Alle goede films zijn vreemd

‘Hallo, ik ben Leos Carax, regisseur van ‘foreign-language’ films. Ik maak al mijn hele leven ‘foreign-language’ films.” Zo begon het dankwoord dat de Franse regisseur vorige maand uitsprak bij de uitreiking van de prijzen van de Association of Los Angeles Film Critics. Carax was niet zelf aanwezig om de prijs voor zijn eclectische Holy Motors in ontvangst te nemen, maar stuurde een droogkomische geluidsboodschap.

In het Oscar-seizoen is de categorie ‘Foreign Language’ de enige manier voor de rest van de wereld om ook te gast te zijn op het oer-Amerikaanse Oscarfeestje. Amerika koloniseert de wereld niet alleen met z’n films en filmwetten, maar ook met het Oscarcircus, waardoor iedereen overal ter wereld denkt dat de beste films die gemaakt worden allemaal uit Amerika komen.

De Oscar voor Beste Niet-Engelstalige Film werd in 1947 in het leven geroepen. Een krap decennium later werd het een landenwedstrijd: elk land mocht zijn favoriet inzenden, zo lang de film maar voor meer dan de helft niet-Engelstalig was en buiten de Verenigde Staten geproduceerd.

Dat die criteria in tijden van internationale coproducties en globalisering steeds lastiger vol te houden zijn, moge duidelijk zijn. Jean van de Velde telde persoonlijk het aantal Engelse woorden in zijn kindsoldatendrama The Silent Army, maar toch werd de film in 2009 alsnog gediskwalificeerd, omdat hij als hermontage van de eerdere versie Wit Licht niet als zelfstandige film kon gelden. In 2006 was er nog gesteggel rond Paradise Now van de Palestijnse Nederlander Hany Abu-Assad. De film deed mee als de Palestijnse inzending, waarop het nodige rumoer ontstond rondom de vraag of de Palestijnse gebieden wel als land erkend waren.

Tegenwoordig voegt een speciaal samengestelde commissie op eigen gezag drie titels toe aan een lijst van vijf die door de leden van de Academy kunnen worden gekozen. Zo ontstaat de longlist waaruit uiteindelijk een shortlist wordt samengesteld. Het is een nogal omslachtige drietrapsraket, die echter wel tot gevolg heeft gehad dat er de afgelopen jaren gedurfdere films zijn genomineerd. Om de zaken nog verder te compliceren kunnen niet-Engelstalige films ook nog in de andere categorieën meedoen. Zo is dit jaar actrice Emmanuelle Riva uit Amour ook als Beste Actrice genomineerd, en Amour als beste film.

Leos Carax dwingt met zijn absurdistische speech dat systeem nog eens tegen het licht te houden: „Foreign-language films worden over de hele wereld gemaakt, behalve in Amerika. In Amerika maken ze alleen ‘non-foreign-language’ films. ‘Foreign-language’ films zijn heel moeilijk om te maken, natuurlijk, omdat je een vreemde taal moet uitvinden, in plaats van de algemene taal te gebruiken.” Inderdaad: de hoogtepunten van de filmgeschiedenis zijn een aaneenschakeling van films in vreemde talen, nieuwe talen en talen die de regels van syntaxis en grammatica breken en zo deuren naar, zoals Carax het omschrijft, „de andere kant van het leven” openen.