Ongeschreven wetten in de Griekse statistiek

Griekse statistieken bleken notoir onbetrouwbaar. Voor de man die daar verbetering in bracht, dreigt nu vervol- ging wegens landverraad. „Ik doe bewust moeilijk.”

Op zijn kantoor heeft de directeur van het Griekse bureau voor de statistiek (Elstat) een grote zware kluis laten plaatsen. Andreas Georgiou, sinds augustus 2010 directeur van Elstat, heeft die besteld toen bleek dat zijn bestuursleden inbraken op zijn e-mail. Vertrouwelijke informatie kan nu achter slot en grendel.

In de strijd om cijfers gaat het er niet zachtzinnig aan toe in Griekenland. Statistieken zijn de wapens waarmee de financiële oorlog in het land wordt uitgevochten. Tussen Griekenland en zijn crediteuren en vooral ook tussen Griekse politieke partijen onderling, die elkaar als hoofdschuldige proberen aan te wijzen voor de huidige ellende.

Vanaf dag één draait de schuldencrisis om de hoogte van het begrotingstekort en de staatsschuld. De crisis verergerde door gebrek aan betrouwbare cijfers en doordat bleek dat opeenvolgende regeringen hadden gelogen over de financiën.

Nu het volgens het Europees bureau voor de statistiek (Eurostat) en het IMF eindelijk wel lukt betrouwbare gegevens te krijgen, worden de opstellers daarvan beschuldigd van landverraad. Justitie wil Georgiou en twee van zijn naaste collega’s vervolgen. De onderzoeksrechter beslist binnenkort of het tot een strafzaak komt.

Het drietal wordt ervan verdacht met onder meer het IMF samen te zweren om het begrotingstekort zo groot mogelijk uit te laten vallen. Een anti-Grieks opzetje om draconische bezuinigingsmaatregelen te rechtvaardigen.

De zaak wordt tot op de hoogste niveaus met spanning gevolgd. Georgiou moet tijdens een interview op zijn kantoor zijn woorden zorgvuldig kiezen, om te voorkomen dat hij zijn tegenstanders munitie verschaf. Zijn dienst huist in een modern bakstenen gebouw aan een druk kruispunt in de met Athene vergroeide havenstad Piraeus. De situatie is „surrealistisch”, zegt hij. „Ze verdenken me ervan dat ik volgens de Griekse en Europese wetten werk.”

Georgiou (52) besloot in 2010 zijn baan bij het IMF in Washington op te geven en terug te keren naar zijn geboorteland. Griekenland lag sinds oktober 2009 zwaar onder vuur binnen de Europese Unie. In die maand werd het begrotingstekort bijgesteld, van 3,7 naar 12,5 procent van het bruto binnenlands product, en korte tijd later zelfs naar 15,8 procent.

Griekenland was synoniem aan leugen en bedrog. Aan officiële statistieken werd geen enkele waarde meer gehecht. De kosten om geld te lenen stegen zó snel, dat het land bijna bankroet ging – een scenario dat is afgewend met internationale kredieten en vergaande bezuinigingen.

Toen de crisis uitbrak was het bureau voor de statistiek onderdeel van het ministerie van Financiën. In Europese overzichten stond bij Griekse cijfers meestal een voetnoot. Eurostat gaf daarmee aan niet te kunnen verifiëren of de getallen overeenkomstig de regels en onafhankelijk tot stand waren gekomen.

Sinds 2004 stuurde Eurostat tien missies naar Athene om de statistieken te verbeteren. Tevergeefs. In januari 2010 volgde een vernietigend rapport over valse cijfers en politieke inmenging.

Vanaf het moment dat Georgiou aan het hoofd van de dienst kwam te staan, die een nieuwe naam kreeg (Elstat) en werd losgekoppeld van het ministerie van Financiën, zijn die voetnoten verdwenen. De afgelopen vijf halfjaarlijkse rapportages hebben groen licht van Eurostat gekregen. Een bestuurlijke revolutie.

Maar geen omwenteling waarmee Georgiou in eigen land vrienden heeft gemaakt. Inmiddels staat ook volgens Griekse statistieken vast dat het land niet aan de eisen voldeed voor toetreding tot de eurozone.

Geen politicus wil met Georgiou gezien worden of neemt het publiekelijk voor hem op. In politieke praatprogramma’s op radio en tv wordt over hem gesproken als een landverrader die het schavot verdient.

