en onder politie-escorte het trainingsveld af moesten. Fans hingen een spandoek op met de tekst ‘Beitar zal eeuwig puur zijn’. Vorige week werden de kantoren van Beitar Jeruzalem in de hens gezet.

Of het dat spandoek was, dat herinnerde aan de jaren dertig, toen joden in nazi-Duitsland uit sportclubs werden geweerd, of de angst voor Israëls reputatie in de aanloop naar het Europees kampioenschap voor spelers onder de 21 jaar dat deze zomer in Israël wordt gehouden, is onduidelijk. Maar nu wordt er plotseling wél opgetreden. Tientallen fans zijn opgepakt en kregen een tijdelijk stadionverbod. De club kreeg 10.000 euro boete en moest spelen voor deels lege tribunes.

Bovendien wordt het racisme opeens publiekelijk veroordeeld. Premier Benjamin Netanyahu noemde het onlangs „onacceptabel” en „schandelijk”, immers: „Het joodse volk, dat heeft geleden onder boycots, zou een lichtend voorbeeld moeten zijn voor andere landen.” De joodse Beitar-verdediger Haim Megrelashvili zei: „Ik speelde in Holland, en als ik daar zo was begroet als zij [de Tsjetsjenen] hier zijn begroet, was de verontwaardiging in Israël onvoorstelbaar.” Mickey Levy, een parlementslid van de nieuwe centrumpartij van Yair Lapid, zei: „Deze acties hebben een internationaal podium gehaald – dit is niet goed voor de Israëlische sport, voor Beitar Jeruzalem en voor de Israëlische staat.”

Ook fans hekelen de incidenten, maar bagatelliseren die ook. In het restaurant waar vorig jaar Palestijnen werden geslagen, zegt een jonge vrouw (die weigert haar naam te geven) dat het slechts honderden fans zijn die iets tegen zwarten, moslims en Arabieren hebben. „Dat is geen racisme”, zegt ze. „Het zijn gewoon jongens die stoer willen doen. De media maken van een mug een olifant.”

Beitars voorzitter Itzik Kornfein zei vorige week echter dat hij al jarenlang racisme binnen de club probeerde te bestrijden. „Ik heb me tot iedereen gewend en gewaarschuwd dat Beitar hulp nodig heeft. Ik hoop dat de zaken nu veranderen, dankzij de media.” In het winkelcentrum lopen intussen nog genoeg fans rond die onomwonden, maar anoniem zeggen waarom ze zo houden van Beitar. „Ik haat alle Arabieren.” En: „Arabieren zijn zonen van hoeren.”

Critici waarschuwen dat het voetbalracisme moet stoppen voor het overloopt naar de Israëlische maatschappij, waar anderhalf miljoen Palestijnen te midden van zes miljoen joden wonen. Maar misschien werkt het wel andersom. Volgens de organisatie ‘Coalitie Tegen Racisme’ in Israël vervijfvoudigde het aantal racistische incidenten de laatste vijf jaar (tot 510 in 2012). De organisatie Adalah telde twintig nieuwe wetten die onderscheid maken tussen joodse en Palestijnse Israëliërs.

De fans van Beitar zijn vaak aanhangers van Likud, de rechtse partij van premier Netanyahu (zelf een Beitar-fan), die vorige maand de verkiezingen won. Het zijn voornamelijk mizrahi, joden die uit Arabische landen naar Israël kwamen en daar lange tijd werden gediscrimineerd door Europese joden, maar nu deel uitmaken van het politieke establishment.

En in de Israëlische politiek is discriminatie niet ongewoon. Yair Lapid, wiens partij vorige maand de op een na grootste werd, zei voor de verkiezingen dat het hem „heel, heel pijnlijk en verontrustend” leek als een van zijn kinderen met een niet-jood zou willen trouwen en dat hij er alles aan zou doen dat te verhinderen. Vorig voorjaar noemde een ander Israëlisch parlementslid, Meri Regev van Likud, de tienduizenden Afrikaanse vluchtelingen in Israël „een kanker in ons lichaam”.

Wat betekent dat voor Jong Oranje als het op 9 juni tegen Rusland speelt, in het stadion van Beitar Jeruzalem? Bananen voor Género Zeefuik? Doodswensen voor Adam Maher? De Europese voetbalbond UEFA laat weten dat het „bij elke wedstrijd samenwerkt met de lokale autoriteiten die op de hoogte zijn van de lokale context om zo racisme te herkennen, te voorkomen of te bestraffen”.

In Jeruzalem moeten de lokale autoriteiten zich nog bewijzen. De coach van Beitar, Eli Cohen, deed al een vergeefse poging de woede van de fans te temperen door te zeggen: „Er is een verschil, en dat maakt veel uit, tussen een Europese moslim en een Arabische moslim.”