De kroosvaren als bron van mest

Kroosvaren geldt als een plaag. Maar bij Nijmegen wordt deze waterplant nu gekweekt: om fosfaat in te vangen voor mest.

Binnenkort groeit het grote kroosvaren in landschapspark Lingezegen tussen Arnhem en Nijmegen.
Binnenkort groeit het grote kroosvaren in landschapspark Lingezegen tussen Arnhem en Nijmegen. Foto AFP

De landbouw wereldwijd ziet een probleem opdoemen. Een tekort aan fosfaat, een onmisbaar ingrediënt van mest. Volgens prognoses loopt over een jaar of twintig, dertig de opbrengst van fosfaatmijnen, nu veruit de belangrijkste bron van fosfaat, terug. Terwijl de wereldbevolking groeit en meer voedsel vraagt.

Met dat vooruitzicht is deze maand tussen Nijmegen en Arnhem een proef gestart. „Om te kijken of we fosfaat kunnen recyclen”, zegt Monique van Kempen, plantenbioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van Kempen gaat de waterplant kroosvaren kweken op een onder water gezet stuk landbouwgrond dat in de jaren daarvoor intensief is bemest. Fosfaat en andere voedingsstoffen komen vrij uit de bodem. Kroosvaren neemt die weer op. De bedoeling is om de waterplant vervolgens te verwerken tot biologische mest.

De proef maakt deel uit van de ontwikkeling van het 1.700 hectare grote landschapspark Park Lingezegen (bijna twee keer het Amsterdamse Bos). Een deel van het park zal worden ingericht om water te bergen bij hoge rivierpeilen. Normaal laat men het geborgen water bij lage waterstanden weer weg stromen, maar in dit geval wordt gekeken of het water vast te houden en te zuiveren is, om later te gebruiken voor bijvoorbeeld irrigatie. Het project, waaraan ook bedrijven en overheden meewerken, heeft eerder deze maand een Europese subsidie van 6,5 miljoen euro gekregen.

Vreemd is de keuze voor kroosvaren niet, zegt Van Kempen. In Azië gebruiken boeren deze waterplant al eeuwenlang als biologische mest, bijvoorbeeld in de rijstcultuur. En er lopen talloze proeven, onder meer in India, om er voer voor vee en vissen van te maken. Binnen het Lingezegenproject bekijkt de HAS Hogeschool in Den Bosch of kroosvaren te verwerken is tot mest.

Van Kempen heeft in haar laboratorium al proeven gedaan met de grote kroosvaren (Azolla filiculoides). Ze haalde grond van een rijk bemeste maïsakker in Mariapeel, deed de grond in bakken, en vulde die verder met water uit de Helenavaart, een kanaal in de Peel. Daarop liet ze de kroosvaren groeien. Op deze manier kon Van Kempen negentig procent van het in de bodem opgeslagen fosfaat weer terugwinnen.

Normaal zit fosfaat in de bodem gebonden aan ijzer. Maar als er continu water op staat en er geen zuurstof bij die bodem kan komen, laat fosfaat los en komt het in het water terecht. Waar het drijvende kroosvaren het kan opnemen. „Op deze manier krijg je het fosfaat twee tot tweeënhalf keer zo snel uit de grond dan wanneer je een bemeste bodem inzaait met een mengsel van gras en klaver, en dat vervolgens maait”, zegt Van Kempen.

Kroosvaren groeit vaak als kool. Het geheim daarvan schuilt in zijn bladholtes. Daar huist een blauwwier die stikstof uit de lucht haalt en vastlegt. Kroosvaren komt zo relatief makkelijk aan stikstof – de blauwwier krijgt in ruil weer andere voedingsstoffen terug – en zijn groei wordt veel minder beperkt door een stikstoftekort dan die van veel andere waterplanten. In dit geval een voordeel voor de boer.

Maar een doorn in het oog van natuurbeheerders. Kroosvaren wordt door hen gezien als een exoot en een plaag. Menig Nederlands beekje en slootje slibt in lente en zomer dicht met deze waterplant. „In Park Lingezegen zorgen we dat de gebieden met kroosvaren goed worden afgesloten”, zegt Van Kempen.

Behalve kroosvaren gaat Van Kempen ook andere waterplanten testen. Waterpest, krabbenscheer, kranswieren. Een ander veelgebruikt alternatief voor waterzuivering is de kweek van algen, maar daar voelt Van Kempen vooralsnog weinig voor. „Daar is niks aan. Vieze groene kikkerdril krijg je dan. Kroosvaren is veel mooier.”