Amsterdamse gangster met mystieke bijna-doodervaring

Amsterdamse bloedgabbers zien het licht tussen de moord en doodslag door.
Amsterdamse bloedgabbers zien het licht tussen de moord en doodslag door.

De wederopstanding van een klootzak. Regie: Guido van Driel. Met: Yorick van Wageningen, Juda Goslinga, Goua Robert Grovogui. In: 8 bioscopen.

754, Bonifatius bij Dokkum vermoord. Vroeger moest je dit bij de geschiedenisles in je hoofd stampen. 1.250 jaar na Bonifatius’ dood kreeg striptekenaar Guido van Driel het verzoek van de gemeente Dongeradeel, waar Dokkum onder valt, iets met Bonifatius te doen. De opdracht resulteerde in de graphic novel Om mekaar in Dokkum (2004). Van Driel zag er al meteen een film in, maar het duurde nog even voordat hij de financiering van zijn regiedebuut rond kreeg. De wederopstanding van een klootzak mocht vier weken geleden het International Film Festival Rotterdam openen, waar hij de meningen verdeelde.

Van Driels debuutfilm gaat over de gewelddadige Amsterdamse crimineel Ronnie (Yorick van Wageningen). Ronnie wordt neergeschoten, overleeft op miraculeuze wijze de aanslag en trekt met zijn lijfwacht Janus (Juda Goslinga) naar Friesland, op zoek naar de dader. Ronnie’s zoektocht wordt verbonden met het verhaal van de Angolese asielzoeker Eduardo die in Dokkum afwacht of hij asiel zal krijgen. Zijn rol is cruciaal. Nadat iemand hem het verhaal van Bonifatius en het omhakken van de heilige eik heeft verteld, wat Bonifatius met de dood moest bekopen, herkent hij de verwantschap tussen deze oude mystieke Friese bomen en zijn eigen Afrikaanse geloof in magie. Beide gaan terug tot een pre-christelijke tijd waarin de natuur werd aanbeden.

Eduardo fungeert als brug tussen het politieke geweld waarvoor hij uit Angola vluchtte en het zinloze geweld van Ronnie en zijn makkers. Een groter contrast is niet denkbaar. Het levert een al veelbesproken scène op waarin Ronnie met een stofzuiger iemands oogbal opzuigt.

Deze scène en Janus’ constante gebabbel over populaire cultuur leverden een vergelijking op met Tarantino. Een vergelijking die Van Driel en coscenarist Bas Blokker bewust opzoeken door ook nog een absurde monoloog van gangsterbaas James Joyce (Jeroen Willems) over verschroeide parkietjes in de film te stoppen. Een tamelijk oninteressante monoloog die de film tijdelijk helemaal stillegt. Toch is er een wezenlijk verschil: bij Tarantino mag er stiekem hard gelachen worden, hier is het geweld bruut en ziekmakend.

Sinds de aanslag is Ronnie veranderd en is er een zenachtige kalmte over hem gekomen. Bijna gelaten accepteert hij zijn lot. Maar zijn bijna-doodervaring heeft nog een ander effect. Hij staat opeens vol in de wereld, zijn zintuigen staan helemaal open. Hij kan bijvoorbeeld intens van eten genieten.

Het leidt tot een van de mooiste scènes uit de film als hij zich vol aandacht buigt over zijn bord met hierop een gestoomde forel met granaatappel. Dit moment wordt bekrachtigd door de camera van buiten naar dit tafereel te laten kijken, in een grafische beeldcompositie waaruit Van Driels stripverleden blijkt. Kalm zweeft de camera dan weg, zoals ook gebeurt in een fraai shot waarin de camera langzaam opstijgt en het housefeest waar Ronnie is neergeschoten achter zich laat. Een ziel op zoek naar vergeving en verlossing.