Nadat aanklagers eind januari concludeerden dat er voldoende grond is voor vervolging, eiste de vakbond van Elstat-medewerkers dat Georgiou uit zijn functie wordt gezet. „Meneer Georgiou functioneert als een vermenigvuldiger van de problemen voor iedereen!”, staat in de persverklaring van de bond. Georgiou is „een zetbaas van onze schuldeisers”.

De directeur wordt verweten niet het ‘nationaal belang’ te dienen. Schone statistieken oké, maar je moet niet overdrijven met die eerlijkheid en openheid, lijkt de redenering. Indirect staat ook Eurostat terecht, de dienst die nauw betrokken was bij de hervorming van Elstat en die het nu onomwonden opneemt voor Georgiou.

„De enige manier om het nationaal belang te dienen is met betrouwbare cijfers, op basis waarvan beleid kan worden gemaakt en investeringen kunnen worden gedaan”, legt Georgiou geduldig uit.

Enkele maanden na zijn aantreden in oktober 2010 stormde een woedende vakbondsbestuurder het kantoor van Georgiou binnen, zwaaiend met een document dat de directeur met zijn juridisch adviseur had uitgewisseld via e-mail. „Hoe verklaar je dit?” Georgiou: „Toen ik hem vroeg hoe hij aan die e-mail was gekomen, zei hij: ‘Maak je daar maar niet druk om. Daar hebben we zo onze methodes voor’.”

Onderzoek door een IT-expert wees uit dat vrijwel dagelijks was ingelogd op zijn e-mailaccount. Duizenden e-mails waren gelezen en gedownload. Dat gebeurde vanaf het kantoor, maar ook vanaf het woon- en vakantieadres van een bestuurslid van Elstat. Het bestuur is kort daarna door de minister van Financiën ontslagen. En de structuur van Elstat werd veranderd.

„Alle vertrouwen was vanaf dat moment verdwenen”, zegt Georgiou. Hij diende een klacht in. De politie deed onderzoek. „De man is in staat van beschuldiging gesteld. Dat is nu ruim twee jaar geleden. Voor zover ik weet is er sindsdien niets mee gebeurd.”

De belangrijkste beschuldigingen over fraude met het tekort van 2009 komen van een van de ontslagen bestuursleden, Zoe Georganta, docent econometrie aan de universiteit van Macedonië in Thessaloniki. Naar aanleiding van haar aantijgingen werd in september 2011 een strafrechtelijk vooronderzoek geopend.

Vijftien maanden later, afgelopen december, besloten de aanklagers dat er genoeg aanknopingspunten zijn voor vervolging. De beslissing daarover is nu aan de onderzoeksrechter. Georgiou: „Ik probeer me afzijdig te houden. Ik had verwacht dat men de voordelen zou gaan zien van wat ik doe en dat de zaak geseponeerd zou worden.”

De gang van zaken rond Elstat is tekenend voor de weerbarstigheid van de oude structuren in Griekenland en voor het diepe verzet tegen hervormingen binnen (delen van) de overheid. Ambtenaren worden nog altijd niet beoordeeld op hun prestaties. Ontslagen zijn er nog amper gevallen, hoewel de overheid te groot en te duur is voor wat ze presteert.

Het aantal ambtenaren daalt wel rap. Met oog op de naderende bezuinigingen en het uitkleden van pensioenregelingen hebben grote groepen voor vervroegd uittreden gekozen. Binnen Elstat gaat het om een teruggang van 1.000 naar 850 medewerkers. Ook dat maakt het niet gemakkelijker de sterk toegenomen hoeveelheid werk te verzetten.

Georgiou heeft een stapel papieren voor zich uitgestald: bewijsstukken, reglementen, gedragscodes. Steeds opnieuw pakt hij er een boekje of vel bij om aan te tonen dat hij zich aan de voorschriften houdt.

Het probleem lijkt echter veeleer dat hij zich niet aan de ongeschreven wetten houdt. Georgiou, die 31 jaar niet in Griekenland werkte, steekt geen tijd in het onderhouden van politieke vriendschappen en in het netwerken met bankiers. Die zeggen achter de schermen over hem dat hij „moeilijk” doet.

Dat is een bewuste keuze, zegt Georgiou. „Er moest een muur worden opgetrokken tegen politieke inmenging. Het is mijn taak de mensen die hier werken daartegen te beschermen. Zodat zij met trots hun beroep kunnen uitoefenen. Deze dienst was het lachertje in Europa. Nu zijn we weer opgenomen in de Europese statistische familie.”