Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politie, recht en criminaliteit

Iedereen gunde elkaar wat bij SNS

Interim-managers bij SNS Reaal betaalden een deel van hun salaris door aan de directeur die hen inhuurde. Mag dat of is het fraude?

Zelfstandig ondernemers gunnen elkaar wel eens wat. Je hebt veel werk, schuift wat door naar een bevriende zelfstandige en krijgt daar een vergoeding voor. Een gebruikelijke gang van zaken. Op internetfora discussiëren zelfstandigen openlijk over de hoogte van de vergoedingen (‘Iemand ervaring met aanbrengfee?’).

Maar als de ondernemers voor eenzelfde bedrijf werken en ze elkaar onderling betalen zonder de werkgever ervan op de hoogte te stellen? Bij bank en verzekeraar SNS Reaal was dat ongeveer de praktijk.

Gisteren werd bekend dat een voormalig directeur vergoedingen kreeg van de interim-managers die hij er had geïntroduceerd. Een e-mail waaruit dit bleek, zou voor de bank reden zijn geweest om aangifte tegen hem te doen. Ook zette de bank enkele interim-managers op non-actief. De directeur, Buck Groenhof, en zijn assistente werden gearresteerd op verdenking van witwassen, omkoping en lidmaatschap van een criminele organisatie. Hij zit nog vast. Ook vier interim-managers werden door justitie als verdachten aangemerkt.

Groenhof kwam in het voorjaar van 2009 bij SNS werken. De verliezen van de bank op de vastgoedactiviteiten waren opgelopen. De bank wilde er vanaf en huurde er iemand voor in, via Boer & Croon. SNS deed wel vaker zaken met het adviesbureau. Het uurtarief van de nieuwe directeur van de vastgoeddivisie werd vastgesteld en goedgekeurd door de directie. SNS maakte de vergoedingen voor Groenhof maandelijks over aan Boer & Croon, die er enkele tientallen procenten vanaf haalde en de rest naar Groenhof overmaakte. „Zo doen wij dat al jaren. Voor ons is dit een gebruikelijke gang van zaken”, zegt een woordvoerder.

Groenhof haalde op zijn beurt ervaren managers binnen die hij kende en vertrouwde. Managers di e eerder op hoge functies bij andere banken werkten, die ervaring hadden met zakelijke kredieten en het liefst verstand hadden van vastgoed. Ook hun tarieven werden vastgesteld en goedgekeurd door de bank, die hen rechtstreeks betaalde. Enkele interim-managers waren aangesloten bij een zakelijke groep, de Herstructureringsgroep Nederland, waaraan ze een enkele procent afdroegen.

Maar nu blijkt dus ineens dat sommige interim-managers die via Groenhof binnenkwamen, een deel van hun inkomsten aan hém afdroegen.

Mogen ze dat wel doen? Twee deskundigen geven hun mening. De een ziet er geen kwaad in; de ander stelt dat er sprake kan zijn van niet-ambtelijke omkoping. De laatste is Marcel Pheijffer, hij is hoogleraar Forensische accountancy aan Nyenrode en de universiteit van Leiden. „Over dit soort dingen hoor je open en transparant te zijn naar je werkgever, dus in dit geval Boer & Croon, maar zeker ook naar SNS. Dat staat niet in het wetboek, maar het maakt onderdeel uit van good governance”, zegt hij. Als er niets aan de hand is, „kunnen betrokkenen een contract opstellen die ze de bank in alle openheid kunnen voorleggen”.

Als een werknemer over zoiets niet transparant is, wil hij waarschijnlijk ook niet dat de belasting ervan weet, redeneert Pheijffer. Bovenal is volgens hem sprake van niet-ambtelijke omkoping.

„Groenhof krijgt hier gunsten omdat hij werk voor anderen binnen eenzelfde bedrijf bewerkstelligt; er bestaat een afhankelijkheidsrelatie. Juridisch kan je hem – indien de feiten kloppen – zien als degene die wordt omgekocht, en de andere interim-managers als de omkopers.”

Hoogleraar Arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam, Ronald Beltzer, ziet dat anders. Hij kan niet bedenken wat verboden is aan de gang van zaken. De bank heeft zelf deze mensen ingehuurd en bepaald wat ze waard zijn. Wat de interimmers met de inkomsten doen, moeten ze volgens Beltzer zelf weten. „Tenzij er met SNS andere afspraken over zijn gemaakt.” Daarvan is niets bekend.

Een werkgever hoort te weten of mensen in het bedrijf een handeltje in dit soort vergoedingen drijven, meent ook hij. Alleen, juridisch is er volgens Beltzer niets aan de hand. „Je kan er moreel iets van vinden”, zegt de hoogleraar, „maar ik zie geen enkele strafrechtelijke component.”