De gevreesde JSF

Wat heeft de meeste Nederlanders de afgelopen weken het meest beziggehouden? De oplichterij van SNS Reaal en de hoogte van de pensioenen, natuurlijk. En verder de vraag of prinses Máxima zich na 30 april koningin zal mogen noemen; of er misschien een hap paardenvlees in hun lasagne met rundvlees heeft gezeten; de aardbevingen in Groningen; en het besluit van de paus. Ik geef toe: het zijn allemaal belangrijke kwesties. Maar ik denk dat daardoor één probleem zeer ten onrechte in het gedrang is gekomen: dat van de Joint Strike Fighter, het allerbeste gevechtsvliegtuig ter wereld. Aan het begin van deze eeuw kwamen de deskundigen tot de conclusie dat de F-16 verouderd was. Na grondige studies besloot het ministerie van defensie dat de JSF de aangewezen opvolger was. Het toestel was nog in het begin van zijn ontwikkeling maar we bestelden er alvast 85. De Nederlandse industrie kreeg daarin een aandeel waardoor ook onze werkgelegenheid en kenniseconomie er baat bij vond.

Zoals dat met alle gecompliceerde projecten gaat: er kwamen tegenslagen en alles werd duurder. Een volgend kabinet besloot dat we geen 85 maar 56 toestellen nodig hadden, het eerste exemplaar zou omstreeks 2019 operationeel zijn. In de Kamer groeide de kritiek, Groen Links wilde dat er een parlementaire enquête zou worden gehouden. Dit voorstel werd verworpen. Het gesleutel aan de JSF ging verder. Boven Texas werd een proefvlucht gehouden. In welke mate die geslaagd is, weten we niet maar in ieder geval is het vliegtuig niet neergestort.

Toen, vorige week, kwam het rapport van Instituut Clingendael dat op eigen initiatief een onderzoek had gehouden naar de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht en of de JSF daarin zou passen. Eén conclusie is dat door de gestaag oplopende kosten van het wondertoestel andere taken in het gedrang dreigen te komen. Nederland wil een ‘robuuste stabilisatiemacht’. Daarvoor is de JSF niet nodig, maar gaan we met dit project verder dan komt het stabiliseren in het gedrang. Dus zo vlug mogelijk afbestellen, zou je zeggen. Over dat rapport had ik nationaal rumoer verwacht. Deze krant heeft er een hoofdartikel aan gewijd, in andere media is er enige aandacht aan besteed, maar op de televisie heb ik niets gezien, door de radio niets gehoord. De paus en het paardenvlees waren belangrijker, en intussen hadden we ook weer een wereldkampioenschap schaatsen veroverd.

Over de JSF zijn twee geschiedenissen te schrijven. De eerste is die van het grote project. Dit verhaal loopt min of meer parallel met die van andere grote projecten: van tegenvaller naar tegenvaller, met steeds hogere kosten. Dan wordt een zeker punt bereikt waarop er zo geweldig veel is geïnvesteerd dat het niet verantwoord meer lijkt, het project te staken. Of niemand wil dat besluit voor zijn rekening nemen. Het werk gaat verder tot er iemand komt die met de noodzakelijke overtuiging zegt dat het nog niet bereikte resultaat bij voorbaat verouderd is. Hebben de onderzoekers van Clingendael deze kracht? Laten we het hopen.

De tweede geschiedenis is die van de voltooide onbruikbaarheid. Stel je voor dat we over een jaar of zes misschien 38 van die toestellen hebben, waarmee we dan robuust kunnen interveniëren. Maar waar? Hoe wordt de oorlog dan gevoerd? Omstreeks het einde van de vorige eeuw hebben we langzaam ontdekt dat de oorlogvoering radicaal is veranderd. De verwoesting van de Twin Towers, 9/11, is de bevestiging. Daarna hebben de Amerikanen met onze daadwerkelijke steun robuust geïntervenieerd in Afghanistan en Irak. Die twee oorlogen zijn niet in een robuuste overwinning geëindigd. De Arabische lente brak uit, in Syrië ontstond een burgeroorlog. Het Westen heeft zich zorgvuldig van openlijke inmenging onthouden.

Intussen zijn er nieuwe vormen van oorlogvoering gegroeid. Van bases in Amerika worden onbemande vliegtuigjes, drones, bestuurd en die laten boven Afghanistan of Pakistan op digitaal commando hun bommen vallen. Er is bij ons kabinet wel enige interesse ontstaan in drones. Een paar maanden geleden heeft Leon Panetta, toen de Amerikaanse minister van defensie, gewaarschuwd tegen het risico van een cyber Pearl Harbor. Met als inzet het Iraanse kernprogramma wordt een cyberwar gevoerd. Misschien staan we hier nog aan het begin van de volgende ontwikkeling. Welke rol de Nederlandse JSF’s in deze krachtmetingen zouden kunnen spelen, is niet voorzien. Intussen wordt er verder in dit vervaarlijke wapen van gisteren geïnvesteerd, zonder dat dit de bijzondere aandacht van de media en de publieke opinie trekt.

Het is crisis. Verontwaardigd lezen we het nieuws over de ‘graaiers’ en de ‘zakkenvullers’. Maar de miljoeneninvesteringen in de Joint Strike Fighter blijven buiten schot. Begin eens bescheiden met een verbetering: een parlementaire enquête. Dat is in ieder geval boeiende televisie.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.