'50-plussers doen 60 procent van al het vrijwilligerswerk'

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

De 50-plusser is niet weg te slaan uit de publiciteit. Ook niet uit De Telegraaf waar afgelopen maandag in grote letters werd beweerd dat 50-plussers „goud waard” zijn. Niet vanwege hun vermogens, maar vanwege hun bijdrage als vrijwilligers. De Telegraaf citeerde uit een persbericht van Plus Magazine en uit een artikel in dat blad. Zo zouden er 2,7 miljoen 50-plus-vrijwilligers zijn en zij zouden 60 procent van al het vrijwilligerswerk doen. Plus Magazine hangt daar een jaarlijkse waarde van 3,5 miljard euro aan, uitgaande van een fictief uurtarief van vijf euro. Vandaar dat 50-plussers „goud waard” zouden zijn. Die claim laten we buiten beschouwing omdat de economische waarde van vrijwilligerswerk lastig te bepalen is. De andere beweringen in het Telegraaf-artikel zijn beter te controleren. Dan blijkt dat Plus Magazine betrouwbare cijfers hanteert, maar door de ene keer uit het ene onderzoek te citeren en de andere keer uit het andere ontstaat toch een vertekend beeld. Een mooi voorbeeld van hoe makkelijk het is om, soms onbewust, statistieken in eigen voordeel te gebruiken.

„Het aantal uren dat vrijwilligers actief zijn, neemt toe met de jaren.”

Deze bewering haalt De Telegraaf uit het persbericht van Plus Magazine, niet uit het artikel. Of Nederlanders inderdaad meer vrijwilligerswerk doen naarmate ze ouder worden, hangt af van welke definitie van ‘vrijwilliger’ je gebruikt. Is dat iemand die in de afgelopen 12 maanden één maal vrijwilligerswerk heeft gedaan? Of iemand die op het moment van ondervraging vrijwilligerswerk doet? De uitkomsten verschillen radicaal en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikte tot voor kort beide vragen. De Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS liep tot 2009. Daarin werd gevraagd: „Doet u op dit moment vrijwilligerswerk?” Het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) van het CBS loopt nog steeds en daarin wordt gevraagd of deelnemers de voorbije 12 maanden éénmaal vrijwilligerswerk deden.

Plus Magazine baseert zich in het persbericht op het EBB 2009. Daaruit blijkt dat het aandeel vrijwilligers in de leeftijdsgroepen inderdaad toeneemt naarmate de leeftijd oploopt. In het POLS 2010 zit het grootste aandeel vrijwilligers bij de 35- tot 45-jarigen. Dit komt doordat ze hierin ook als vrijwilliger meetellen als ze eens helpen bij de kinderen op school of op de sportvereniging. Ouderen zetten zich vaker structureel in als vrijwilliger, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Het hangt er dus maar net van af wat je verstaat onder een vrijwilliger. De bewering beoordelen we daarom als half waar.

„De groep van 65 tot 75 jaar is kampioen onder de vrijwilligers.”

Hiervoor geldt hetzelfde. In het EBB zijn de 65- tot 75-jarigen inderdaad de groep met het hoogste aandeel vrijwilligers (28 procent in 2009). In het POLS zijn het, zoals we zagen, de 35- tot 45-jarigen. Het CBS ziet hen nu als de groep die het vaakst vrijwilligerswerk doet, omdat het POLS nog loopt en het EBB niet meer. Wij vinden dat het kennelijk erg afhangt van wat je als vrijwilliger beschouwt. Daarom beoordelen we ook deze bewering, die De Telegraaf uit het persbericht haalde, als half waar.

„Zij zijn gemiddeld 6,5 uur per week actief voor een club, vereniging of goed doel.”

Dit gaat over de groep 65 tot 75 jaar en is afkomstig uit het EBB. Recentere gegevens hierover zijn er niet en het doet er hierbij niet toe welke van de twee definities je gebruikt. Daarom beoordelen we deze bewering als waar.

„Er zijn 2,7 miljoen 50-plus-vrijwilligers.”

Deze bewering in De Telegraaf komt uit het artikel in Plus Magazine en is alleen waar als de ruime definitie van een vrijwilliger uit het POLS wordt gebruikt. In totaal zijn er dan 5,8 miljoen. Een minderheid van 2,7 miljoen daarvan (46 procent) is 50-plus. Volgens het EBB, waar het persbericht zich op baseert, zijn er in totaal maar 2,8 miljoen vrijwilligers, dus zijn er nooit 2,7 miljoen 50-plus-vrijwilligers. Ook deze bewering is volgens ons dan ook half waar.

„De 50-plussers verrichten 60 procent van al het vrijwilligerswerk in ons land.”

Ook dit haalt De Telegraaf uit Plus Magazine. Waar het artikel in dit blad zich in de eerste alinea’s op het POLS baseert, komt deze informatie weer uit het EBB. Maar als ook de dertigers en veertigers meetellen die hun kinderen soms naar sportwedstrijden rijden dan liggen de percentages heel anders. Hoe precies weten we overigens niet. Maar ook hier geldt dus: half waar.