Crisis in Tunesië: premier treedt af

De Tunesische premier Hamadi Jebali heeft gisteren zijn ontslag aangeboden omdat hij niet in staat is gebleken een kabinet van technocraten te vormen om het land uit zijn diepe politieke crisis te halen na de moord op de linkse oppositieleider Chokri Belaïd op 6 februari. Jebali struikelde met name over het verzet binnen zijn eigen partij, de moslimfundamentalistische Ennahda, tegen de a-politieke regering die hij wenste.

Tunesië, het eerste Arabische land waar twee jaar geleden de sterke man – Zine al-Abidine Ben Ali – door massabetogingen ten val werd gebracht, bevond zich al in een politieke impasse door problemen tussen fundamentalisten en seculiere partijen, maar die werd door de moord op Belaïd nog verder verdiept. Seculiere partijen en hun aanhang zijn ervan overtuigd dat de moord het gevolg is van de weigering van Ennahda religieuze extremisten hard aan te pakken. Het aftreden van Jebali maakt de problemen des te groter.

„Onze bevolking is teleurgesteld door haar politieke klasse”, zei Jebali toen hij zijn aftreden bekendmaakte. Hij voegde eraan toe „overtuigd” te blijven dat een regering van technocraten de beste oplossing is.

Jebali wilde ook vervroegde verkiezingen, maar dat is onmogelijk zolang er geen nieuwe grondwet is opgesteld en goedgekeurd. De partijen in de grondwetgevende vergadering kunnen het echter niet eens worden. Ennahda heeft met 40 procent van de zetels wel de zwaarste stem, maar vormt niettemin een minderheid.

De politieke crisis verergert de grote economische problemen nog. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s verlaagde gisteren juist de kredietwaardigheid van Tunesië van BB tot BB- wegens de politieke instabiliteit. Standard & Poor’s voorspelde lagere inkomsten uit toerisme en een groeiend handelstekort. (Reuters, AP, AFP)