Startgeld

Niet alleen eigenbelang, maar ook bewondering veroorzaakt tunnelvisie. Zo wilde ik over Roger Federer nooit veel kwaads horen. Een ideale kampioen, geen kapsones, maximale inzet, altijd zijn prijs waard.

Er was een boze lezer van de Volkskrant voor nodig om me op een ander tennisbeen te zetten. Onno Schweers uit Hoorn schreef zaterdag in die krant een ingezonden brief, waarin hij protesteerde tegen het startgeld van 1 miljoen euro dat Federer van het ABN Amro-tennistoernooi in Rotterdam ontving. We worden boos als de nieuwe SNS-topman 550.000 euro gaat verdienen, schreef hij, maar „waar zijn mijn verbolgen medeburgers om te klagen dat de staatsbank ABN Amro met ‘ons’ belastinggeld zulke bedragen betaalt aan een sporter?”

Op het moment dat hij dit schreef, wist Schweers vermoedelijk nog niet eens dat Federer in de kwartfinales zou worden uitgeschakeld door een tweederangsspeler. Het maakt zijn brief er alleen maar sterker op. Ook zonder kennis van de afloop blijft dat miljoen aan startgeld voor een gewoon tennistoernooi een belachelijk hoog bedrag.

Toch was er bij mij vorige week nog geen alarmbelletje afgegaan toen ik de eerste cijfers van Federers gage hoorde: het zou om 750.000 euro gaan. Veel geld, maar dan hád je ook wat, dacht ik. Er begon pas iets te knagen toen toernooidirecteur Richard Krajicek vertelde dat met het management van Federer nooit te onderhandelen viel. Het was ‘take it or leave it’. Niet verstandig, leek me, het gaf de eisende partij ongecontroleerde macht over zo’n toernooi. Niet goed ook voor het toptennis in het algemeen.

Maar ach, suste ik mijn geweten, Federer gaf in ieder geval altijd waar voor z’n vele geld.

Dat viel nu dus tegen. Ik las met enige zorg al vóór zijn uitschakeling dat hij na de Australian Open twee weken lang geen racket aangeraakt had. Vreemd – en zo in strijd met het beeld van de altijd keihard trainende Federer. Had hij er niet zoveel zin meer in? Welnee, zei de Federer-fan in mij, hij heeft rust nodig om zichzelf op te laden.

Toen kwam die ontluisterende nederlaag tegen Julien Benneteau. (Dat was nadat een andere topper, Tsonga – hoeveel startgeld kreeg die? – onverwacht van de Nederlander Sijsling had verloren.) Pas toen begon ik me af te vragen waarom zo’n tennistoernooi geen rechtvaardiger verdeling van de risico’s nastreeft.

Een startgeld van 1 miljoen om zo’n publiekstrekker binnen te halen? Waarom geen afspraak gemaakt dat hij ‘slechts’ de helft krijgt uitbetaald als hij de finale niet haalt? Er mag toch wel enige verplichting van betekenis tegenover zo’n enorm bedrag staan? En als zijn management dat een ongepast verlangen vindt – dan toch maar geen Federer?

Nu zei Federer na afloop koeltjes: „Pech voor jullie, jongens, volgende keer beter. Grüezi!” En hij verdween met zijn miljoentje in de achterzak naar Mirka („Heb je nog een beetje goed geslapen in Rotterdam?”) en de koters.

Ik had moeten terugzeggen: „Ik gun je je Zwitserleven Gevoel, Roger, dat weet je ook wel, we kennen elkaar langer dan vandaag, ik heb je gevolgd door diepe dalen en vooral over hoge toppen – maar is dit nog wel langer gezond voor die prachtsport van jou? Als jij je zo verwend begint te gedragen, wat kunnen we dan van de iets mindere goden verwachten? En verberg je nou niet achter je management, want met één beweging van je pink heb jij een ander management dat zich redelijker opstelt.”