Gerechtshof: Duitse soldaten hadden wel degelijk herdacht mogen worden

De kranslegging op de algemene begraafplaats van Vorden tijdens de Nationale Dodenherdenking. ANP / Piroschka van de Wouw

De kortgedingrechter had burgemeester Henk Aalderink en andere vertegenwoordigers van de gemeente Bronckhorst vorig jaar mei niet mogen verbieden tijdens de dodenherdenking langs graven van Duitse soldaten te lopen.

Het gerechtshof in Arnhem bepaalde vanochtend dat Aalderink en zijn gevolg het recht hadden om de betreffende graven in Vorden aan te doen tijdens de herdenking. De kortgedingrechter bepaalde op 4 mei vorig jaar dat een herdenking van dode Duitse soldaten “passend kan zijn, maar niet op 4 mei en niet in één adem met de herdenking van slachtoffers van het nazibewind”.

Advocaat: kennelijk geen joden

Herman Loonstein, advocaat van Federatief Joods Nederland (FJN) sprak toen van een “baanbrekende uitspraak”, maar moest vandaag slikken. “Pijnlijk voor joden om ermee geconfronteerd te worden”, was zijn reactie vanmiddag, meldt onze verslaggeefster Danielle Pinedo.

“Het Gerechtshof zegt dat herdenking voor ‘lokale’ kring is bedoeld. Daar worden kennelijk geen joden toe geschaard.”

‘Zorgvuldige afweging gemeente Bronckhorst’

Het gerechtshof bepaalde vandaag dat het aan lokale overheden is om te beslissen op welke wijze zij aan activiteiten in de gemeente deelnemen.

“Behoudens uitzonderlijke situaties is het (…) niet aan een rechter om te oordelen over het handelen van een vertegenwoordiger van de gemeente bij een openbare gelegenheid.”

Bovendien gaf de rechter in zijn uitspraak aan dat de gemeente Bronckhorst met betrekking tot haar deelname in Vorden een zorgvuldige afweging heeft gemaakt. De deelname is vooraf besproken in de gemeenteraad, die heeft ingestemd met de aanwezigheid van de burgemeester bij de herdenking. De gemeente vindt dat met de uitspraak van het gerechtshof recht is gedaan aan haar overtuiging.

    • Jules Seegers