Maatschappelijk actuele dans

Choreograaf André Gingras heeft willen bewijzen dat zijn dans zich over de actualiteit kan uitspreken.

André Gingras (46), artistiek leider van Dance Works Rotterdam/André Gingras, was het afgelopen decennium een van de weinigen die de maatschappelijke actualiteit luid en duidelijk in zijn voorstellingen lieten doorklinken. Niet alleen in zijn extreem hybride danstaal, maar ook in de wijze waarop hij zijn wetenschappelijke interesses vertaalde naar dans die, door een explosief, rauw fysiek karakter niet in de laatste plaats bij jongeren aansloeg.

Twee jaar geleden al werd kanker vastgesteld bij de tot Nederlander genaturaliseerde Gingras, die in 1966 werd geboren in de Canadese industriestad Hamilton. Hij kwam pas laat tot de dans. Aanvankelijk studeerde hij Engelse literatuur en theater. Pas na het zien van een voorstelling van Pina Bausch ‘bekeerde’ hij zich, bijna twintig jaar oud, tot de moderne dans.

Voor de voltooiing van zijn dansopleiding verhuisde hij naar New York. Hij was als danser verbonden aan onder andere de Doris Humphrey Repertory Company, waar hij enige tijd samenwerkte met de Nederlander Lucas Hoving.

Door zijn ontmoeting met theater- en operaregisseur Robert Wilson ontwikkelde hij choreografische ambities die uiteindelijk in Nederland tot bloei konden komen. Zijn debuutchoreografie Cyp 17 uit 2000 was een schot in de roos. Gingras’ prikkelende vertaling van een actueel maatschappelijk thema, genetische manipulatie, was in de vrij vormgerichte Nederlandse danswereld een opmerkelijke voorstelling, aangrijpend en relevant. Precies dat wilde Gingras bewijzen: dat dans zich over de actualiteit kan uitspreken. De solovoorstelling werd meermalen onderscheiden.

Na het eerste succes volgden werken over internationale migratiestromen, over de maakbaarheid van het lichaam, de obsceniteit van reality en talentshows en misstanden in de Abu Graibgevangenis.

Met The Lindenmeyer System, Hypertopia (2006) en The Autopsy Project (2007) trad Gingras veelvuldig in het buitenland op. De laatste jaren concentreerde hij zich meer op het fysieke element van de dans, bijvoorbeeld in The Sweet Art of Bruising, waarin hij dans en bokssport met elkaar combineerde.

Als gevolg van chemokuren kon hij van Codex (2012) niet het slotakkoord maken dat hij in gedachten had voor het door bezuinigingen opgeheven Dance Works Rotterdam.