Applaus voor jezelf

De Amerikaanse filmindustrie mag zichzelf best op de borst kloppen voor de films die dit jaar strijden om de Oscars. Zelden waren de genomineerde films zo sterk, divers en relevant.

Leonardo DiCaprio als geperverteerde slavenhouder in Django Unchained.
Leonardo DiCaprio als geperverteerde slavenhouder in Django Unchained.

Zelden was het veld voor ‘beste film’ zó sterk als bij de komende Oscar-uitreiking. Niet minder dan vier excellente Amerikaanse films zijn genomineerd: Beasts of the Southern Wild, Django Unchained, Lincoln en Zero Dark Thirty.

Maar de keuze van de bijna 6.000 leden van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences is niet zelden grillig, of beïnvloed door nog andere overwegingen dan cinematografische kwaliteit. Dat zou hier best eens een rol kunnen gaan spelen. Want elk van deze vier meesterwerken is weliswaar vernieuwend, inventief en van hoge artistieke kwaliteit, maar snijdt ook thema’s aan die in de hedendaagse Amerikaanse samenleving gevoelig liggen.

Django Unchained van Quentin Tarantino behandelt in het cinematografisch jargon van de western de slavernij in het zuiden van de Verenigde Staten, halverwege de negentiende eeuw. Om politieke correctheid heeft Tarantino zich niet bekommerd: de raciale stereotypen vliegen over het scherm en de enige positieve held aan blanke zijde is nota bene een Duitser.

In Beasts of the Southern Wild van Benh Zeitlin, de favoriet van presidentsvrouw Michelle Obama, vieren zwart en blank broederlijk vereend en meestal dronken het marginaal bestaan in de kwelders beneden de zeedijk van Louisiana. Deze door de overheid vermoorde idylle, prachtig verteld door de fantasievolle ogen van een zesjarig kind, is een metafoor voor een pijnlijk onderwerp: hoe door nalatigheid in 2005 de orkaan Katrina de stad New Orleans grotendeels onder water kon zetten, en hoe sindsdien onder het mom van stadsherstel de arme bevolking uit New Orleans wordt verdreven.

Ook wie geloof hecht aan de verzekering van regisseur Kathryn Bigelow dat schildering van martelingen in Zero Dark Thirty bij de speurtocht naar Bin Laden niet als vergoelijking moet worden opgevat, blijft zitten met zo’n beetje het ongemakkelijkste onderwerp uit de actuele Amerikaanse politiek.

Van deze vier lijkt Lincoln van Steven Spielberg dus de veiligste keuze, en een prachtige film bovendien. Niet dat het daarin zoetsappig toegaat. Om in 1865 het Dertiende amendement op de grondwet door te drukken, verlengt de Amerikaanse president kunstmatig de burgeroorlog. En de lobbyisten die leden van het Huis moeten overhalen met baantjes, maken een zeer hedendaagse indruk. Maar het resultaat is ten slotte positief: afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten.

Mochten de leden van de Academy geheel buiten de politiek willen blijven, dan biedt de lijst van genomineerde films ontsnappingsmogelijkheden. Amour van Michael Haneke is er één, maar het zou wel erg een testimonium paupertatis zijn voor de Amerikaanse filmindustrie om na The Artist vorig jaar nu wéér een Franse productie tot beste film van het jaar uit te roepen, al mag zo’n argument niet de doorslag geven. Ook het zoetige 3D-sprookje Life of Pi van Ang Lee behoort zeker tot de kanshebbers.

De lijst bevat ook nog twee films waarvan we mogen hopen dat ze geen kans maken: de zich eindeloos voortslepende musicalfilm Les Misérables van Tom Hooper en de clichématige kerstfilm Silver Linings Playbook van David O. Russell, over de romance tussen twee mensen met hardnekkige geestelijke aandoeningen.

Blijft nog over: Argo van Ben Affleck. Ook dat is een historische film, over hoe tijdens het gijzeldrama in Teheran (1979-1981) een CIA-agent op listige wijze zes Amerikaanse diplomaten Iran uit weet te krijgen. Het is een spannende, goedgemaakte film, maar volstrekt conventioneel wat betreft esthetiek en inhoud. Ongevaarlijk dus, en misschien mede daardoor won Argo tot nu toe zowel de Golden Globe voor beste film als de Britse Bafta voor beste film – beide vaak gezien als generale repetitie voor de Oscars.

Toch zou je hopen dat het anders loopt. Het is juist zo bewonderenswaardig dat er in Amerika grote films worden gedraaid, waarvan de makers er niet tegenop zien om op controversiële wijze grote thema’s uit de geschiedenis, de politiek en de maatschappij te lijf te gaan.

Dat toont aan hoe de Amerikaanse filmindustrie, ondanks of juist door de crisis op vele gebieden in de VS, nog steeds relevant is ten aanzien van de grote vraagstukken van deze tijd en ongemakkelijke vragen durft te stellen. Dat vermogen, dat we in de Nederlandse filmproductie bijvoorbeeld helemaal niet kennen, verdient beloning. Al is het dan, zondag in Hollywood, zelfbekroning.